Recensie

Recensie Film

Is de Franse film een genre?

Taalgrens Zou de nieuwe film van de Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda met Catherine Deneuve en Juliette Binoche een andere film zijn geweest met Japanse, Amerikaanse of Argentijnse acteurs?
Juliette Binoche (links) en Catherine Deneuve in La Verité.
Juliette Binoche (links) en Catherine Deneuve in La Verité.

Alle vragen zijn al aan haar gesteld, behalve deze: aan wie bent u het meest schatplichtig? Ze weet het niet, zegt acteervedette Fabienne aan het begin van Hirokazu Kore-eda’s nieuwe film La vérité. Maar een antwoord heeft of geeft ze ook niet.

Ze wordt geïnterviewd ter gelegenheid van het verschijnen van haar memoires, die ze veelzeggend de titel La vérité, de waarheid, heeft meegegeven. En omdat ze nog één keer in een film speelt. Een film-in-de-film: sciencefictiondrama Souvenir de ma mère, over een moeder die in een baan om de aarde draait om haar verouderingsproces te stoppen. Eens in de zeven jaar keert ze terug om haar dochter te bezoeken, die steeds ouder wordt. Maar zelf blijft ze jong. Althans, haar lichaam. Beide vrouwen hebben een hoofd vol onuitgesproken herinneringen.

Dan komt Fabiennes eigen dochter Lumir terug. Ze is scenarioschrijver. Ooit uit huis gevlucht om niet als een satelliet om haar beroemde moeder te blijven cirkelen. De publicatie van de autobiografie dwingt beide vrouwen hun verhouding te herzien. De werkelijkheid sijpelt binnen en daagt ze uit zich af te vragen: wat is eigenlijk waar? De gefabuleerde memoires van Fabienne („Ik ben actrice, ik ga toch niet de naakte waarheid vertellen”) Of het leven dat ze samen moeten reconstrueren?

Lees ook het interview met Hirokazu Kore-eda : ‘Deneuve ís de Franse film’

Wie bij deze plotbeschrijving de naam van de Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda ziet, denk misschien: een echte Kore-eda. Een auteursfilm met een duidelijke signatuur die aan de hand van gebroken familieverhoudingen thema’s als tijd, identiteit en herinneringen onderzoekt. Kore-eda’s films zijn net kintsugi-kunstwerkjes, de Japanse serviesrestaureerkunst: de scherven zijn met gouden lak aan elkaar geplakt. Wat eens stuk was, is nu nog mooier, juist omdat iemand de moeite nam het te repareren.

Maar wie alleen de namen van de acteurs hoort – Catherine Deneuve, Juliette Binoche – en hun gebabbel en gebekvecht hoort aan de rijk gedekte tafels van hun familielandhuis, die denkt: Franse film, geen twijfel mogelijk. Deze personages bestaan bij de gratie van taal, zoals in zoveel Franse films.

Transnationale cinema

Kore-eda is verre van de eerste regisseur die een film in een ander land, in een andere taal maakt. Vanaf de begin dagen van Hollywood slokte de Californische droomfabriek talenten uit Europa en de hele wereld op. Veel van die regisseurs, van Fritz Lang tot Max Ophüls en Billy Wilder, zetten daar op de vlucht voor de nazi’s hun carrière voort. Wat tegenwoordig transnationale cinema heet ontstond om tal van redenen: economische – denk aan de Europese coproducties – en als gevolg van kolonialisme en globalisering. Kore-eda is er een voorbeeld van: hij is zo’n grootheid in arthousebioscopen omdat hij op het filmfestival van Cannes een Grand Prix en een Gouden Palm won met zijn films Like Father, Like Son en Shoplifters. Dankzij internationale distributie is zijn impact wereldwijd.

De afgelopen decennia zou je zelfs van een trendje kunnen spreken: filmmakers uit Azië die dankzij hun successen op Europese festivals de taalgrenzen doorbreken. De Taiwanese regisseur Hou Hsiou-hsien ging naar Parijs voor een eerbetoon aan kinderklassieker De rode ballon (1956): The Flight of the Red Balloon (2007). De Iraanse filmmaker Abbas Kiarostami maakte zijn laatste twee echte speelfilms - mogelijkerwijs ook om censuurredenen – buiten zijn eigen land: Copie conforme (2010) met Juliette Binoche in Italië en Like Someone in Love (2012) in Japan. De Iraanse Oscarwinnaar Asghar Farhadi werkte in Frankrijk (Le passé, 2013) en Spanje (Todos lo saben, 2018 met Penelope Cruz en Javier Bardem). Soms spraken ze de taal niet eens en regisseerden ze via een tolk.

Heeft film een nationaliteit?

Andersom gebeurt ook: Nederlander David Verbeek werkt met acteurs als Lu Yi-ching in How to Describe a Cloud uit 2013 (bekend uit de films van Tsai Ming-liang) of Claire Dénis-acteur Grégoire Colin (Full Contact, 2015) en draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van een internationale filmtaal.

Het doet je afvragen wat auteurschap is, en of het ertoe doet. Zit het in het verhaal, in de stijl, de thema’s? Heeft een film een nationaliteit? Wordt die bepaald door de aanwezigheid van Franse acteervedettes als Deneuve, Binoche en vaak ook Isabelle Huppert? Zijn Michael Haneke’s Frans gesproken films Amour (2012) en Happy End (2017) anders dan zijn Duitstalige (Das weisse Band, 2009)? Of is het een beetje zoals de Ierse schrijver Samuel Beckett die zich in Parijs vestigde en in het Frans begon te schrijven en daarmee niet alleen de Franse taal als het ware moest heruitvinden, maar ook thematiseerde wat we überhaupt tegen elkaar kunnen zeggen.

Taal is daarbij van essentieel belang. Taal geeft stijl, tempo, interpretatie. Het verhaal is misschien hetzelfde, maar de manier waarop het wordt verteld krijgt een andere kleur, een andere invalshoek. Dat is niet zo heel erg anders dan de vele versies die er van repertoiretheater kunnen zijn.

La vérité gaat over die vragen. Het is een film die zich afvraagt hoe ons geheugen maakt wie we zijn. Hoe we daarover met elkaar communiceren. Aan wie kunstenaars en schrijvers schatplichtig zijn. En hoe ze dat via hun kunst uitdrukken, onder woorden brengen. De film is niet alleen Franstalig. Lumirs echtgenoot (Ethan Hawke) is Amerikaan. Hun dochter tweetalig. In het Japans was het vast een andere film geweest. Maar spraakverwarringen creëren niet alleen misverstanden, ze geven ook nieuwe betekenissen en inzichten. Dat is wat Kore-eda ons met zijn film vertelt. Taal is net zo rijk, vluchtig en genuanceerd als de waarheden die erin kunnen worden uitgedrukt.