Recensie

Recensie Beeldende kunst

Weefkunst is al vier eeuwen Frans cultureel erfgoed

Tapijtkunst De Kunsthal toont de collectie moderne wandtapijten van de Parijse Manufacture des Gobelins. Hedendaagse kunstenaars blazen deze klassieke kunstvorm nieuw leven in, met dank aan de Franse staat.

Le Corbusier, De vrouw en de smid, 1967. Manufacture de Beauvais, wol, 217 x 362 cm. Collectie Mobilier national © Fondation Le Corbusier, c/o Pictoright Amsterdam 2019
Le Corbusier, De vrouw en de smid, 1967. Manufacture de Beauvais, wol, 217 x 362 cm. Collectie Mobilier national © Fondation Le Corbusier, c/o Pictoright Amsterdam 2019 Foto Isabelle Bideau

Ze zijn perfect op maat voor de nieuwe regels in musea, de reusachtige wandkleden van Pablo Picasso, Joan Miró, Le Corbusier en Louise Bourgeois. Dankzij hun formaat is er voldoende ruimte in de expositie Extra Large om de anderhalve meter tussen bezoekers in acht te nemen. De vaak drie bij vier meter strekkende weefsels behoren tot de Mobilier National, het roerende erfgoed van Frankrijk. Onderdeel daarvan is de Manufacture des Gobelins, het laatste atelier ter wereld waar deze tapisseries volledig handmatig worden geweven. Dat begon vier eeuwen geleden in de kelders van het Louvre, destijds het koninklijk paleis. Dankzij hun verfijnde weeftechniek en imposante formaat waren deze gobelins toen gewilder dan schilderijen.

Joan Miró, Compositie No.1, Vrouw bij de spiegel, 1966. Manufacture des Gobelins, wol, 306 × 455 cm. Collectie Mobilier national © Succession Miró, c/o Pictoright Amsterdam 2019 Foto Mobilier national

Al eeuwen fungeren de wandtapijten als paradepaardje en propaganda van de Franse cultuur – tot op de dag van vandaag. Het weefatelier werkt uitsluitend in opdracht van de Franse staat, die de mecenaatsrol na de Franse Revolutie overnam van het geliquideerde koningshuis. De tapisseries pronken in Franse overheidsgebouwen en ambassades in binnen- en buitenland, vertelt Lucile Montagne, inspectrice van de roerende collecties en de nationale weefateliers. Steeds werden opdrachten gegeven aan eigentijdse bekende schilders, zoals aan Francois Boucher in de achttiende eeuw en aan Gustave Moreau honderd jaar later. Maar steeds vaker klonk het verwijt dat de kleden niet meer waren dan een imitatie van schilderijen.

Propaganda

Rond de wereldoorlogen werden de gobelins ingezet als propagandamiddel. Maarschalk Pétain – van het pro-Duitse Vichy-régime – liet zich als held te paard vereeuwigen. Ook nazi-kopstuk Hermann Göring, een onverzadigbare verzamelaar, gaf direct na de verovering van Parijs in 1940 opdracht voor een klassiek historiestuk voor zijn landhuis Carinhall. Het kwam nooit af, de wevers van de Manufacture werkten er zo langzaam mogelijk aan. De Kunsthal toont nu het fragment – een wereldbol omringd door symbolen van almacht – mét de van het weefgetouw losgehaalde draden.

Na de oorlog kregen de Manufactures, inmiddels samengevoegd met andere ateliers die ook vloerkleden maken, het moeilijk. Het vervaardigen van zulke grote weefsels vergt jaren en is een kostbare, langzame kunstvorm. De oplossing kwam door een nieuwe vorm van samenwerking tussen vernieuwende beeldende kunstenaars en wevers. De handwerksmensen kregen meer vrijheid om hun materiaalkennis en inventiviteit in te zetten bij de uitwerking van de ontwerpen. Zo kwam de renaissance van een autonome kunstvorm tot stand, met een unieke eigen uitdrukkingskracht. In het kielzog van de ‘nouvelle tapisserie’-beweging richtten de Manufactures begin jaren zeventig een speciale afdeling in waar sindsdien geëxperimenteerd wordt met de derde dimensie en nieuwe materialen als kunststoffen.

