Reportage

Stevige prefabnestjes voor de huiszwaluw

Vogelonderzoek Huiszwaluwen boetseren hun nesten van bolletjes klei. Maar op de zandgronden vallen die sneller uit elkaar. „Vandaar dat die kunstnesten echt een verschil maken.”

Sjoerdtje de Boer bekijkt in het Renkums Beekdal de kunstmatige nesten met haar verrekijker. De kunstnesten van de huiszwaluwen zijn gemaakt van houtvezel en beton en hangen hier aan een oude fabrieksmuur. De huiszwaluwen „spelen een rol in de oude volkscultuur”, zegt De Boer. „Zwaluwen brengen geluk. Ze horen erbij en het is genieten.”
Sjoerdtje de Boer bekijkt in het Renkums Beekdal de kunstmatige nesten met haar verrekijker. De kunstnesten van de huiszwaluwen zijn gemaakt van houtvezel en beton en hangen hier aan een oude fabrieksmuur. De huiszwaluwen „spelen een rol in de oude volkscultuur”, zegt De Boer. „Zwaluwen brengen geluk. Ze horen erbij en het is genieten.”

De argeloze wandelaar loopt er zomaar voorbij. Maar wie een klein beetje op zijn omgeving let, staat hier stil en kijkt omhoog. Het is het gekwetter en gekras dat hen verraadt: de vele tientallen huiszwaluwen die af en aan vliegen. Ze schieten door de lucht, dwarrelen even langs de oude fabrieksmuur en vliegen dan feilloos de bolle nesten in onder de overhangende rand.

De muur is het laatste overblijfsel van de oude papierfabriek van het Renkums Beekdal. Eeuwenlang draaide de fabriek op de kracht van water dat in gegraven ‘sprengenbeken’ vanaf de Veluwe richting de Rijn stroomde. Nu staat er nog één muur overeind, als een monument. Onder de rand van die oude muur, in een lange rechte rij, zitten 54 nestkommetjes.

„De huiszwaluwen zijn hier rond 5 mei aangekomen”, vertelt Sjoerdtje de Boer, die als vrijwilliger minstens eenmaal per week de nesten komt observeren. „Ze zijn nog een beetje aan het vechten om de nestplekken. Hoewel ik vermoed dat sommige ook al hun eerste eitjes hebben gelegd.”

Je zou het niet zeggen, maar het zijn kunstnesten, gemaakt van houtvezel en beton. Ze moeten huiszwaluwen verleiden hier te gaan broeden. En het werkt: de afgelopen jaren waren er zo’n dertig nesten bezet.

De Boer is een van de vijftig tot negentig vrijwilligers die ‘hun’ nesten het hele broedseizoen volgen. Dat doen ze in het kader van een project van Sovon Vogelonderzoek Nederland. „We zijn daarmee gestart in 2018, het Jaar van de Huiszwaluw”, vertelt Sovon-onderzoeker Loes van den Bremer. „De vrijwilligers werken volgens een vast protocol. Elke week volgen ze de nesten een uur. Wordt er gebroed? Zijn er al jongen? Hoeveel nesten zijn succesvol? En hoeveel paartjes starten een tweede legsel?”

Er zijn nog veel mysteries rondom huiszwaluwen

Loes van den Bremer onderzoeker Sovon

Huiszwaluwen zijn sierlijke vogels, zwart van boven en wit van onderen en met een opvallende witte stuit. In de lucht zijn ze snel en wendbaar, steeds in de weer om insecten te vangen. Maar steeds keren ze even terug naar de nesten. Van nature boetseren ze die zelf, van wel duizend klompjes klei. Ze broeden graag in oude nesten van het vorige jaar. En soms, op plekken waar weinig klei aan de oppervlakte ligt, ook in kunstnesten. Net zo gemakkelijk.

Het is druk rond de nesten. Soms zie je een rond kopje naar buiten steken. Een soortgenoot die komt aanvliegen blijft even met zijn klauwtjes aan de rand van de opening hangen. Soms volgt er een felle interactie: de indringer wordt weggejaagd. Of het is de partner. Die mag erin. Binnen een minuut vliegen de beide vogels weer weg, luid kwetterend de hoogte in.

„Er zijn nog veel mysteries rondom huiszwaluwen”, vertelt Van den Bremer. „Of ze echt in de lucht slapen, bijvoorbeeld, net als gierzwaluwen. En waar Nederlandse huiszwaluwen nu precies overwinteren.” Wat dat laatste betreft zijn er wel vermoedens: de veren van huiszwaluwen uit een Friese kolonie verraadden dat zij de winter doorbrengen in Kameroen en Congo. Maar geldt dat ook voor kolonies elders in het land? En wat doen ze precies, daar in Afrika? Niemand die het weet.

