Looproutes in de gangen, desinfectiegel in de klas

Middelbare scholen De anderhalvemeterscholen die dinsdag opengaan, lijken weinig op de middelbare scholen van voor de coronacrisis. „Dit was een hele dikke vette klus.”

Voorbereidingen voor de heropening op het Haags Montessori Lyceum.
Voorbereidingen voor de heropening op het Haags Montessori Lyceum. Foto PHIL NIJHUIS / ANP

Op middelbare scholen zul je de komende weken geen pubers zien die zich stoeiend naar de volgende les haasten. Geen meisjes die gearmd over het schoolplein lopen. Niemand in de rij voor een broodje in de kantine, geen leerlingen die zich over hetzelfde boek buigen. Zelfs de bel zal anders klinken.

Als de scholen dinsdag na tweeënhalve maand thuisonderwijs weer opengaan, zal het onderwijs er heel anders uitzien dan toen leerlingen de deur half maart achter zich dichttrokken. In de anderhalvemetersamenleving kan slechts een kwart tot een derde van de leerlingen tegelijkertijd op school zijn: dat betekent slechts een paar dagdelen per week les. De rest is nog altijd online.

De tafels staan minstens anderhalve meter uit elkaar en zo veel mogelijk bij de muur. Wie het lokaal binnenkomt, moet z’n handen desinfecteren en zijn werkplek schoonmaken, wie weggaat poetst z’n tafel opnieuw. Leerlingen wisselen niet van lokaal, dat doet de docent. De kantine is dicht, ze lunchen in de klas, gebruiken hun kluisjes niet. Lopen kan alleen in de richting van de pijlen op de grond.

„Het is hier bijna een ziekenhuis”, grapt Remko Zebel, directeur van het Insula College in Dordrecht over zijn anderhalvemeterschool. „Het is normaal al krap, nu komen we niet verder dan negen leerlingen per lokaal.” Leerlingen krijgen ’s ochtends online les en ’s middags op school. Anderhalf uur, in een kleine groep, in de drie vakken waarin ze dat het meest nodig hebben. De mentoren hebben de roosters samengesteld.

Van alles wat de afgelopen maanden moest gebeuren – en dat was nogal wat, van het opzetten van afstandsonderwijs tot het regelen van digitale examens – was dit de meest complexe puzzel, zegt Zebel. Veel schoolleiders zijn het met hem eens: ze moeten aan soms tegenstrijdige eisen voldoen. Én zorgen dat iedereen naar school kan, én maatwerk leveren voor individuele leerlingen. Én zorgen dat de school veilig is, én dat het personeel het volhoudt.

Lees ook een reportage van de eerste dag dat de basisscholen open waren: ‘Al honderd keer in overtreding’ op de eerste schooldag

Dat laatste is niet makkelijk: docenten moeten nu zowel online als offline lesgeven. Tegelijkertijd is niet elke docent op school inzetbaar, omdat hij of zij bijvoorbeeld in de risicogroep zit. „Ik moet eerlijk zeggen: we hebben een rooster bedacht dat passend is voor de leerlingen”, zegt Allard Bloem, directeur van het Werkman VMBO in Groningen. „Aan collega’s hebben we gevraagd: kun je je schema hierop aanpassen? We hebben geen rekening gehouden met vrije dagen.”

‘Het vergt veel denkwerk’

Een „hele dikke vette klus”, noemt hij de omslag naar de anderhalvemeterschool. „Vooral door de tijdsdruk: in het Noorden hebben we over vier weken al zomervakantie, waarvan de laatste week opgaat aan boeken inleveren en dergelijke. En de bovenbouw heeft na één week al een toetsweek, want ze moeten de schoolexamens nog afronden. Daar heb je nu letterlijk veel meer ruimte voor nodig. Het vergt veel denkwerk.”

Toch zijn de meeste scholen blij dat ze weer opengaan, zegt Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, de vereniging van middelbare-schoolbesturen. „Ondanks de tevredenheid die er is over de omslag naar afstandsonderwijs, overheerst het gevoel: we gaan de leerlingen weer zien”, zegt hij. „Hoe goed het online onderwijs ook ging: in essentie is onderwijs het contact tussen mensen.”

Daarbij, zegt hij, zien veel scholen deze paar weken als een soort oefening voor ná de zomervakantie, als ze misschien nog steeds niet helemaal open kunnen.Zo denkt directeur Allard Bloem alvast na over een online rooster voor als het coronavirus weer oplaait, een combinatierooster voor als de situatie zo blijft en een rooster voor als de situatie „weer teruggaat naar normaal”.

Lees ook dit onderwijsblog: De lerarenlobby tegen het openen van scholen is gênant

Voorlopig is daar nog geen sprake van. Leerlingen die minder dan acht kilometer van school wonen, mogen zelfs alleen lopend of met de fiets naar school. Voor leerlingen die verder wonen en geen andere optie hebben dan het openbaar vervoer, moet de school in samenwerking met het lokale vervoersbedrijf een oplossing zoeken. Dat lijkt niet vaak aan de orde. Het Rotterdamse vervoersbedrijf RET zegt dat scholen hun tijden zo veel mogelijk spreiden, waardoor de druk op het ov meevalt. Op het platteland zijn leerlingen de afstanden gewend. „Wij zijn een streekschool”, zegt bijvoorbeeld Ad van Kemenade, directeur-bestuurder van het Udens College. „Voor leerlingen uit omliggende dorpen is lang fietsen gewoon.” Ook voor corona ging in Nederland ‘slechts’ 12 procent van de leerlingen met het ov naar school.

De les die scholen de komende weken opvallend vaak inroosteren, soms zelfs meer dan eerst: het mentoruurtje. Terwijl premier Mark Rutte (VVD) in zijn persconferentie van 19 mei zei dat het niet de bedoeling is dat scholen hun fysieke onderwijs beperken „tot bijvoorbeeld een mentoruurtje”. Hoe kan dat? „We willen het schooljaar afronden, ons voorbereiden op komend schooljaar, maar ook de afgelopen periode met elkaar bezien”, legt Van Kemenade van het Udens College uit. De school lag in de brandhaard van het coronavirus. „Onze leerlingen en collega’s zijn frequenter geconfronteerd met familieleden en vrienden die ziek werden of op de intensive care lagen”, zegt hij.

„Veel scholen beginnen niet met Frans of lassen”, zegt Paul Rosenmöller, die de uitspraak van de premier „wat ongelukkig” noemt.

Al zijn de roosters klaar, de pijlen op de vloeren getekend en staan de desinfectiegels in de klas: het blijft afwachten hoe de anderhalvemeterschool in de praktijk gaat werken. Gaan docenten continu het goede voorbeeld geven, blijven leerlingen bij elkaar uit de buurt? „Ik vind het wel spannend”, zegt Remko Zebel. „We zitten hier wel met pubers.”

NRC wil graag weten: hoe gaat het onderwijs op middelbare scholen eruitzien na 1 juni?
Voor een volgend artikel wil onderwijsredacteur Mirjam Remie graag weten welke oplossingen verschillende middelbare scholen gevonden voor de anderhalvemetersamenleving.








Bedankt voor uw data!

Uw reactie wordt naar de redactie gestuurd, en wordt niet zonder uw toestemming gepubliceerd. De redactie kan naar aanleiding van uw antwoord contact met u opnemen. U kunt ons ook anoniem een tip geven. Hier leest u hoe dat werkt.