Weer naar een klassiek concert: ‘Iedereen heeft dit zó gemist’

Reportage Eindelijk weer live muziek – hoe is dat na 2,5 maand? Eng, fijn en emotioneel bleek bij concerten door het Nederlands Kamerorkest en muzikantencollectief Splendor.

Concert van Vasile Nedea en Marieke de Bruijn in Splendor.
Concert van Vasile Nedea en Marieke de Bruijn in Splendor. Foto Andreas Terlaak

Een klas in afwachting van de schoolreisbus lijken ze, de dertig mensen die op maandagochtend reikhalzend klaar staan voor de Majellakerk in Amsterdam-Oost. Sinds 2012 is de kerk de thuisbasis van het Nederlands Philharmonisch Orkest/ Nederlands Kamerorkest, en die eigen basis blijkt ook nu een zegen: het orkest kan zelf concerten organiseren en repeteren wanneer het wil. „Eind juni gaan we ook voor dertig man publiek spelen in het Concertgebouw”, zegt orkestdirecteur Rob Streevelaar. „Een volledige symfonie, waarschijnlijk Schumann, met zeventig musici en waarschijnlijk onze chef-dirigent Marc Albrecht. De blazers mogen weer meedoen, werd dit weekend bekend. Alleen het hoe is nog zoeken.”

Ad Tiggelaar is een van de dertig gelukkigen die bij dit eerste concert zijn. Hij woont in de buurt, en reageerde meteen op de mailing van het orkest. „Ik mis live muziek erg”, zegt hij.

In de zaal krijg je een stoelnummer aangewezen, iets tussen één en dertig, alle plekken op 1,5 meter van elkaar – aan love-seats voor paren wordt niet gedaan. „We wilden eigenlijk om middernacht al starten, maar dat mocht niet”, zegt orkestdirecteur Streevelaar. „Nu is dit echt ons eerste concert. Heel symbolisch mogen we op Pinksteren weer communiceren in muziek – de taal die we allemaal verstaan.”

Een mevrouw, met rode ogen. „Het was heel mooi en heel emotioneel”

Maar hoe is dat, live muziek ervaren na een maandenlang luisterdieet? De acht musici uit het Nederlands Kamerorkest, verder uiteen opgesteld dan normaal, spelen eerst nog wat ingehouden, maar geven geleidelijk aan meer gas. Je ziet en hoort ze op elkaar reageren, je voelt hoe je eigen gedachten en gevoelens sneller en warmer gaan stromen. Oh ja, dít. Het is als het terugvinden van een verloren staat-van-zijn; toch weer anders dan je verwachtte en vreemd ontroerend.

Als de staande ovatie ertoe leidt dat de musici weer gaan zitten, verwacht men een toegift. Die komt niet. Concertmeester Gordan Nikolic: „Eh… dat we gaan zitten is protocol.”

Een mevrouw uit het publiek reageert met rode ogen. „Dank u wel”, zegt ze. „Het was heel mooi en emotioneel.”

Ook buiten is men stil. „Het was anders dan ik verwachtte”, zegt Betsy Dokter, ook uit de buurt. „Emotioneler, inderdaad.”

Estafette

Ook bij muzikantencollectief Splendor, gevestigd in een oud badhuis in Amsterdam-centrum, gaan maandag om twaalf uur ’s middags de deuren open. In groepjes van maximaal acht lopen de bezoekers een route van de ene nooduitgang naar de andere, onderweg horen ze twee concertjes van een kwartier. De estafette duurt tot tien uur ’s avonds en biedt zo plek aan totaal maximaal 250 bezoekers. De concerten verschillen steeds: de helft van de ruim vijftig Splendor-musici treedt op.

„Iedereen heeft dit zó gemist,” zegt Wilmar de Visser, contrabassist en oprichter van Splendor. „Een concert is muziek, maar het is ook een sociaal gebeuren.” Alsof iedereen ,”uit winterslaap” is gekomen, omschrijft zanger en Splendor-voorzitter Mattijs van de Woerd.

Lees ook: De musea zijn weer open

De kracht van Splendor, dat vorige maand de Innovation Award 2020 van het internationale klassiekemuziekplatform Classical Next kreeg toegekend, was altijd al de kleinschalige en flexibele omgeving, waarin musici eigen baas zijn en (onbezoldigd) ideeën uitproberen en ontwikkelen. Dat maakte het ook nu makkelijker om in te spelen op de maatregelen.

Zangeres Claron McFadden is gastvrouw, want zingen mag nog niet. Zij instrueert de bezoekers, informeert of er niemand verkouden is en laat de mensen naar binnen. Het programma is divers, de concerten intiem. Lonneke van Straalen speelt delen uit de Tweede vioolpartita van Bach: een hartverwarmende sensatie om weer een viool te horen van zo dichtbij. Cimbalomspeler Vasile Nedea en violiste Marieke de Bruijn spelen een tango, Roemeense dansen én Schuberts Ständchen. „Eng”, noemt De Bruijn het met een lach: „Het is echt weer wennen om voor publiek te spelen.”

Het Ruysdael Kwartet geeft een intense lezing van Beethovens Heiliger Dankgesang eines Genesenen, het derde deel uit opus 132. „Toepasselijk”, zegt primarius Joris van Rijn. ,,Zo voelt het voor ons ook, dit eerste concert na coronatijd.”

Het NedPhO/NKO blijft anderhalvemeterconcerten spelen, in de NedPhO-koepel en later weer in het Concertgebouw. Actuele info op orkest.nl. In Splendor zijn deze maand nog dertien ledenconcerten voor 25 bezoekers. Info:splendoramsterdam.com