Opinie

De één is aanbidder, de ander is slaaf

#MeToo De affaire rond recensent Arjan Peters is een storm in een glas water. Menselijke relaties zijn nu eenmaal ambigu, vindt .
Op het Boekenbal komen jaarlijks in Amsterdam schrijvers, uitgevers, recensenten en anderen uit het boekenvak samen.
Op het Boekenbal komen jaarlijks in Amsterdam schrijvers, uitgevers, recensenten en anderen uit het boekenvak samen. Foto ILVY NJIOKIKTJIEN/ANP

De eerste keer dat ik de naam Arjan Peters hoorde vallen was nog niet zo lang geleden, tijdens het (veel te prestigieuze) Dichtersbal van uitgeverij De Bezige Bij en nog een andere organisatie.

Ik trad er op tussen razend ambitieuze dichters, zingende kinderknaapjes en schrille travestieten, die laatsten waren stukken sympathieker dan de aanwezige dichters en gemakkelijker te benaderen dan de kinderknaapjes die vlug vlug werden weggevoerd van mij en van de decadente bacchanaliën door overbezorgde ouders en/of pooiers.

Van een van de minst antipathieke dichters kreeg ik te horen dat een zekere Arjan Peters haar had gemeld via een Facebookbericht dat hij lovend zou schrijven over haar jongste gedichten in Het Liegend Konijn. Ze zei het glunderend en met groot ontzag voor de man Peters, ik zei mat: „Proficiat”.

Het menselijk verkeer: pervers, complex, genuanceerd. Te moeilijk voor Twitter, en te langdradig voor de krant

Mat, omdat ik niet wist dat die Arjan Peters literatuurrecensent is van de Volkskrant, en omdat ik het nieuwe Liegende Konijn nog niet had gelezen. Ook wel mat, omdat een recensie mij beloofd via mail (ik zit niet op Facebook) nooit het hoogtepunt van mijn dag zou kunnen zijn. Bovenal mat, omdat ik vanuit Brugge met de trein er zes uren over had gedaan om Amsterdam te bereiken, en omdat de mij beloofde drinkjetons behoorlijk lang op zich lieten wachten. De jetons kwamen, en toen ze kwamen was het een hoorn des overvloeds, en bijgevolg herinner ik me erg weinig van het Dichtersbal.

Kwade geliefde

Ik herinner me het wakker worden in de hotelkamer en een kwade geliefde met gekruiste armen op het bed; hij herinnerde zich net iets te veel.

De terugreis werd een pijnlijke bedoening, gelukkig kreeg ik opium van een joviale boomchirurg die zag dat ik het nodig had op het perron van Breda.

Terug naar Arjan: een beetje later schreef hij een vernietigend stuk over mijn gedicht De Borsten en de Leeuwentemmer. Of dat iets te maken had met mijn optreden op het Dichtersbal weet ik niet.

Ik weet alleszins dit: ik heb daar schaamteloos geflirt, en ik kan me niet voorstellen dat ik hem als enige zou hebben afgewezen.

Conclusie: hij haat dat gedicht hartsgrondig. En aangezien ik hem niet ken kan ik daar goed mee leven; mij daar comfortabel bij neerleggend als een luxueus zonnebadende kat die trots haar aarsje toont aan de wereld.

Ik heb wel gepolst bij enkele Hollandse vrienden: wie is die Arjan Peters?

Weinig vriendelijke karakterbeschrijvingen volgden. Maar ja, ik maakte de fout om de vraag te stellen aan gefrustreerde Hollandse schrijvers. Van diezelfde gefrustreerde kleinzielige Hollandse schrijvers krijg ik nu berichten doorgestuurd over ‘de val’ van Arjan Peters. Ze gaan er blijkbaar van uit dat ik wrokkig ben en dat zijn kastijding mij deugd zal doen.

Ik ben inderdaad een wrokkige mens, maar toch niet over zoiets onbeduidends als een venijnige recensie (over een enkel gedicht nota bene, niet eens over een volledige bundel)?!

Uithuilen

De val van Arjan Peters: hij was zo galant om een schrijver uit te nodigen met hem te gaan lunchen. De zotte (en blijkbaar stinkend rijke, of extreem integere) schrijver (v) sloeg de lunch af en ging op de schouder van schrijver Wortel (v) uithuilen… een storm in een glas water was geboren.

Om fucking moedeloos van te worden!

Ik zal het nog één keer uitleggen: relaties zijn altijd ongelijkwaardig. De relatie tussen moeder en kind, tussen Jozef en de Farao, tussen Bogie en Bacall (zij droeg de broek, zoveel is duidelijk), tussen veelgeplaagde ezeldrijver en analfabetische jongenshoer, tussen bordeelhoudster en papegaaientemmer, tussen degenslikker en messenslijper, tussen acteur en regisseur, tussen schrijver en recensent, tussen mij en de bedeesde zeepzieder.

Lees ook: Het is lastig nee zeggen tegen de man die jouw boek gaat bespreken

Er is altijd een partij die meer hunkert, een partij die bereid is om meer offers te brengen, een partij die zich in meer bochten wringt, een partij die meer orale seks uitdeelt, meer tijd spendeert aan het uitzoeken van de juiste geschenken, meer droomt over de ander, meer ingewanden overheeft voor de ander, meer tranen… Er is altijd een partij die meer de aanbidder is, meer de slaaf.

En dan is er de andere partij die sterker is, eigengereider, koeler, de partij die zich rapper terugtrekt, rapper dreigt, rapper vertrekt, rapper zijn schouders ophaalt, rapper zijn dolk bovenhaalt, rapper zwaait met compromitterende foto’s en chantage.

Maar meestal is het iets daartussen; het menselijk verkeer: ambigu, pervers, complex, genuanceerd. Te moeilijk voor Twitter, en te langdradig voor de krant. Zie ook: Woody Allen.

Arjan Peters zal ongetwijfeld huiveren dat net ik (een bijzonder smakeloze, niet erg aantrekkelijke, en niet meer zo jonge dichteres) het voor hem opneem, maar beggars can’t be choosers.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.