Opinie

Wie denkt dat het ooit weer als vroeger wordt, komt bedrogen uit

Social distancing Aarzelend naar elkaar toe durven, afstand meten met de ogen en dan verachtelijk terugwijken. Wie denkt dat het ooit weer als vroeger wordt, komt bedrogen uit, meent .

Al jaren lang breng ik de eerste of de eerste twee maanden van het jaar in de Allgäu door, een landelijke omgeving ten noorden van het Bodenmeer, niet al te ver van de Oostenrijkse grens bij Bregenz. Vanwege Oud en Nieuw ontvlucht ik Amsterdam omdat het krankzinnige lawaai van de nieuwjaarsnacht mij altijd aan de oorlog doet denken, waarbij dan ook nog de angst komt dat mijn oude Amsterdamse huis tussen twee grachten door al dat vuurwerk in brand zou kunnen vliegen, en het gevoel dat de mensen om mij heen ook daadwerkelijk naar het lawaai en de chaos van een oorlog verlangen. Ik moet dan een lange rit door een winters en donker Duitsland maken om bij het verafgelegen stille grote huis te komen, waar we met een paar vrienden van het oude jaar afscheid nemen. Meestal vertrekt iedereen dan in de paar dagen daarna, en langzaam wennen mijn vrouw en ik weer aan de stilte van het besneeuwde landschap. Op sommige dagen zien we de Alpen in de verte, het huis is vol met boeken en dus vol met verrassingen. Op zaterdag rijden we naar Lindau om daar op de zaterdagmarkt inkopen te doen en bij het station Spaanse en of Engelstalige kranten te kopen.

Het geheel heeft iets van wat Nederlandse katholieken een retraite noemen, een langdurige meditatie, een exercitio spiritualis, die voor mensen die het hele jaar door veel reizen geen eenvoudige oefening is. Het duurt altijd even voordat we een eigen ritme gevonden hebben, maar met de jaren gaat dat steeds beter. Mijn vrouw is fotografe, ze heeft altijd veel materiaal om uit te zoeken en te bewerken, ik heb mijn onderweg gemaakte aantekeningen die ik gebruik voor mijn reisboeken, die zo heten omdat er geen betere naam voor bedacht is terwijl het eigenlijk eerder essays of mijmeringen zijn. Door de overgang van het net als Venetië steeds drukkere Amsterdam dat overloopt van de toeristen, en van de elk jaar hetere Spaanse zomers wordt het wennen aan de stilte en de noordelijke kou een oefening op zichzelf, maar aan de andere kant geven al die veranderingen van plaats en weersomstandigheden je het verleidelijke idee dat je eigenlijk meer levens hebt dan één, een vorm van zelfbedrog waardoor het soms opkomende heimwee naar een Amsterdams café of een mediterraan strand de kop wordt ingedrukt. Afremmen, ontwennen, stilte, lezen, schrijven, de aanblik van elke dag dezelfde bomen, de weiden en bossen als een winters klooster om je heen.

Mensen met maskers

Zo was de toestand tot het ogenblik waarop het lot twee keer achter elkaar toesloeg. De eerste keer persoonlijk met een razende huidirritatie, waardoor ik voor het eerst in mijn leven in een ziekenhuis terechtkwam. Na ruim tachtig jaar een existentiële ervaring van de eerste orde, met Oekraïense, Bosnische, Kroatische en natuurlijk ook Duitse verpleegsters. Ik hoor bij de achterlijke generatie van het gesloten lichaam, weet nauwelijks wat zich daarbinnen allemaal afspeelt, en vind alleen al daarom dat ik er andere mensen niet mee mag lastig vallen. Het had iets met minuscule leidingen te maken die verstopt geraakt waren en die dus vervangen moesten worden.

Lees ook: Verbeelding kan ons redden – gebruik die dan ook

Intussen hoorde ik van achter de muren van mijn ziekenkamer dat er buiten het ziekenhuis een ander en veel algemener noodlot aan de orde was, waar nu ineens iedereen mee te maken had. Wat ik daarvan merkte is dat mijn vrouw mij niet mocht opzoeken. Buiten waarde een virus rond dat de hele wereld leek te veroveren, ik las er over in de krant die mij elke dag bezorgd werd, ik zag op de televisie mensen in alle werelddelen met maskers rondlopen waardoor ik de indruk kreeg dat de hele aarde een gemaskerd bal was geworden en werd intussen door lange gangen gereden om zonder dat ik er iets van merkte geopereerd te worden, werd wakker met merkwaardige slangen in mijn armen, zag het trage vallen van druppels uit infusen die aan een soort metalen kerstboom naast mijn bed waren opgehangen, was de chirurg innig dankbaar die de weg in mijn gesloten lichaam had gevonden en daar iets had veranderd dat drie weken later nog eens gecontroleerd moest worden, had geen pijn.

