Eet, dan kun je niks vragen

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 12
Foto Wai Chan en Getty Images

‘Papa en ik voeren gewoon even een gesprek, je hoeft niet altijd alles te weten”, zeg ik iets venijniger dan ik zou willen tegen onze dochter. Mijn man en ik overleggen hoe we om willen gaan met de versoepeling van de coronamaatregelen. „Maar ik wil gewoon weten waar jullie het over hebben”, sputtert ze tegen. Ik heb direct spijt en voel de woorden „je hoeft niet altijd alles te weten” nabranden op mijn lippen. Het zijn woorden die ik vaker dan me lief is heb gehoord. „Je hoeft niet altijd alles te weten”, zei mijn moeder toen ik jaren geleden door bleef vragen wat mijn opa van vaderskant nu precies voor werk had gedaan. Hij zou druiven hebben verbouwd in de buurt van het stadje waar een groot deel van de familie nog steeds woont. Op vakantie in Marokko had ik geruchten over een wijngaard gehoord en daar wilde ik meer van weten.

Terwijl ze de maaqouda, een soort beignets van aardappelpuree, in de olie laat glijden probeer ik het nog eens. „Maakte opa vroeger wijn?” vraag ik haar op de man af. Ze zucht diep en ik besef: zuchten is geen weigeren en dus vraag ik door: „Voor wie werkte hij? Wat was zijn taak? Bestaat de wijngaard nog steeds?” Deze keer werkt mijn vragenvuur wel.

Mijn opa werkte inderdaad op een wijngaard. Hij zou opzichter zijn geweest, vertelt ze. Bovendien zou een groot deel van de familie ten tijde van het Franse protectoraat op het land hebben gewerkt, tegen een karige financiële vergoeding. „Zijn baas werd de Duitser genoemd.” Toen Marokko weer autonoom werd, is de wijngaard overgenomen door het nieuw opgerichte staatsbedrijf SODEA. De wijk waar de boeren woonden kreeg de bijnaam ‘douar SODEA’.

De afgelopen jaren was het stadje veelvuldig in het nieuws. Alle sloppenwoningen zijn er geruimd, de bewoners kregen appartementen toegewezen in het uit de grond gestampte nabijgelegen Tamesna. (Bij de oplevering ging nogal eens iets mis: sommige woningen hadden geen dak, bij andere woningen ontbraken de deuren.) Alleen de inwoners van de wijk SODEA tekenden protest aan tegen de gedwongen verhuizing. Niet omdat hun huidige woningen zo fantastisch waren, maar omdat ze het land van hun voorouders niet wilden verlaten om driehoog achter te gaan wonen. „Jullie zijn wel verhuisd naar driehoog achter”, zeg ik pestend. „Wat zou opa daarvan hebben gevonden?’”

„Hier, eet alsjeblieft wat”, antwoordt mijn moeder terwijl ze me een heet gebakken bolletje toeschuift. „Als je je mond vol hebt, kun je geen vragen meer stellen.”