Wol en zijde

De wandtapijten van Joan Miró en Alexander Calder tonen in Rotterdam de monumentaliteit van textiel en de volheid van de kleuren die alleen wol en zijde geven. Het gewicht en formaat zorgen voor een lichte golving in het weefsel, waardoor het tastbaar en levendig is.

Pablo Picasso, weeftest voor Femmes a Leur Toilette, 1969. Manufacture des Gobelins, wol, 58 × 60 cm. Collectie Mobilier national © Succession Picasso, c/o Pictoright Amsterdam 2019 Foto Françoise Baussan

Sinds 1960 zijn er zo’n duizend ontwerpen van kunstenaars uitgevoerd door de Manufactures, aldus Montagne. Opmerkelijk is het ontwerp van Pablo Picasso, Femmes a Leur Toilette. Hij maakte deze immense collage van allerlei behangpapier al in 1933. Het werk werd begin jaren zestig herontdekt door André Malraux, de Franse schrijver die destijds minister van Cultuur was. De Spaans-Franse kunstenaar wilde het stuk niet afstaan uit zijn atelier, de wevers werkten daarom op basis van zwart-witfoto’s en maakten proefweefsels van fragmenten, die ook in de expositie hangen. Het resultaat is een kaleidoscopische wemeling van kleuren en dessins die alle mogelijkheden van de weefkunst laat zien. Door de foto’s besloot Picasso het ontwerp ook in zwart-wit te laten maken. Beide wandtapijten hangen nu in de Franse ambassade in Madrid.

Lees ook: op bezoek bij Louise Bourgeois in New York

Louise Bourgeois was al bijna negentig jaar toen de staatsweverij haar uitnodigde een ontwerp te leveren. Bourgeois’ moeder was weefster, vandaar de spinnen die veelvuldig figureren in haar werk. De in New York wonende kunstenares stuurde een fax en gaf de wevers in Parijs toestemming haar Sainte Sebastienne – een zwangere vrouw omringd door pijlen – naar eigen goeddunken te interpreteren. Ze heeft het resultaat, dat qua techniek een groot wollen breiwerk lijkt, nog net voor haar dood kunnen zien.

Louise Bourgeois, Saint Sebastiana, 1995–1997. Manufacture des Gobelins, wol, katoen, linnen, zijde, 344 × 244 cm. Collectie Mobilier national © The Easton Foundation, c/o Pictoright Amsterdam 2019 Foto Isabelle Bideau

De collectie houdt gelijke tred met nieuwe ontwikkelingen in de schilderkunst en bevat ook fotorealistische taferelen die minutieus in textiel zijn getroffen. En een abstracte aquarel van Sonia Delaunay is zo getransformeerd in wol, dat zelfs de druipers in de verf waarheidsgetrouw zijn weergegeven in het weefsel. Dichterbij komend geeft de tastbaarheid van de weefsels er hun verrassende en eigen karakter aan.

Kijkend naar deze imposante wandtapijten – in alle rust, niet langer omstuwd door een kluwen bezoekers – besef je hoe opmerkelijk het is dat deze imposante kunstvorm altijd levend is gehouden, terwijl hij nooit economisch rendabel was. Steeds kreeg hij de volledige steun van de Franse overheid, die de niet-economische waarde ziet van een Frans cultuurproduct dat al meer dan vier eeuwen nationaal erfgoed is. De kleden zijn zoveel mogelijk voor publiek te zien in overheidsgebouwen en in de expositieruimte die de Manufacture openstelt bij de werkplaats in Parijs.

Misschien moet het voltallige Nederlandse kabinet deze expositie gaan bekijken en zich laten inspireren door de gedachte dat goede kunst goed opdrachtgeverschap nodig heeft.

Tentoonstelling: Extra Large. T/m 3 jan. 2021 in de Kunsthal, Rotterdam. Reserveren via kunsthal.nl