Ik zag een affiche waarop stond: „Is dit het hiernamaals?”

De tijd die anders zo’n grote rol in mijn leven speelt, veranderde van gedaante, ik wist dat er een wereld buiten was die, als ik er ooit uit zou komen, voorgoed een andere wereld zou zijn, alleen, hoe dat in zijn werk zou gaan kon ik me niet goed voorstellen. Na een leven lang nooit werden die ene keer er drie, en op de dag dat ik er al dan niet genezen uitkwam had de stad die ik kende zich onherstelbaar veranderd.

De grote, brede Münchener straten plotseling zonder verkeer zagen er uit als een film die nog niet begonnen was, er reed een dubbele tram met maar drie zo te zien stokoude mensen met maskers erin en op het lege trottoir zag ik een affiche waarop in grote letters stond: „Is dit het hiernamaals?” (Ik verzin dit niet, ik heb mijn vrouw gevraagd er een foto van te maken, het moet een tentoonstelling of een theatervoorstelling geweest zijn.) Ook de snelweg was leeg, nauwelijks verkeer, eigenlijk een paradijselijke wereld. In de lucht ook geen vliegtuigen, in grote rust reden we naar het huis waar niets was veranderd. De zon scheen, de lucht leek lichter dan daarvoor, mensen leken er niet meer of nauwelijks te bestaan, de benzinestations waren open, maar koffie, kranten en klanten bestonden daar niet meer, alleen de bomen rond het stille huis waren herkenbaar.

Een bergkam in de Alpen.

Foto’’s Philipp Guelland/EPA

In die paar weken waren ze groener geworden, wat er veranderd was betrof uitsluitend de wereld van de mensen, het was alsof ik niet een paar weken, maar een jaar had geslapen. De buizerd die hier rond dit jaargetijde vliegt en zijn hoge kreten laat horen, vloog zijn eeuwige door de thermiek geniaal bewogen rondes en speurde naar een slachtoffer, de eekhoorn had het druk met iets dat ik niet kon volgen, ik zag de eerste bloemen, besloot dat de natuur niets met de zorgen van de mensen te maken wilde hebben en hoorde van vrienden en kennissen van overal hoe bijtend en werkelijk die zorgen konden zijn, zag op de tv te veel mensen in te kleine ruimtes, besefte hoe geprivilegieerd ik was, en toen ik voor het eerst weer naar buiten durfde wilde ik naar de markt van Lindau, de mooiste kleine markt die ik ken. De kramen staan daar allemaal min of meer rond het prachtige beeld van mijn lievelingsgod Poseidon die door anderen helaas Neptunus genaamd wordt en die het daar goed uithoudt in de schaduw van een katholieke kerk waar veel minder mensen in kunnen dan in Poseidons vroegere tempel van Segesta op Sicilië. Maar de markt was er niet meer, de mensen zouden te veel boven op elkaar lopen en staan, hij was verplaatst naar een grote open plek aan het water.

Een stille oorlog

Daar was het kermis. Iedereen een masker, maar daar was het nog niet mee afgelopen. Plotseling veel meer ruimte. Iemand met mathematisch inzicht, of met een groot gevoel voor ballet zou hier heel wat te zien hebben. Voor de visman waar ik altijd het eerst naar toe ga stond een rij, zoiets als een lange zin waarin allerlei woorden zijn weggevallen. Het tempo van de visman kennende besloot ik dan maar eerst naar de Italianen te gaan, vanwege hun Traminer en hun buitengewone gorgonzola. Maar hoe moest ik daar komen? Door de lange rij van de visman, ergens tussen wachtende nummer 7 en nummer 8, maar toen ik het probeerde voelde ik de wilde woede in de ogen van de andere wachtenden, het leek alsof iedereen een met veldkijker gewapend was waarop de snelheid van de anderen gemeten kon worden.

Lees ook over de eerste coronaliteratuur: lukt het schrijvers om betekenis aan de crisis te geven?

Als er iets is dat me bij zal blijven van deze pandemie is het de stille oorlog van wachten, schuifelen, de dodelijke blikken. Ooit zal een groot balletmeester een geniale chorografie ontwerpen, van het aarzelend naar elkaar toe durven, van het afstand meten met de ogen, van het verachtelijk terugwijken – vooral de vrouwelijke wolven zijn goed in het homo homini lupus. Je loopt op zeer dun ijs en sluipt naar huis met de veroverde waren, blij dat je weer in je stille hol bent aangeland.

Wie denkt dat de wereld ooit nog hetzelfde wordt als vroeger vergist zich. Want ook als het er straks misschien weer een beetje zo uit ziet als vroeger, er is iets gebeurd dat niet meer vergeten kan worden, al was het maar omdat het in lange stiltes is opgeslagen in allerlei hoofden waar het lang kan blijven rondwaren, zoals alle dromen en nachtmerries.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.