Geen natuurlijke nesten

Ook over de voortplanting is nog maar weinig bekend. Daar moet het huidige onderzoek verandering in brengen. Het leverde al interessante resultaten op. Zo brengt meer dan 85 procent van de paren ten minste één jong voort. Ook bij paren die gedurende het seizoen een tweede legsel beginnen, is het succes hoog: zo’n 75 procent. Aan de andere kant start maar de helft een tweede legsel – en dat is minder dan onderzoekers in de jaren zeventig noteerden. Daarnaast blijken de natuurlijke nesten op zandgrond sneller uit elkaar te vallen dan die op kleigrond – vooral tijdens hitteperioden. „Vandaar dat die kunstnesten echt een verschil kunnen maken, zoals hier in Renkum”, zegt Van den Bremer. „De zwaluwen geven er hier ook de voorkeur aan. Ze bouwen er geen natuurlijke nesten bij.”

Ook dit jaar doet Sovon weer een beroep op vrijwilligers . Het werk is zo arbeidsintensief dat Sovon het onmogelijk allemaal zelf kan doen. „Daarom zijn we ook zo blij met al die vrijwilligers”, zegt Van den Bremer. „Zoals Sjoerdtje. Maar zo intensief als zij ermee bezig is, dat is wel een uitzondering.”

Sjoerdtje de Boer bekijkt in het Renkums Beekdal de kunstmatige nesten met haar verrekijker. Foto Dieuwertje Bravenboer

De meeste deelnemers volgen een aantal nesten rond hun eigen huis of woonplaats. Sjoerdtje de Boer volgt alle nesten van de oude papierfabriek. Om die goed te kunnen volgen, maakt ze filmopnamen – twintig minuten per bezet nest. Die opnamen gaat ze dan thuis bekijken en uitwerken. „Ik ben er wel een paar dagen per week mee bezig, ja.”

Waarom eigenlijk? „Ik ben met pensioen”, vertelt De Boer. „Ik heb biologie gestudeerd en wilde gedragswetenschapper worden. Maar daar was geen werk in, dus ik kwam terecht in de farmacologie. Nu heb ik de tijd om terug te keren naar mijn oorspronkelijke interesse.”

Gewoon, omdat het zo fascinerend is. Omdat je de vogels leert kennen, als je ze langere tijd volgt. Omdat het spannend is om het wel en wee van de nesten te volgen. Wie krijgt er jongen groot? Wie zoekt er steeds ruzie en wie is inschikkelijk? „Juist het feit dat er nog zo weinig bekend is, maakt het heel fascinerend”, zegt Van den Bremer. „Mensen vinden het heel leuk om te doen. En het zijn echt charismatische vogels.”

Door de eeuwen heen hebben mensen een bijzondere band met huiszwaluwen gehad, vult De Boer aan. „Ze spelen een rol in de oude volkscultuur”, zegt ze. „Zwaluwen brengen geluk. Ze horen erbij en het is genieten.”

Lichte toename

Eind jaren zeventig is het aantal huiszwaluwen voor het eerst landelijk onderzocht. Toen waren het er naar schatting een half miljoen. Maar een eeuw eerder moeten het er nog veel meer zijn geweest. In de twintigste eeuw namen hun aantallen af. Hoog op de lijst met vermoedelijke oorzaken staat de sterke afname van insecten als gevolg van de intensivering van de landbouw. Nu zijn er hooguit 70.000 tot 100.000 huiszwaluwen in Nederland, aldus Sovon.

In recente jaren zagen onderzoekers een lichte toename. „We weten niet precies waardoor dat komt”, zegt Van den Bremer. „Ook dat is een stukje dat nog ontbreekt in de puzzel.” Lokaal, bij natuurgebieden zoals hier, is blijkbaar nog voldoende voedsel te vinden. „Maar die toename valt nog steeds in het niet bij die gigantische afname in de vorige eeuw”, benadrukt Van den Bremer. Voor haar staat voorop dat huiszwaluwen, net als veel andere vogelsoorten, gebaat zijn bij duurzamere vormen van landbouw, waarbij er meer plek is voor bloemen en juist minder voor neonicotinoïden – de controversiële pesticiden die in verband zijn gebracht met de sterke afname van de insecten en insectenetende zangvogels.

Van den Bremer en De Boer kijken samen nog even door hun verrekijkers. „Hee, wat gebeurde daar nou? Toch even een gevecht”, zegt De Boer. „Het gaat allemaal razendsnel. Vandaar dat die filmbeelden zo nuttig zijn.” Ze verheugt zich nu alweer op het stadium dat er jongen zijn. „Al die koppies die dan uit het nest steken. Soms zijn ze aan het kibbelen over wie er vooraan mag zitten. Heel komisch om te zien.”