We Are One: de pandemie te lijf met mondiaal filmfestival

Filmfestival (online) Voor het eerste werken alle grote internationale filmfestivals samen. We Are One is deze week een online festival om geld op te halen voor de bestrijding van de coronacrisis. Weinig bekende films, wel veel bijzondere.

‘Crazy World’, gemaakt in Wakaliwood (het Hollywood van Oeganda) is te zien op het online filmfestival We Are One.
‘Crazy World’, gemaakt in Wakaliwood (het Hollywood van Oeganda) is te zien op het online filmfestival We Are One. Foto Weareoneglobalfestival.com

In twee maanden tijd een filmfestival op poten zetten. Dat is wat Jane Rosenthal en acteur Robert de Niro de afgelopen maanden hebben gedaan. Natuurlijk, ze hadden wat ervaring met het oprichten van festivals in crisistijd. Kort na 9/11 begonnen ze Tribeca om na de aanslagen op de Twin Towers een sfeer van saamhorigheid te creëren. Bijna 20 jaar later is het na Sundance de tweede grote showcase voor onafhankelijke Amerikaanse films en VR-producties in de VS.

Dus toen Rosenthal en De Niro begin april moesten besluiten editie 2020 uit te stellen, lag de oplossing voor de hand: een ander festival verzinnen. Een online variant, maar niet zomaar eentje. Ze klonken er tijdens de Zoom-persconferentie afgelopen week nog een beetje beduusd van: ze besloten twintig andere festivals te vragen mee te doen en er een fundraiser van te maken.

Baken van kunst en hoop

Zo was We Are One geboren. Videoplatform YouTube stelde bandbreedte beschikbaar. De honderd korte en lange films, fictieverhalen en documentaires, VR-producties en webseries die tot 7 juni zijn te zien werden aangedragen door de programmeurs van Cannes tot Venetië en Rotterdam tot Sarajevo. Dat laatste festival werd in 1995 om vergelijkbare redenen opgericht, vertelde Head of Industry Jovan Marjanovic tijdens diezelfde persconferentie: als baken van kunst en hoop tijdens het beleg van de stad gedurende de oorlog in voormalig Joegoslavië.

En zo werd We Are One een symbolische dubbelklapper: een gebaar van verbondenheid, met een mondiaal filmfestival de pandemie te lijf en ondertussen iets bijdragen aan de WHO, UNHCR en andere goede doelen die helpen de coronacrisis te bestrijden. De films zijn gratis. Een doneerknop laat het aan de kijker over of hij iets wil bijdragen. De teller staat op het moment van schrijven op 10.000 dollar.

Air Conditioner is te zien op het online filmfestival We Are One.

Foto Weareoneglobalfestival.com

Of dat veel of weinig is, is moeilijk te beoordelen. Het online festival kampte met nogal wat opstartproblemen. Het programma kwam laat rond, er was dus weinig tijd om aandacht te genereren, terwijl de filmpers ondertussen lamenteerde over de Wes Andersons en andere grote titels die niet te zien waren door het afblazen van Cannes. Hoewel dat festival meedoet aan We Are One is een link naar dat festival nergens op de site van Cannes te vinden. Hét nieuws op de homepage is dat deze week de selectie bekend wordt gemaakt van de films die dus niet op het festival draaien, maar wel het Cannes-label hebben verdiend. Tot zover de solidariteit.

Lees ook De exitstrategie van de filmwereld

Daaruit blijkt ook dat festivals eigenlijk helemaal niet zo bedreven zijn in publiciteit maken voor films die niet tot de mainstream van hun eigen programma behoren. Dat de grote films niet bij We Are One te zien zijn is overigens geen inhoudelijke, programmatische keuze, maar eentje die met sales en rechten te maken heeft.

Gek en grillig

Wat je bij We Are One wél kunt zien is helemaal niet zo gek. Wel een beetje gek misschien, want wat ongewoner, grilliger of minder ingeburgerd. Cameron Baily van het Filmfestival Toronto, dat voor september een mix van een digitaal en een live festival voorbereidt, vatte zijn keuzes als volgt samen: „Toronto wordt meestal gezien als de start van het Noord-Amerikaanse prijzenseizoen. Maar de films die we hebben uitgekozen weerspiegelen de diversiteit van onze programmering.”

En dat geldt voor de hele line-up van We Are One. In het geval van Toronto bijvoorbeeld de knotsgekke Oegandese knokfilm Crazy World (2019): „Chuppa Li meets Bruce U, 2 Wakaliwood suppastars in one action movie”.

Of het surrealistische Air Conditioner (2010) van het Angolese filmcollectief Fradique, dit jaar een van de hoogtepunten van het IFFR-programma rondom collectief filmmaken. Het bizarre verhaal over airconditioners die uit de lucht vallen en een complot rondom tijdmachines dat uiteindelijk een slimme sociale parabel blijkt te zijn, net zoveel Back to the Future als Bamako.

Postkoloniale spookromance

En er zijn pareltjes, vooral onder de kortfilms, zoals Forever’s Gonna Start Tonight uit 2011 van Eliza Hittman, wier hartverscheurende abortusfilm Never Rarely Sometimes Always later dit jaar in roulatie gaat. Of Atlantiques van de Frans-Senegalese filmmaker Mati Diop, wier eerste lange speelfilm Atlantique, een prachtige postkoloniale spookromance, nu de bioscopen weer opengaan hopelijk weer onder de aandacht van het publiek kan worden gebracht.

De korte animatiefilm And Then the Bear (2019) van Agnès Patron heb ik de afgelopen dagen wel drie keer bekeken. Je blijft betekenissen ontdekken in de simpele krijttekeningen die zachtjes waaien en wuiven. Misschien is het een Freudiaans verhaaltje over kinderjaloezie, een Oedipus-variatie over een jongetje in wie een destructieve pijn ontbrandt op het moment dat hij zijn moeder in de armen van een man ziet. Misschien is het een reflectie op rebellie, op hoe in elke nieuwe generatie een bijna ontembare blinde drift ontvlamt om een einde te maken aan het oude en hun plaats in de wereldorde in te nemen. Misschien gaat het over oorlog. En over verraad.

En heel misschien ontsteekt in al die duistere motieven en associaties ook iets van een grote poëtische schoonheid en onvermijdelijkheid. And Then the Bear doet uiteindelijk vooral denken aan de regels van Oostenrijkse dichter Rainer Maria Rilke in zijn Elegieën van Duino (1923) waarin hij schrijft dat schoonheid niets anders is dan „het begin van de verschrikkingen die we nauwelijks in staat zijn te verdragen”. Misschien zijn het soms juist wel de meest mysterieuze films en gedachten die het meeste troost bieden. Omdat we ze zonder woorden begrijpen.