Analyse

In plaats van zijn land te verenigen, voert Trump de krijgsretoriek verder op

Geweldsretoriek Trump President Trump ziet in dit verkiezingsjaar politiek voordeel in het inzetten van grootschalig overheidsgeweld en het dreigen met eigenrichting door aanhangers.

Trump na zijn toespraak waarin hij zichzelf de „president van law and order” noemde.
Trump na zijn toespraak waarin hij zichzelf de „president van law and order” noemde. Foto Shwan Thew / EPA

Van alle burgerrechten die hij had kunnen noemen in zijn toespraak van maandagavond, noemde de Amerikaanse president Trump alleen dit: het recht van burgers om wapens te dragen. De regeringsleider die zichzelf in de Covid-19-epidemie presenteerde als war time-president, heeft zijn hulptroepen opgetrommeld voor de volgende crisis.

Een week lang heeft de president kunnen nadenken over hoe hij de sociale onrust in het land zou adresseren. Die onrust is tweeërlei. Er is, na de gewelddadige dood van George Floyd door politiegeweld, spontane woede over wat als de onderliggende oorzaak wordt beschouwd: de langs etnische lijnen getrokken ongelijkheid in de Verenigde Staten. En er is de onrust die wordt gestookt door beroepsagitatoren ter linker-en rechterzijde, voor wie elke massale demonstratie een dekmantel biedt om te vernielen en te verbranden uit naam van hun revolutie.

President Trump koos er welbewust voor geheel en al voorbij te gaan aan de eerste groep demonstranten en zich exclusief te richten op de tweede. Met andere woorden, hij negeerde een sociale misstand en liet de kans lopen om zijn land te verenigen in een oplossing voor dat probleem. Hij heeft zich daarentegen gecommitteerd aan ordehandhaving tegenover „linkse relschoppers” met een zo groot mogelijk vertoon van staatsmacht. „Ik ben uw president van law and order”, zei de president. „Wij moeten de straat domineren.”

Op het moment dat hij dat zei, vuurde politie traangas af op vreedzame demonstranten voor het Witte Huis. De president wilde na afloop van zijn toespraak namelijk met een bijbel in de hand poseren voor een kerk aan de overkant van de straat. Het hele gebied rond het Witte Huis werd afgegrendeld door duizenden bijeengeraapte agenten in rellentenue.

Het lijkt erop dat Trump in een verkiezingsjaar politiek voordeel ziet in het inzetten van grootschalig overheidsgeweld en het dreigen met eigenrichting door aanhangers. Een van zijn favoriete presentatoren van Fox News zei na de toespraak dat de president voortaan toch echt wat harder moest optreden.

Strijder

Law and order is een bekend refrein voor conservatieve Amerikanen en voor de Republikeinse partij. In 1968, het vorige brandjaar voor burgerrechten met de dood van Martin Luther King als dieptepunt, voerde de Republikein Richard Nixon zijn succesvolle presidentscampagne met precies die belofte: ik zal de orde herstellen. Geen toeval dat Trump dinsdag nog een ander sleutelbegrip van Nixon in een losse tweet uitstuurde: „Zwijgende meerderheid.”

Bij Trump komt daar een fascinatie met machtsvertoon en geweld bij. Zijn retoriek staat bol van ‘tough’ (hard) en ‘warrior’ (strijder) en ‘crush’ (verpletteren). In zijn regering heeft hij generaals op cruciale plekken benoemd. In Frankrijk raakte hij zo onder de indruk van een militaire parade dat hij er ook eentje wilde op de nationale feestdag 4 juli.

Tijdens een verkiezingsbijeenkomst begin 2016 zei hij tegen bewakers die een demonstrant afvoerden: „Als je hem verwondt, kom ik je verdedigen voor de rechter.” Over de adviseur die tegen hem getuigde in het impeachmentproces zei hij: „Je weet wat we met spionnen deden in de goeie ouwe tijd.” Over de demonstranten die afgelopen week voor zijn Witte Huis opdoken zei hij dat de bewaking „de gemeenste honden en de meest onheilspellende wapens” had om met hen af te rekenen. „Veel agenten van de geheime dienst hopen op een beetje actie.”

Je zou het haast afdoen als operette-officierentaal van een ontduiker van militaire dienst. Maar het verbinden van zijn geweldsretoriek met de suggestie dat hij bereid is gewapende aanhangers in te zetten, is zorgwekkend. Ook dat is niet de eerste keer. In een interview met de rechtse nieuwssite Breitbart zei Trump in 2019: „Ik kan je vertellen dat ik de steun van de politie heb, de steun van het leger, de steun van de Bikers for Trump.” Dat is een gewapende motorclub. „Ik heb de harde mensen, al doen ze niet hard – nou ja, tot ze op een bepaald punt komen en dan wordt het echt heftig, heel heftig.”

Trumps tegenstanders maken zich er zorgen over. Na zijn toespraak van maandag schilderden ze hem af als dictator en autocraat. Joe Biden, zijn waarschijnlijke Democratische tegenstander, beschuldigde Trump van het „aanblazen van de vlammen van de haat”.

Biden weet dat hij en zijn partij horen bij de geadresseerden van de presidentiële agressie. Al meer dan een jaar sturen Trump en zijn campagnemedewerkers e-mails waarin ze de Democraten ervan beschuldigen de verkiezingen van 3 november te willen „STELEN”. Ze willen de stem en het land van de Republikeinen „stelen”, aldus die mails. Daarin wordt zonder spoor van bewijs gezegd dat de Democraten grootschalige stembusfraude plannen.

Het is een explosieve optelsom: het aanmerken van politieke tegenstanders als vijanden van de Amerikanen, het spreken in termen van strijd en geweld, het aansporen tot gewapende zelfverdediging. Wie denkt dat het niet veel voorstelt, zou eens moeten kijken naar een overzicht dat nieuwszender ABC dit weekend publiceerde. De journalisten vonden 41 zaken waarin de naam en de ideeën van Trump waren aangeroepen bij het begaan of voorbereiden van een geweldsmisdrijf. Het varieert van een Latino pompbediende die een klap tegen zijn achterhoofd kreeg, waarbij de dader zei: „Dit is voor Trump”, tot drie mannen in Kansas die een bomaanslag voorbereiden op een appartementencomplex met veel moslims en wier advocaten zeiden dat zij „bezorgd waren over wat president Trump over het concept van islamitisch terrorisme had gezegd”.

Alle adviseurs die volgens Amerikaanse media de laatste week de president op het hart hadden gedrukt een vader des vaderlands te zijn, om de gemoederen te bedaren, hebben duidelijk nooit zijn mails of tweets gelezen. Anders hadden ze zich de moeite kunnen besparen.