De musea zijn weer open: ‘Heeft u wel een tijdslot?’

Reportage In heel het land gingen maandag musea weer open voor het publiek. Sommige met Ikea-achtige looproutes, andere zonder al te veel zichtbare aanpassingen. Het museumbezoek nieuwe stijl biedt rust en ruimte.

Museum Voorlinden in Wassenaar heeft de deuren weer geopend. Het museum was enkele maanden gesloten door de coronamaatregelen. Foto David van Dam
Museum Voorlinden in Wassenaar heeft de deuren weer geopend. Het museum was enkele maanden gesloten door de coronamaatregelen. Foto David van Dam

‘We stonden vanochtend echt te popelen om naar het museum te gaan”, zeggen Cor Brockhoven en Annelies den Ouden uit Zeist. „Het voelde als een schoolreisje. We hebben zelfs broodjes gesmeerd voor onderweg.” Ze waren de eerste bezoekers die deze ochtend om elf uur weer naar binnen mochten bij Museum Voorlinden in Wassenaar, dat net als alle Nederlandse musea sinds 12 maart gesloten was geweest vanwege het coronavirus.

„Het was fantastisch”, zegt het stel met een gelukzalige glimlach, als ze na anderhalf uur weer buiten staan. „We vonden het toch best spannend om weer naar het museum te gaan. Houden mensen wel voldoende afstand? Maar het viel heel erg mee. Iedereen hield rekening met elkaar. Voorlinden is een ‘happy place’, een soort oase, waar natuur en kunst met elkaar in balans zijn.”

Volgens het protocol van de Nederlandse Museumvereniging mogen musea per 1 juni één bezoeker per tien vierkante meter expositieruimte binnenlaten. Voorlinden, dat een oppervlakte heeft van 5.400 vierkante meter, heeft ervoor gekozen niet meer dan één persoon per vijftig vierkante meter toe te laten. Ieder kwartier mogen er 25 mensen naar binnen. Die bezoekers moeten vooraf een kaartje reserveren voor een tijdslot. En ze moeten zich online registreren, zodat bij een eventuele uitbraak van het coronavirus mensen getraceerd kunnen worden.

Museum Voorlinden heeft de deuren weer geopend. Foto David van Dam

Het museum zit daarmee op ongeveer dertig procent van de bezoekersaantallen van voor de coronacrisis. „Op een normale dag zouden er in Voorlinden vijfhonderd mensen door de zalen dwalen, nu zijn dat er maximaal honderdvijftig”, zegt directeur Suzanne Swarts. „We willen zo het gevoel van extra rust en ruimte bieden. De Voorlinden-ervaring moet blijven zoals het was.”

Het museum heeft om die reden ook vrijwel nergens strepen of pijlen op de vloer geplakt. De zalen zijn nog net zo wit, leeg en ruimtelijk als altijd. De enige zichtbare corona-aanpassing is het stijlvolle desinfectiezuiltje bij de ingang, dat je met je voeten kunt bedienen. Swarts: „Een voordeel is dat de route door ons gebouw sowieso al vrij dwingend is. Mensen lopen vanzelf de goede kant op.”

Veel bezoekers zijn op deze eerste dag speciaal vanwege die rust en ruimte naar Voorlinden gekomen. „Het is de hele entourage”, zegt Marianne Kos uit Amstelveen, die met haar vriendin Tineke de Graaff uit Den Haag ook een kaartje heeft bemachtigd voor het eerste tijdslot van elf uur. „Zodra je de oprijlaan van het landgoed oprijdt, ben je in een andere wereld. Toen premier Rutte twee weken geleden zei dat de musea weer opengingen, heb ik direct kaarten besteld om dat te vieren.” Ze hebben het museumbezoek de afgelopen maanden „verschrikkelijk gemist”, zeggen de vriendinnen. „Ik heb wel online kunst gekeken, maar het nadeel is toch dat anderen dan bepalen waar je naar kijkt.”

Anne Frank Huis

Ook elders in het land genieten museumbezoekers van de relatieve rust die dit museumbezoek-nieuwe-stijl hen biedt. Zoals bij het Anne Frank Huis in Amsterdam, waar op topdagen de rijen tot over de Westermarkt liepen. Nu de toeristen thuisblijven, zijn het vooral Nederlandse gezinnen en stellen die staan te wachten. Een Duitssprekende familie die vraagt of ze nog een kaartje kunnen kopen, krijgt nul op het rekest. De tijdsloten voor de komende week – zo’n acht bezoekers per vijftien minuten – zijn allemaal uitverkocht.

Voor de ingang staat een hyperenthousiaste museummedewerker tussen vier oranje kegels op anderhalve meter afstand. Iedere bezoeker krijgt het verzoek om de handen te desinfecteren en de vraag of ze covid-klachten hebben. Indien niet, wenst ze hen een geweldig bezoek en benadrukt ze hoe bijzonder dit moment is.

