Reportage

‘Fuck the police, fuck the pigs.’ In Minneapolis wordt de politie vervloekt

Politiegeweld In het epicentrum van de onrust vertellen bewoners dat ze banger zijn voor hun ‘eigen’ politieagenten dan voor wie dan ook. De politie houdt hen gevangen in hun eigen buurt, zeggen zij. „Ze zijn een bezettingsmacht.”

Demonstranten op de vlucht voor de State Patrol in Minneapolis, afgelopen zondag. In de stad is het al zes dagen op rij zeer onrustig.
Demonstranten op de vlucht voor de State Patrol in Minneapolis, afgelopen zondag. In de stad is het al zes dagen op rij zeer onrustig. Foto Kerem Yucel/AFP

Onder de bewoners van Minneapolis gaat een filmpje rond van een buurtbewoonster. Ze staat in de schemering op haar veranda te filmen als een colonne agenten in draf de straat inkomt. „Kijk nou”, zegt ze verrast. „Ga je huis in”, brullen de agenten. Zij betrekt het bevel niet op zichzelf en blijft filmen en babbelen. Een paar seconden later roept een agent: „Light ’em up”, en dan schieten ze met rubberkogels op de vrouw.

Als je bewoners in het epicentrum van de onrust van de afgelopen week vraagt voor wie ze het meest bang zijn, dan zeggen ze niet de demonstranten („helemaal niet!”), ook niet de radicaal-linkse activisten („die proberen we te steunen”) en zelfs niet de racistisch-rechtse agitatoren die zich onder hen hebben gemengd. Ze zijn het meest bang voor hun eigen politie, banger nog dan voor de gemobiliseerde militairen van de Nationale Garde met hun zware legeruitrusting. „De politie van Minneapolis is een bezettingsmacht”, zegt Sam Gould in de tuin van zijn huis aan Elliot Avenue.

De demonstraties en de rellen in Minneapolis, die in de loop van de week oversloegen op andere steden in de Verenigde Staten, begonnen bij het optreden van de MPD, de Minneapolis Police Department. Maandag hielden vier agenten George Floyd aan die met een vals biljet van twintig dollar zou hebben betaald. Op filmpjes is te zien hoe ze aan hem trekken en sjorren tot hij uit zijn auto komt. Ze smijten hem op de grond, waarna drie agenten op hem gaan zitten, een van hen plaatst zijn knie op de nek van Floyd. We horen zijn gekerm. „Ik kan niet ademen. Mamma!” We horen smeekbeden van omstanders. En we zien de agent schijnbaar zonder emotie blijven zitten. Negen minuten lang, en dan is Floyd dood.

De politie van Minneapolis wordt in alle toonaarden vervloekt bij demonstraties. Fuck the police! Fuck 12! Fuck the Pigs! Toen gouverneur Tim Walz van Minnesota zaterdag tijdens een persconferentie uitlegde waarom de autoriteiten van Minneapolis in eerste instantie ruimte leken te geven aan de demonstranten, ook toen er branden werden gesticht en winkels werden geplunderd, zei hij: „De protesten zijn ontstaan door excessief politiegeweld, dan laat je niet de politie meteen keihard optreden om ze de kop in te drukken.”

Somalische buren

Sam Gould, boekverkoper en organisator van literaire evenementen, legt uit hoe de politie zich van de stedelingen heeft vervreemd. „Ze rijden rond in hun auto’s met van die zware platen en daar komen ze niet uit. Ga hier op de hoek van onze straat staan en ik garandeer je dat er binnen drie minuten een politieauto langs komt, op zoek naar mensen die ze kunnen lastigvallen. Dat doen ze niet in rijke, witte buurten, maar wel hier. Die manier van surveilleren komt neer op het gevangen houden van mensen in hun buurt.”

Hij wenkt Tom en Jessica Mueller, zijn overburen in de lommerrijke straat met zijn karakteristieke houten huizen met veranda’s. Zij vertellen dat ze op zaterdag na het ingaan van de avondklok, die sinds vrijdag is ingesteld, de Somalische buren hoorden thuiskomen, die net een dag in de straat wonen (Elliot Avenue is een zeer diverse straat). Ze waren op weg naar huis door politieagenten tegengehouden en die hadden met rubberkogels op hen geschoten. De ruit aan de passagierskant was gebarsten, de vrouw bloedde in haar gezicht.

Als je drie minuten buiten staat, komt de politie je lastig vallen. Dat doen ze niet in rijke, witte buurten.

