Analyse

Demonstreren mag, maar inperken óók

Demonstratierecht Grondrechten mogen worden ingeperkt vanwege corona. Maar hoever? Burgemeesters moeten zelf de afweging maken.

Anti-racisme demonstratie op de Grote Markt in Groningen, dinsdagavond.
Anti-racisme demonstratie op de Grote Markt in Groningen, dinsdagavond. Foto Kees van de Veen

Hoever mogen grondrechten worden ingeperkt uit het oogpunt van volksgezondheid? Over die vraag buigen juristen zich al sinds het begin van de coronacrisis. Het antwoord is nog relevanter geworden na de Amsterdamse antiracismedemonstratie van maandag. Wat mag er nu wel en wat mag er nu niet door corona verboden worden?

Sommige burgerrechten zijn door de coronamaatregelen ingeperkt, constateerde de Raad van State vorige week – zoals door het verbod om met meer dan drie mensen thuis te zijn. Maar demonstreren mag wél, ook in het coronatijdperk, mits mensen anderhalve meter afstand houden. Demonstraties zijn namelijk expliciet uitgesloten van de noodverordeningen waarin de coronamaatregelen zijn vastgelegd.

Om die redenen is de demonstratie op de Dam in juridische zin onvergelijkbaar met verboden feestjes. Dat zijn ‘normale’ samenkomsten, terwijl het grondwettelijke recht op betoging in de coronamaatregelen gerespecteerd wordt.

Lees ook: ‘Coronamaatregelen beperken grondrechten, maar zijn verdedigbaar’, zegt Raad van State

Maar dat recht is, zoals geen enkel grondrecht, absoluut. Burgemeesters mogen demonstraties verbieden uit oogpunt van volksgezondheid, verkeer of openbare orde.

Die wettelijke grondslag, vastgelegd in de Wet Openbare Manifestaties, wordt door burgemeesters regelmatig gebruikt om bijvoorbeeld radicale demonstraties te verbieden uit angst voor rellen.

De Amsterdamse burgemeester Halsema nam dat juridische pad niet, omdat ze deze demonstratie „te belangrijk” vond – geen wettelijk vastgelegd argument om een demonstratie wel of niet toe te staan.

Maximaal aantal demonstranten

Ook zonder verbod had Halsema regels kunnen opleggen om het risico op virusverspreiding te verkleinen. Bijvoorbeeld door een maximum aantal demonstranten te stellen.

De Haagse burgemeester Johan Remkes bepaalde recent dat er maximaal dertig mensen mocht deelnemen aan antilockdowndemonstraties. Toen er meer demonstranten waren, greep de politie in.

Maar Halsema zei gerekend te hebben op de „eigen verantwoordelijkheid” van de demonstranten om anderhalve meter afstand te houden. Toen dat in veel gevallen niet gebeurde, had ze de demonstratie kunnen laten afbreken. Dat deed ze niet omdat ze zei te vrezen voor politiegeweld. Wat de vraag oproept hoe groot dat vertrouwen in verantwoordelijkheid van demonstranten werkelijk was.

In de uitwerking van de coronamaatregelen laat het kabinet veel ruimte voor lokale bestuurders. Dat het invullen van die open normen kan schuren, bewijst de demonstratie van maandag. In Den Haag en Groningen demonstreerden dinsdag mensen mét de anderhalve meter afstand.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb staat bij een antiracismedemonstratie woensdag maximaal tachtig mensen toe. Het is een compromis tussen het grondwettelijk beschermde recht op betoging en wat verstandig lijkt uit het oogpunt van volksgezondheid.

Hoe sterk de letter van dat besluit is en hoe krachtig Aboutaleb’s handhaving, zal blijken als er meer demonstranten opduiken.