In het museum zelf is ogenschijnlijk niets veranderd. Bij drukke punten als de vestiaire en bij de vitrines waar je de originele dagboeken kunt bekijken, zijn pijlen en lijnen aangebracht op de vloer. Ook in de kleine kamertjes van het Achterhuis houdt iedereen braaf afstand. En soms heb je de ruimtes zelfs even voor jezelf – een unieke ervaring, die een veel diepere impact heeft dan als ze gevuld zijn met toeristen. „Een buitenkans”, zegt ook Judith van den Berg uit Zaandam. „Ik wil het Anne Frank Huis al jaren bezoeken, maar voor de sfeer is het niet goed dat het bomvol toeristen zit die selfies maken.”

Kunstmuseum

Het Kunstmuseum in Den Haag is deze maandag eveneens volgeboekt, en toch zijn de zalen bijna leeg. Voorheen waren er bij topdrukte wel eens 5.000 bezoekers op een dag. Nu hanteert het Kunstmuseum een limiet van 500 kaarten per dag. Je kunt kiezen uit twee looproutes: Route Mondriaan of Route Berlage. Van de route afwijken of tussendoor wisselen is uit den boze. Beide routes zijn zo opgesteld dat „het gevoel van dwalen door het gebouw zoals de architect H.P. Berlage dat bedoeld heeft, overeind blijft”. De routes zijn subtiel maar duidelijk met stickers op de muren aangegeven. Daarnaast staat bij elke zaal hoeveel mensen er maximaal tegelijk in mogen: twee personen in de kleine kabinetten en vier tot acht in de grotere zalen.

Lees ook: Weer naar een klassiek concert

Halverwege dient het museumcafé in de tuinzaal als rustpunt. Maar echt lang kun je daar als bezoeker niet neerstrijken, want je mag maximaal twee uur in het museum verblijven. Als je te lang blijft treuzelen, word je vriendelijk verzocht de route te vervolgen.

Niet alle bezoekers kunnen geduld opbrengen voor de opgestelde regels. Een man van middelbare leeftijd stapt stevig door terwijl de suppoost bij de ingang hem tot stilstand probeert te manen: „Heeft u wel een tijdslot?!”. „Ja hoor, ik heb het alle twee: een museumkaart en een tijdslot”, roept de man voordat hij verder draaft en een mopperende opmerking wegslikt.

In het Groninger Museum intussen, voelt het alsof je er buiten openingstijd rondloopt. Er is meer personeel dan dat er bezoekers zijn. Per tijdslot van een half uur mogen vijftien mensen naar binnen. Eenmaal binnen ben je vrij om te blijven zolang je wilt. De looproute is aangegeven met grote pijlen op de vloer, die door de huisdesigner van het museum zijn ontworpen – duidelijk en niet storend. Zo moet je gedwongen het hele museum door, er zijn geen afsnijroutes zoals in de IKEA, en kom je ook weer eens langs de vaste collectie, die veel bezoekers normaal vaak overslaan.

Stedelijk

Bij het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn zelfs een soort rotondes aangebracht als sticker op de vloer, om bezoekers in de grotere ruimtes in goede banen te leiden. Ze lijken wat overbodig, want met maximaal 25 bezoekers per kwartier in het hele gebouw moet je echt je best doen om elkaar tegen te komen. Wie het liefst wil dwalen door het labyrintisch opgezette Stedelijk Base – de vaste museumcollectie – kan gerust zijn: hier ontbreekt nog steeds iedere richtingaanwijzing. Het drukst is het bij de tijdelijke tentoonstellingen, bijvoorbeeld over mediakunstenaar Nam June Paik.

Lees ook: Nam June Paik maakte van tv meditatieve kunst

Verderop aan het Museumplein hebben bezoekers van de tentoonstelling Caravaggio – Bernini in het Rijksmuseum minder bewegingsruimte. In de smalle doorgangen tussen de tentoonstellingszalen hopen zich regelmatig bezoekers op. „Je merkt dat deze expositie vóór corona is ontworpen, als ze het nu zouden maken, zou het er heel anders uitzien”, denkt Patricia Fijneman uit Amsterdam. Samen met Erik Wiersma bezoekt ze het Rijks, ze wonen samen om de hoek. Het Rijksmuseum laat dagelijks tweeduizend bezoekers binnen, eenvijfde van de normale capaciteit. „Het is drukker dan ik vooraf had gedacht”, zegt Wiersma. „Maar onveilig voelen we ons niet. Mensen geven elkaar expliciet de ruimte, niemand staat te dringen. Ik hoop dat we dat nieuwe fatsoen ook na de crisis behouden.”

Met medewerking van Milo Vermeire, Sabeth Snijders, Bert Nijmeijer en Thomas van Huut.