Sam Gould boekverkoper

De bewoners van Elliot Avenue hebben zich goed georganiseerd. Ze hebben een brandweerploeg, iemand voor de communicatie en het huis van Tom en Jessica Mueller is ingericht als medische post.

Zaterdagnacht, na het incident met de Somalische buren, holde Jessica Mueller naar een door een rubber kogel gewonde man die verderop in de tuin van een huis was gelegd. Uiteindelijk werd hij door een ambulance opgehaald. Toen Mueller wilde teruglopen, kwam net een colonne gepantserde voertuigen de straat in, en ze verstopte zich in een van de tuinen. Haar man was ongerust en riep tegen de gardisten: ,,Luister, hier loopt ergens een blonde vrouw, zij is een verpleegkundige. Schiet alsjeblieft niet op haar.”

Lees ook: In Minneapolis stikt het van de ‘onbekenden’

Betekent dit dat zij banger zijn voor de politie dan voor de activisten? „Nou en of”, zegt Jessica Mueller. Voor hun ‘eigen’ politie? De MPD ís niet van ons, zegt Sam Gould, „ze hadden evengoed van Mars kunnen komen. Vrijwel geen van hen woont hier, ze wonen allemaal in buitenwijken.” De lokale publieke omroep zocht het in 2015 uit en vond dat slechts 5,4 procent van de agenten van het stedelijke korps in Minneapolis zelf woonde - bovengemiddeld laag voor Amerikaanse begrippen.

Kippengaas

Tal van straten in de binnenstad zijn afgezet met barricades van vuilnisbakken, omleidingsborden en kippengaas. Daarachter staan buurtbewoners te patrouilleren. Na de hevige rellen van donderdag en vrijdag waarbij vrijwel alle winkels van East Lake Street in vlammen opgingen, hebben de buurtbewoners zich verenigd om het gevaar buiten te houden. „Op de gemeente, de brandweer of de ambulances hoeven we niet te rekenen. Ze komen gewoon niet. We staan er alleen voor”, zegt Stephanie Reinitz op Columbus Avenue.

Vrijdagnacht stond het winkelpand op de hoek van haar straat in brand. Alle huizen in dit rijtje zijn van hout en de vlammen sloegen over. „We hebben de brandweer gebeld, maar die zeiden elke keer dat ze onderweg waren. We hebben het zelf moeten doven.”

Een grote demonstratie in Minneapolis, zondag. Foto Lucas Jackson/Reuters

Op Lake Street stond een stapel pallets tussen twee winkelpanden te branden. Een groep van zo’n tien, twaalf buurtbewoners stond het in de gaten te houden. Reinitz: „Er stopten twee politieauto’s. Die agenten waren heel beleefd. Daarna stopten nog twee politieauto’s, agenten stapten uit met geweren in de aanslag. Ze gilden naar iemand die langs fietste, ze schoten op auto’s waardoor banden met een knal ploften. Ze waren doodsbang, ze gedroegen zich alsof ze onder vuur lagen. Wij probeerden kalm te blijven en zeiden tegen hen: wees niet bang, doe rustig aan.” Zij bleef daar, zegt Reinitz, en begon met haar telefoon te filmen. „Dat deed ik omdat er ook niet-witte buurtbewoners stonden. Ik was bang dat de politie hen meteen op de korrel zou nemen zodra wij weg zouden gaan.”

Bij alle paniek en verwoesting is er een lichtpunt, zeggen buurtbewoners. Ze hebben elkaar beter dan ooit leren kennen en gezien wat ze aan elkaar hebben. Gould riep zaterdag en zondag buurtgenoten op te vergaderen in Powderhorn Park. Er kwamen elke keer duizend mensen. „We hebben er onderling taken verdeeld.”

Sinds vrijdag zijn er ook steeds meer mensen die overdag naar de verwoeste straten komen om te helpen schoonmaken. De bezem is een symbool van beschaving geworden. Her en der knielen mensen met vuilniszakken en tuinhandschoenen om vuil te verzamelen. Tientallen mensen lopen met stoffer en blik over Lake Street en Chicago Street. „Ik heb steeds een zinnetje van burgerrechtenactiviste Grace Lee Boggs in mijn hoofd”, zegt Sam Gould. „Wíj zijn de leiders op wie we hebben zitten wachten.”

Lees ook: Het gif van de achterdocht is in de demonstraties geslopen