Het is lastig nee zeggen tegen de man die jouw boek gaat bespreken

Literatuurcriticus De Volkskrant heeft de gezaghebbende literatuurcriticus Arjan Peters niet wegens #metoo-achtige taferelen op non-actief gesteld, aldus de hoofdredactie. Waarom wel? Over een recensent die losjes omgaat met zijn onafhankelijkheid.

Illustratie Sebe Emmelot

Het is begin maart, de Boekenweek 2020 is in aantocht. Schrijver Özcan Akyol heeft met zijn Boekenweekessay een discussie over integriteit in de literaire wereld opgepookt, hij hamert erop „hoe incestueus en verziekt” die wereld is: „Een recensent die een boek met vijf sterren eerst waardeert en daarna met de auteur bezoldigd langs boekhandels gaat om hem te interviewen.”

Als een Volkskrant-redacteur voor een artikel op 4 maart jonge auteurs naar hun mening vraagt, beaamt schrijfster Maartje Wortel dat de integriteit in de beroepsgroep onder druk staat. In recensies worden vriendschappen en belangen meegewogen, zegt ze. „Een vriendin van me kreeg te horen: we schrijven geen recensie, maar ik geef je wel een prijs. Een andere vriendin ontving ’s nachts een sms van een gezaghebbend recensent: ‘Ik ga je recenseren, zullen we morgen lunchen?’ Dat is nog net geen #metoo.”

Op Twitter worden Wortels uitspraken direct opgepikt en geretweet. „Dit is toch zo goor”, twittert tv-maker en dichter Tim Hofman. „Noem naam en rugnummers.”

Maar in de papieren Volkskrant van de volgende dag zijn de laatste citaten van Maartje Wortel geschrapt. De redactie schrijft op de website ter toelichting dat zij de inhoud ervan niet kon „verifiëren”.

Het schrappen van de zinnen is bij een groep jonge schrijvers de druppel die de emmer doet overlopen. Er volgt druk appverkeer over de vermeende ‘censuur’. Iedereen wist dat Wortel Volkskrant-recensent Arjan Peters bedoelde, zegt zij een paar dagen later in een café in Amsterdam-Oost. „Ik verzet me tegen het machtsmisbruik door een groot instituut. Maar ik heb het gevoel dat ik sta te roepen in een put.”

Toch vindt ze wel gehoor. Wortel wordt door de chef boeken van de Volkskrant benaderd. Die geeft aan dat ze weet dat Peters werd bedoeld. Er zijn al sinds 2017 geruchten, maar pogingen van de hoofdredactie die hard te maken, zijn gestrand. Nu er een aanknopingspunt is, begint de Volkskrant achter de schermen een onderzoek naar Peters’ „benadering van vrouwelijke schrijvers”. Vorige week werd de recensent op non-actief gezet. Hoofdredacteur Pieter Klok liet weten dat er „geen bewijs” is gevonden voor #metoo-achtige taferelen – doelend op machtsmisbruik in ruil voor seksuele handelingen.

Maar wat is er dan wél gebeurd?

NRC sprak ruim twintig mensen, kreeg inzage in privéberichten en stelde vragen aan de Volkskrant. Enkele bronnen wilden alleen anoniem hun verhaal vertellen (hun namen zijn bekend bij de redactie). Arjan Peters reageerde niet op verzoeken om informatie.

Overigens was het niet de Volkskrant zelf, die vraagtekens zette bij de zinnen van Maartje Wortel. De literair recensent van déze krant, Thomas de Veen, stoorde zich eraan dat een gerucht zonder naam en toenaam of wederhoor werd gepubliceerd. Dat maakte wat hem betreft een hele beroepsgroep verdacht. Hij mailde dat aan de Volkskrant-redacteur. Het antwoord: „Ik denk dat je een punt hebt. Ik heb de citaten inmiddels aangepast.”

Avontuur

Arjan Peters (1963) groeit op in een gezin waar lezen vanzelfsprekend is. Hij leest elke dag een boek. Zonder tegenzin. Een boek lezen is op avontuur gaan, zegt hij in een portret dat de Volkskrant dit jaar publiceerde. „Wie zegt er nou nee tegen een avontuur?”

Na een studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam schrijft Peters recensies voor onder meer Vrij Nederland, begin jaren negentig gaat hij als medewerker voor de Volkskrant aan de slag. Net als generatiegenoten Arie Storm (Het Parool) en Pieter Steinz (NRC Handelsblad) klimt hij op tot een van de toonaangevende literaire critici in Nederland.

