Analyse

Trump houdt toespraak over geweld, maar zwijgt over racisme

Protesten in de VS De gewelddadige uitbarstingen zijn een nieuwe aanslag op de toch al gespannen zenuwen van een land in verkiezingstijd.

Een groep agenten voert een charge uit tegen betogers voor het Witte Huis. Duizenden manschappen van de Nationale Garde probeerden afgelopen uren in verschillende steden in de VS de orde te handhaven.
Een groep agenten voert een charge uit tegen betogers voor het Witte Huis. Duizenden manschappen van de Nationale Garde probeerden afgelopen uren in verschillende steden in de VS de orde te handhaven. Foto Samuel Corum/AFP

De president heeft gesproken, eindelijk. Een week lang trilden de Verenigde Staten onder de protestmarsen tegen structureel racisme en politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. Maandag hield president Trump dan een korte toespraak. Die ging niet over racisme of politiegeweld, alleen over de uitwassen van de protesten daartegen. Trump beloofde het leger in te zetten tegen Amerikaanse burgers als de plaatselijke bestuurders de orde niet kunnen handhaven. ,,Ik ben uw president van law and order.”

Eerder sprak Trump al zijn afschuw uit over „het domineren van de straat” door betogers. Dat hij vindt dat het anders moet, bleek maandagavond. Duizenden agenten en militairen grendelden de wegen naar het Witte Huis af. Demonstranten werden met traangas en knalexplosieven verjaagd. Zo kon de president voor enkele nieuwscamera’s een uitstapje wagen naar de St. Johanneskerk tegenover het Witte Huis, waar hij volgens Amerikaanse media vrijdag nog in de bunker schuilde. Nu poseerde hij met een bijbel in de hand. Eén straat verderop werden vredelievende demonstranten aangehouden, omdat zij na de avondklok nog op straat waren.

Amerikaanse media berichtten dit weekend dat sommige adviseurs van de president hem hadden gemaand de natie vaderlijk toe te spreken, maar dat anderen hem tegen zijn eigen instincten probeerden te beschermen. Uit de vijf minuten durende toespraak blijkt dat Trumps instincten hebben geprevaleerd. Hij was aanvallend, richtte zijn pijlen op „sommige gouverneurs” (lees: Democraten) en op „anarchisten”, „Antifa en anderen” (lees: linkse relschoppers). Hij somde een reeks van gewelddadigheden rond de demonstraties op. „Dat is geen vreedzaam protest, dat is binnenlandse terreur.”

Geen rassenstrijd

De dood van de zwarte George Floyd in Minneapolis vorige week maandag heeft in het hele land demonstranten de straat op gedreven. En waar de protesten in Amerikaanse media al worden vergeleken met die van 1968, na de moord op Martin Luther King, springt het grote verschil direct in het oog. Ditmaal wordt niet alleen gedemonstreerd door burgers met een Afrikaans-Amerikaanse achtergrond. De protestmarsen hebben alle kleuren.

De dood van Floyd raakt een snaar die in de VS altijd gespannen staat. Maar hier wordt geen rassenstrijd gevoerd. Zelfs op het doorgaans automatisch naar wit Amerika buigende Fox News wordt serieus aandacht besteed aan het structurele karakter van politiegeweld tegen zwarte burgers. De Amerikaanse politie schiet jaarlijks ongeveer evenveel ongewapende witte als zwarte mensen dood – maar er wonen zes keer zoveel witte als zwarte mensen in de VS. Wie dacht dat dit toeval is, hoeft alleen de gevangenispopulatie maar te bekijken: relatief komen daar vijf keer zo veel zwarte als witte veroordeelden terecht.

De rouw om Floyd en de woede om de onderliggende structuren van ongelijkheid, worden breed meegevoeld en begrepen. Maar na de gewapende protesten tegen de coronamaatregelen zijn deze soms gewelddadige uitbarstingen een nieuwe aanslag op de toch al gespannen zenuwen van een land in verkiezingstijd.

Misselijkmakend

Beide partijen in de verkiezingsrace proberen de onrust in hun agenda te passen. Voor de Democratische Partij en haar waarschijnlijke kandidaat Joe Biden staat het tegengaan van racisme voorop. Zij zeggen dat bij hen de strijd tegen ongelijkheid in de beste handen is. De scepsis daarover onder de betogers lijkt vrij algemeen: Biden heeft geen reputatie als groot hervormer.

De Republikeinen en Trump concentreren zich op de ordeverstoringen. Maandag, voordat hij zijn toespraak hield, sprak de president telefonisch met alle gouverneurs. „Je moet domineren”, zei Trump, „anders lopen ze over je heen en zie je d’ruit als een stel zakkenwassers.” Daar is ineens weer een parallel met 1968: dat roerige jaar won Republikein Richard Nixon de verkiezingen met de belofte van law and order.

Ja, Trump heeft zijn medeleven betuigd met de nabestaanden van George Floyd. Maar de diepere maatschappelijke oorzaken van diens „misselijkmakende” dood blijven kennelijk een te lastig onderwerp. Trump heeft in het verleden meermaals machtsvertoon van racistisch-rechtse groepen vergoelijkt. Het is een groep die hij niet graag van zich vervreemdt. Het was een verontrustend moment in zijn toespraak toen hij beloofde de rechten van oppassende burgers te zullen verdedigen en slechts één recht specifiek noemde: het recht van burgers om wapens te dragen. De bedekte hint naar eigenrichting die daaruit spreekt, is wat in activistentaal een „hondenfluitje” heet: een geluid dat alleen wordt opgevangen door degene voor wie het is bedoeld. Hetzelfde geldt voor het bijbelzwaaien voor de kerk. Trump bediende maandagavond weer eens de in alle opzichten harde kern van zijn aanhang en ging voorbij aan de kiezers in het midden.

Zo wankelt Amerika naar de verkiezingen. Met een president die publiekelijk met geweld flirt, maar door de geheime dienst uit voorzorg naar de beveiligde kelder onder het Witte Huis werd geleid. En een oppositieleider, Joe Biden, die vanuit de tot tv-studio omgebouwde kelder van zijn eigen huis een zwakke stem is in het debat.

Deze analyse is dinsdagochtend geactualiseerd