Deze stad is als een circus zonder artiesten

Grunberg per trein van New York naar Miami #2 Schrijver Arnon Grunberg verlaat zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Hij reist naar Miami en verkent in een dagelijkse serie onderweg enkele steden. Vandaag Baltimore.

De waterfietsen in de vorm van draken in de ‘inner harbour’ in Baltimore.
De waterfietsen in de vorm van draken in de ‘inner harbour’ in Baltimore. Foto Arnon Grunberg

Op de dag dat in Amerika honderdduizend coronadoden waren geteld, ging ik aan het einde van de ochtend naar Penn Station om naar Baltimore te reizen, de eerste tussenstop op weg naar Miami. De zondag daarvoor had The New York Times al op de voorpagina enkele van de namen van de doden afgedrukt met daarbij een korte beschrijving van hun leven, zoals: ‘Jack Butler, 78, Indiana, leefde in het huis waar hij opgroeide’.

Op Twitter schreef iemand dat toen er op 25 januari 1991 in Amerika honderdduizend aidsdoden waren geteld zij het moesten doen met een artikeltje op pagina 18 van diezelfde krant. De ene catastrofe is de andere niet.

Penn Station is hét station van New York, vanaf het mooiere Grand Central Station gaan vrijwel alleen treinen naar upstate New York en Connecticut. Het ondergrondse Penn Station was altijd al het hoogtepunt van smoezeligheid in New York.

Deze woensdagochtend slechts een handjevol mensen, wat de spanning doet toenemen. Men houdt elkaar in de gaten. Ik schat overigens dat zich in dit station voor iedere reiziger drie daklozen bevinden.

Verder moet deze ochtend worden geconcludeerd dat in tijden van corona witte Amerikanen niet of nauwelijks met de trein reizen.

Een vriendin, Vere, zal meereizen tot Baltimore. Hoewel ik haar eerst niet herken vanwege het mondkapje valt ze op: een betrekkelijk jonge, witte vrouw, de eerste die ik hier zie.

De trein: 3 à 4 reizigers per wagon.

De restauratiewagen is open voor water, koffie en chips. De dame die de verkoop doet, is aan een tafeltje bezig met de boekhouding; boekhouding gaat voor verkoop.

Nu er geen forenzen of toeristen meer zijn, vraagt men zich af: wie zijn de reizigers? We zullen wel gedoemd zijn, waarom reizen wij nu immers?

Een gezette, witte man in een korte broek voert een telefoongesprek waarbij hij blijft herhalen: „Blijf kalm, ik ben zo thuis.” Gedoemd en toch behulpzaam.

In Baltimore zegt Vere: „Deze stad glimt.”

„Klopt”, zeg ik, „Maar misschien is het hier schoner dan in New York.”

Er zijn hier nog minder mensen op straat dan in New York, de stad is gereduceerd tot een ongebruikt decor, een circus zonder artiesten, zonder publiek.

Bij de ‘inner harbour’ liggen motorboten en een driemaster, waterfietsen in de vorm van draken. Eén bootje is op het water, met twee mensen erop, zij brengen verstild leven in het decor aan.

Verderop maakt een man ons aan het schrikken door onverwacht maar volstrekt vanzelfsprekend uit een rozenstruikje te stappen.

Nadere bestudering leert ons dat dat rozenstruikje zijn huis is.

„The Truman Show”, zeg ik, „Hier is alles een decor, de mensen zijn acteurs.”

Iets achter de rozenstruiken blijkt zich een goed gecamoufleerd tentenkamp te bevinden.

Wordt vervolgd