Hulplijn voor ondernemers is er voor fabrieksdirecteur én prostituee

Coronasteun De Kamer van Koophandel gaf al 55.000 ondernemers advies over coronasteun. Aan schrijnende gevallen en mensen die een kansje zien.

Een mondkapjeswinkel in het centrum van Amsterdam.
Een mondkapjeswinkel in het centrum van Amsterdam. Foto Evert Elzinga/ANP

Dan heb je net een tweede kledingwinkel geopend, contracten afgesloten om kleding af te nemen – loopt er opeens niemand meer door je winkelstraat en verkoop je slechts één T-shirt per dag. Ja, dan breek je even als je je situatie aan de telefoon uitlegt bij het Coronaloket voor ondernemers. „Hij had ook een koophuis en een gezin”, vertelt Annemarie Velers, die de man te woord stond.

Ze maakt deel uit van de groep mensen die de afgelopen weken misschien wel het beste zicht had op de instortende (en voorzichtig herstellende) economie: de 150 mannen en vrouwen die in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de officiële hulplijn voor ondernemers bemannen. Het zijn adviseurs van de Kamer van Koophandel die vanuit huis en vanuit kantoren sinds half maart 55.000 telefoontjes afhandelden over met name steunregelingen en financiële problemen – zo’n 320 telefoontjes gemiddeld per medewerker.

Niks abstracte macro-economische cijfers, maar elke zoveel minuten een nieuw praktijkvoorbeeld. Van coaches en prostituees tot fabrieksdirecteuren.

„De eerste twee weken was het echt spannend”, vertelt Velers. De medewerkers moesten zich nog alle in hoog tempo uitgerolde regelingen goed eigen maken. Welke zzp’er heeft recht op 4.000 euro? Hoeveel omzet moet een bedrijf verliezen voor het aanspraak kan maken op loonondersteuning? „Ik schrok er ’s nachts wakker van”, vertelt Velers. „Dan dacht ik: ik moet die en die nog terugbellen, want ik begrijp nu beter hoe dit in elkaar steekt.”

Wat als bedrijf meer bv’s heeft?

Inmiddels hebben de medewerkers zoveel voorbij zien komen dat het voelt alsof ze het hele Nederlandse bedrijfsleven gesproken hebben. Soms geluksvogels: mensen die nog nét niet de investeringsbeslissing hadden genomen voor een nieuwe winkel. Vaak schrijnende gevallen, zoals de gepensioneerde taxichauffeur die na het wegvallen van alle klandizie niet kon rekenen op een aanvulling op zijn 200 euro onvolledige AOW per maand. En de mensen die een kansje zien: tieners die een mondkapjeszaak willen starten.

Soms bellen zelfs financiële adviseurs van grotere bedrijven dan je misschien zou verwachten. Adviseur Juully Ruyters: „Die hebben bijvoorbeeld meerdere bv’s en vragen zich dan toch af: wat mag ik voor de ene bv wel aanvragen, en voor de andere niet? Of: wat geldt nu precies als ‘bedrijfskosten’? Voor hen is het ook nieuw.”

Een paar minuten later spreek je weer met een kebabzaak – een bedrijfstak die relatief vaak opbelt. De zaken worden dikwijls gerund door mensen die het Nederlands niet goed machtig zijn, en soms nauwelijks op de hoogte zijn van alle regelingen. „Dan belt een buurman of buurvrouw”, vertelt Ruyters. „Of het enige personeelslid dat wel Nederlands spreekt.”

Steeds meer telefoontjes van mensen die zeggen: ik heb geld toch niet nodig

Juully Ruyters adviseur Coronaloket

Met berusting streep door bedrijf

Wat is de gemoedstoestand van de ondernemers? Eigenlijk beter dan je misschien zou verwachten, zeggen ze hier. Velen zijn niet per se bang dat ze het niet gaan halen. Ze zijn soms dankbaar voor de financiële steun die geboden wordt. En soms trekken mensen met berusting een streep onder hun bedrijf. „Dan ging het misschien al niet zo lekker en realiseren ze zich tijdens het gesprek: nee, een nieuwe lening is geen goed idee, dit wordt niet meer wat het geweest is”, vertelt adviseur Fatma Sener.

Wennen is het soms vooral aan de veeleisende toon die sommige mensen aanslaan. Die nog net niet beginnen met: ‘Leg uit, waar heb ik recht op?’ Of die geïrriteerd reageren als blijkt dat je op minder regelingen recht hebt wanneer je holding nog goed doorloopt. Maar echt boos worden de ondernemers zelden. Het Coronaloket is ook geen uitvoeringsinstantie, dat snappen de meeste mensen goed. Één keer zei iemand tegen medewerker Johan Laffra dat hij een typische ambtenaar was die geen idee had wat er in het bedrijfsleven speelt. Toen had hij al tientallen bezorgde ondernemers gesproken.

Weer durf om vooruit te kijken

De laatste paar weken merken ze bij de hulplijn dat de sfeer lijkt om te slaan. De grootste zorgen zijn voorbij, mensen durven weer een beetje vooruit te kijken. Horeca-ondernemers bellen over de inrichting van hun cafés. Bakkers beginnen online taarten te verkopen en willen weten hoe ze het beste een webwinkel kunnen starten. Mensen die hun baan kwijt zijn, maar ooit een timmermansdiploma hebben gehaald en denken: ik start een nieuwe zaak.

„De natuurlijke reflex was: mijn werk is weg, ik wil een regeling”, vertelt Ruyters. „Nu gaan mensen kijken: wat kan ik nog meer?” En soms komen ze zelfs terug van die eerste reflex. „We krijgen steeds meer telefoontjes van mensen die zeggen: ik heb het geld toch niet nodig, hoe kan ik het terugstorten?”

Lees meer over ondernemers in crisistijd: ‘Je merkt dat de mensen nu wel een beetje uitgesteund zijn’