Het profvoetbal zoekt hulp in Den Haag

Deltaplan De KNVB presenteert deze week een ‘Deltaplan’ bij sportminister Martin van Rijn, voor financiële steun. Wat houdt het plan in?

KNVB’s directeur betaald voetbal Eric Gudde (rechts), vorige maand in Zeist na een overleg over de financiële gevolgen van de coronacrisis voor het profvoetbal in Nederland.
KNVB’s directeur betaald voetbal Eric Gudde (rechts), vorige maand in Zeist na een overleg over de financiële gevolgen van de coronacrisis voor het profvoetbal in Nederland. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het is rijkelijk laat, maar het Nederlands profvoetbal heeft een reddingsplan. Alle 34 betaald voetbalclubs zijn akkoord met het zogeheten ‘Deltaplan’ waarmee de bedrijfstak de coronacrisis moet doorkomen. Dat moet deels mét overheidssteun, is het idee. Het voetbal ligt nu bijna drie maanden stil, op zijn vroegst kan vanaf september weer gespeeld worden, zonder publiek.

Eind deze week wordt het plan gepresenteerd bij minister Martin van Rijn (Medische Zorg en Sport). Namens de KNVB voert directeur betaald voetbal Eric Gudde het woord. Ook de belangenbehartigers van de clubs zijn vertegenwoordigd, met interim-directeur Jan de Jong van de Eredivisie CV en Marc Boele van de Coöperatie Eerste Divisie.

Vorige week zijn clubs, burgemeesters en betrokken ambtenaren al geïnformeerd. Hoe ziet het plan er op hoofdlijnen uit? De drie belangrijkste onderdelen uitgelicht.

‘Full contact’ trainen

Het profvoetbal hoopt vanaf juli weer volledig te kunnen trainen. Dus: in groepen met normale omvang én ‘full contact’. Het volgt daarmee de lijn van sportkoepel NOC-NSF, die vorige week pleitte voor het opheffen van de anderhalvemetermaatregel voor topsporters bij contactsporten als voetbal, hockey en judo. NOC-NSF stelde een veiligheidsprotocol op. De KNVB komt nu, na overleg met de sportkoepel, ook met zo’n protocol.

Door het hervatten van de normale trainingen kan worden toegewerkt naar wedstrijden. De sector wil in augustus oefenduels spelen, waarna de eredivisie en eerste divisie half september kunnen beginnen, na de interlandperiode.

Lees ook: Hoe de coronacrisis de voetbaleconomie zal dwingen tot verandering

Nederland heeft geleerd van de Duitse aanpak. Daar wordt sinds het hervatten van de Bundesliga, half mei, ook full contact getraind. In Nederland is het straks ook de bedoeling dat spelers constant gemonitord worden door de medische staf. Of spelers ook hier regelmatig getest gaan worden, is nog niet duidelijk.

Duels met/zonder publiek

Hoe gaan de eredivisie en eerste divisie er straks uitzien? De regering stelde eerder dat grote evenementen, waaronder voetbalduels, pas weer kunnen worden gehouden met publiek zodra er een vaccin is. De angst is: voetbalduels als zogenoemde superspreading events.

Maar de sector denkt dat maatwerk mogelijk is: een voetbalduel is beter te reguleren dan bijvoorbeeld een festival. Dat tot eind dit jaar zonder publiek moet worden gespeeld, is vrijwel zeker. Waarna wellicht deels toeschouwers kunnen worden toegelaten – een soort overgangsperiode. Met bijvoorbeeld een kwart van de normale bezetting, zodat voldoende afstand kan worden gehouden.

Maar dit scenario – publiek gedeeltelijk toelaten – heeft tegelijkertijd niet de voorkeur. De wedstrijdkosten zijn, afgezet tegen wat het oplevert, hoog. Daarnaast bestaan er zorgen bij politie en burgemeesters over de handhaving. De vrees is dat groepen die het stadion niet in mogen, zich in de binnenstad zullen verzamelen om wedstrijden op scherm te kijken.

Het voetbal kijkt om die reden ook naar hoe publiek mogelijk volledig kan terugkeren in stadions. Opties die worden besproken: temperatuur van toeschouwers meten bij toegangspoortjes, het verplichten van mondkapjes, toegang voor risicogroepen beperken. Bij de lobby in Den Haag trekt de KNVB hierin op met een alliantie van evenementenorganisatoren, waaronder Ahoy en Lowlands.

Voetbalsector heeft volgens schatting zo’n 100 miljoen euro overheidssteun nodig

Economisch is deze discussie van groot belang voor de bedrijfstak. Stadionbezoek zorgt zeker voor een kwart van de inkomsten – en ook de commercie (goed voor zo’n 40 procent) zal mede door het ontbreken van publiek zwaar onder druk komen te staan. Competities in andere Europese landen zijn daarentegen meer afhankelijk van media-inkomsten.

Financiële hulp

De sector heeft een solidariteitsfonds opgezet, waarbij het uitgangspunt is dat de sterkste schouders, de zwaarste lasten dragen. Clubs die volgend seizoen Europees spelen, storten een deel van de starpremies in deze pot. Ajax, vrijwel zeker van Champions League-voetbal, draagt naar verluidt zo’n drie miljoen euro bij. Mocht nummer twee AZ (dat nu een half miljoen stort) zich kwalificeren voor de Champions League, in plaats van de Europa League, stijgt de inhoud aanzienlijk.

De KNVB draagt minimaal 1,5 miljoen bij. Wat de totale omvang van het solidariteitsfonds wordt, is nu nog lastig te zeggen, maar deze zal ergens tussen de 10 en 20 miljoen uitkomen. Dit geld wordt herverdeeld onder noodlijdende clubs.

Het is een klein deel van de totale oplossing die nodig is om het profvoetbal door de coronacrisis te loodsen. De schade over vorig én komend seizoen is door de KNVB eerder berekend op totaal 300 tot 400 miljoen euro. Iedere speelronde zonder publiek kost de sector straks tussen de 8 en 10 miljoen.

Een belangrijk deel van de steun moet uit Den Haag komen. De sector hoopt dat het gebruik kan blijven maken van de NOW-regeling (voor het doorbetalen van salarissen) zolang er niet met publiek gespeeld kan worden. Daarnaast pleit de KNVB voor een ‘overbruggingsuitkering’ voor clubs die in liquiditeitsproblemen komen. Naast die directe steun voorziet het plan in een lening via de bestaande regeling ‘Garantie Ondernemingsfinanciering’ (waarbij de overheid garant staat voor bankleningen).

Het plan is zo opgezet dat clubs alleen in aanmerking komen voor deze regelingen als zij voldoen aan een aantal voorwaarden. Zo moeten ze een gezonde, goed onderbouwde begroting kunnen overleggen. Ze mogen niet van eigenaar wisselen. En ze moeten afspraken hebben gemaakt met de spelers over salariskorting – in navolging van een collectief akkoord dat de sector sloot. En er wordt gewaakt dat clubs die het licentiereglement hebben overtreden (zoals Roda JC), niet profiteren van overheidssteun.

Het is ook nadrukkelijk niet de bedoeling dat gemiste transferinkomsten (door het instorten van de spelersmarkt) onderdeel vormt van de overbruggingsuitkering of lening. Overheidssteun is in principe alleen bedoeld om een noodverband te leggen – om de cluborganisatie te laten overleven. Het is moeilijk te zeggen hoeveel de sector aan ‘Den Haag’ zal vragen, vanwege de vele variabelen, maar een ruwe schatting is dat het om zo’n honderd miljoen euro gaat.