Reportage

‘Dit gaat over meer dan één persoon’

Antiracismeprotest Den Haag Demonstranten beseften dinsdag op het Haagse Malieveld dat ze risico’s namen met hun eigen gezondheid en die van anderen.

Demonstranten op het Malieveld, dinsdag.
Demonstranten op het Malieveld, dinsdag. Foto David van Dam

Bij de poffertjeskraam op de hoek van het Malieveld staat een meisje in een oranje hesje. Ze deelt mondkapjes uit, lichtblauwe, aan wie er geen heeft. Even verder staat een jongen. Met een gehandschoende hand maakt hij de gebaren van een verkeersregelaar. Die kant op, wijst hij. Daar is nog plek op het Haagse veld. Tussen de plukjes demonstranten loopt iemand met een megafoon: „Anderhalve meter, keep your distance.”

Zo gaat demonstreren tijdens een ‘intelligente lockdown’, dinsdagavond in Den Haag. Driekwart van het tien hectare grote Malieveld staat vol met demonstranten – op afstand van elkaar. Een politiedrone houdt in de lucht in de gaten of iedereen zich ook aan de anderhalve meter houdt, de organisatie van Black Lives Matter roept vanaf het podium meermalen op zich te verspreiden.

Het demonstratierecht is een groot goed in Nederland. Demonstraties worden zelden verboden, meestal worden beperkingen aan plaats en tijd opgelegd, of aan de hoeveelheid muziek – lawaai – die er mag worden gemaakt.

Maar in een crisis, wanneer de boodschap is om juist afstand te houden en tot zondag samenkomsten waren verboden, lijkt dat grondrecht diametraal tegen over de volksgezondheid te staan.

Virologen waren het er dinsdag over eens dat de massabijeenkomst in Amsterdam een dag eerder, waarbij het op een drukke Dam niet mogelijk was afstand te houden, kan leiden tot een nieuwe opleving van het coronavirus.

Lees ook: Halsema heeft heel wat uit te leggen, vinden vriend en vijand

Burgemeesters

De minister van Volksgezondheid zou burgemeesters er „nadrukkelijk” nog eens op wijzen om „de verspreiding van Covid-19 mee te wegen” bij hun afweging demonstraties wel of niet toe staan, zei minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) in de Tweede Kamer. De volksgezondheid is een van de drie criteria waaraan burgemeesters een demonstratie toetsen, naast openbare orde en de veilige doorgang van hulpdiensten.

Demonstranten op het Malieveld, dinsdag. Foto David van Dam

Mondkapje

Hier op het Malieveld staan, is een weloverwogen risico, zeggen de demonstranten. Sommigen wijzen erop dat de demonstratie buiten is, dat iedereen een mondkapje draagt én afstand houdt.

„Dit gaat over meer dan één persoon die verstikt is. Dit gaat over alles”, zegt Jeffrey Dapaah (28). Zijn kleurige mondkapje verwijst naar zijn half-Ghanese afkomst, vertelt hij. Hij zegt: „Als ik in bepaalde winkels kom, dan word ik gevolgd. Ik spreek goed Nederlands, aan de telefoon krijgen werkgevers een bepaald beeld van me. Als ze me dan zien, laten ze merken dat ze mij niet hadden verwacht.”

Fatima Faïd, gemeenteraadslid voor de Haagse Stadspartij en presentator bij de demonstratie, wijst op de reactie van minister Grapperhaus. Ze zegt: „Hij gaat over de politie en Nederland is regelmatig op de vingers getikt als het ging over etnisch profileren. Dan heeft hij het over afstand bewaren – ook belangrijk – maar hij gaat voorbij aan de reden waarom duizenden mensen bijeen zijn.” Dat, zegt ze, geeft „de verziekte verhoudingen weer”.

Op het podium gaat het over de Belastingdienst, die bij fraudebestrijding gebruikmaakte van de (tweede) nationaliteit van burgers. Het gaat over Zwarte Piet, en retorisch wordt gevraagd: „Sinds wanneer is racisme onderdeel van de cultuur?” Het gaat over „het niet normaal vinden als iemand ‘kankerneger’ roept”.

En het gaat over George Floyd, de zwarte Amerikaanse burger wiens dood door politiegeweld de directe aanleiding is voor deze demonstratie. De menigte knielt. Sommigen met een gebalde vuist omhoog. Ze scanderen: „Black is beautiful. Black is resilient. Black is powerful.”

Correctie (3/6): In een eerdere versie van dit artikel stond dat er in Den Haag ophef ontstond nadat agenten zichzelf ‘Marokkanenverdelgers’ hadden genoemd. Dat die geuzennaam, zoals klokkenluiders zeiden, werd gebruikt, is na intern onderzoek van de politie niet bewezen.