Brieven

Brieven 2/6/2020

Arbeidsmigranten

Waar blijft de storm?

Mensonterend. Een ander woord heb ik niet voor de omstandigheden waaronder Roemeense migranten in de slachthuizen werken (De mannen en vrouwen die het vlees snijden, 28/5). Het onderzoek dat de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid instelde naar de woon- en werkomstandigheden van deze kwetsbare groep doet me denken aan de parlementaire enquêtecommissie die in 1887 uitgebreid rapportage deed over de ellendige situatie waarin de arbeidende klasse in de grotere steden van het land verkeerde. Toen riepen de verhoren en rapporten een storm van verontwaardiging en ongeloof op en leidden twee jaar later tot de eerste van een lange reeks arbeidswetten, om de meest kwetsbare groepen van die tijd te beschermen: vrouwen en jongeren. Het is te hopen dat het huidige onderzoek tot een soortgelijk resultaat leidt en de Nederlandse regering ertoe aanzet een actiever sociaal beleid te voeren.

Vleesindustrie

Wie heeft er wat aan?

De schandalige arbeidsomstandigheden van de migranten die in de slachthuizen werken zijn een symptoom van een veel groter probleem: de ongebreidelde vleesindustrie die een stevige positie heeft verworven in Nederland. We produceren veel meer dan we kunnen eten, het welzijn van dieren staat onder druk, de luchtvervuiling en stankoverlast in sommige gebieden is enorm, ecosystemen hebben zwaar te leiden, we importeren het voer ervoor uit gebieden die er bossen voor kappen, we exporteren het vlees en blijven met de mest zitten. En nu blijken de werknemers goedkope buitenlandse arbeidskrachten omdat Nederlanders dit smerige werk niet willen doen. Dus waar doen we het eigenlijk voor? Alleen de eigenaren en aandeelhouders worden hier beter van. Dit is een doorgedraaid systeem. We moeten zo snel mogelijk overstappen naar productie voor eigen behoefte in lokale kringloopsystemen met Nederlandse werknemers of op zijn minst buitenlandse werknemers die naar Nederlandse maatstaven worden behandeld.

Woningentekort

Niet langer wachten!

Veel arbeidsmigranten wonen hutjemutje op elkaar, volgens John Klijn, bestuurder voedingsindustrie bij FNV (Vleessector onder de loep om corona, 28/5). Nog veel erger: in Nederland wonen meer dan 40.000 inwoners op straat. Regeringen verzuimen keer op keer er iets aan te doen. Een ministerie van volkshuisvesting is ver te zoeken. Een minister doet het ‘er even bij’. Er zijn dringend meer dan 300.000 woningen nodig en er gebeurt niets. Geen partij brengt deze zaak als speerpunt naar voren. Schrijnend!

Coronaboetes

Onrechtmatig

In OM niet blij met oproep om boetes niet te betalen (26/5) staat dat twee Schiedammers, Lou van Rossum en Taco Nijman, die een boete kregen toen ze met zijn vieren op 1,5 meter afstand voor de deur een taartje aten, in verzet gaan tegen de strafbeschikking bij de officier van justitie. Het artikel betwijfelt of ze daar gelijk in krijgen. Immers gold volgens de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s een verbod op samenkomsten. Dit laatste is een misverstand.

De boetes zijn onrechtmatig, want er is geen bepaling van de noodverordening overtreden. Een samenkomst is in de noodverordening van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (waar Schiedam onder valt) omschreven als: openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, alsmede in vaartuigen, en samenkomsten buiten de publieke ruimte. Met zijn vieren buiten een taartje eten valt hier niet onder: bij ‘openbare samenkomst of vermakelijkheid als bedoeld in art. 174 Gemeentewet’ moet je denken aan een kermis of een voetbalwedstrijd; het taart eten gebeurde niet in een voor het publiek openstaand gebouw; en ook niet buiten de publieke ruimte.

Premier Rutte bevestigde in de persconferentie op 19 mei dat het nooit verboden is geweest om buiten te zijn in groepen van meer dan drie personen: „Daar zit geen strikte begrenzing op”, mits de afstandsregels worden nageleefd en het geen evenement wordt.


jurist bij Raad van State