Peters staat bekend als erudiet, begaafd en welbespraakt. Hij kan bijzonder geestig zijn, zeggen mensen die hem kennen. In kleine gezelschappen steelt hij de show met zijn imitaties van Gerard Reve, Connie Palmen en Jan Wolkers. Niemand betwist zijn kennis van de literatuur. Hij schrijft met „flair”, al kan hij volgens vakgenoten een werk ook „neersabelen”, soms met „regelrechte scheldkannonades”, schrijft Rob Schouten in vakblad De Journalist. Peters typeert Oek de Jongs Pier en Oceaan: „achthonderdtweeëndertig pagina’s lang van kabbel, zaag, gaap en oeke-tjoek”. Hij kan persoonlijk worden: „Met volle borsten en een leeg hoofd kun je nog ver komen”, schreef Peters over schrijfster Maan Leo.

Eind jaren negentig krijgt Peters’ reputatie een dreun. Schrijver Joost Zwagerman onthult dat de criticus „met gespleten pen” schrijft, omdat hij in de krant boeken afkraakt die hij in nieuwsbrieven van het Literair Productiefonds tegen een vergoeding heeft aangeprezen. Peters mag twee maanden geen recensies voor de Volkskrant schrijven. Zelf ziet hij ook jaren later het probleem niet. In 2006 legt Peters aan HP/DeTijd uit dat het niet om recensies maar „synopsissen” ging. „Ik heb niets verkeerd gedaan, ze hadden me bij de Volkskrant nooit mogen schorsen.”

Peters manifesteert zich ook buiten de krant. In de Haagse boekhandel Paagman interviewt hij met regelmaat auteurs over hun nieuwe roman of dichtbundel. De boekhandel geeft de interviewers boekenbonnen of geld, 100 tot 150 euro. De events zijn vaak een „co-creatie tussen boekhandel en uitgeverij”, legt Paagman uit. „Wij begroten het en dan zeggen we: dit zijn de kosten. En dan draagt de uitgever soms een deel bij.” Via de boekhandel kan er zo geld stromen van uitgeverij naar recensent.

Peters deelt veelvuldig foto’s van interviews en ontmoetingen met auteurs op Facebook. „Geluksvogel”, schrijft iemand onder een foto van de recensent aan een kroegtafeltje met een jonge schrijfster. „Arjan ik wil ook jouw werk met mooie vrouwen aan het bier en de wijn.”

Ander contact met schrijvers blijft voor de buitenwereld onzichtbaar. Peters verstuurt, zo blijkt, al jaren berichten waarvan ontvangers zich soms afvragen of ze niet aan de verkeerde zijn verzonden. Berichten die net iets te gloedvol, flirterig of vaderlijk zijn. Berichten waarvan de ontvangers soms wensten dat zij die niet hadden ontvangen. Waar „liefs” in staat of „lieverd” of „excuuskus”. Schrijver Lize Spit zei erover in een verklaring op Facebook: „Je denkt: hoe kan ik ongepaste aandacht afwijzen zonder dat ik mijn werk daarmee schade toebreng.”

Meerdere jonge vrouwelijke schrijvers – vaak debutanten – krijgen vooraf van Peters te horen dat hij hun werk gaat bespreken in de krant, via een privébericht op Facebook of terwijl ze een boek voor hem signeren. Vaak is hun indruk dat de bespreking positief zal zijn. Aan één schrijfster schreef Peters: „Morgen zul je stralen.”

Zo’n mededeling mondt meer dan eens uit in blijvend online contact, over en weer. Er volgt bij een vrouw een uitnodiging tot koffiedrinken, bij anderen een uitnodiging voor een lunch of een diner. Enkele vrouwen gaan, zeggen ze nu, ook woorden gebruiken die hij gebruikt, zoals ‘lieve’ en ‘liefs’, wat ze eigenlijk niet willen. Een van hen: „Toen ik hoorde dat er een recensie op komst was, kreeg ik het gevoel: als ik niet reageer, heeft dat misschien consequenties.” Al zijn er evengoed vrouwen die de ontvangen berichten onschuldig vinden, of slechts onhandig. „Hij verdient een tik op de vingers”, zegt er één. „Intern bij de Volkskrant.”

In een reactie laat hoofdredacteur Pieter Klok weten dat contact zoeken met een auteur voor het verschijnen van een recensie „onacceptabel” is. Het stijlboek van de Volkskrant is er stellig over: „Een recensent dient nimmer in enige relatie te staan tot de maker van het besproken werkstuk.”

Sylvia Kristel

Schrijver Peter Buwalda is „verbaasd” als hij van zijn ex-vriendin hoort dat zij positieve berichten ontvangt van Arjan Peters over haar boek dat nog moet uitkomen. Zij, Suzanne Rethans, heeft een biografie geschreven over Sylvia Kristel, en Peters recenseert vrijwel nooit non-fictie. Omdat hij de geruchten kent, appt Buwalda haar: „Mag ik een voorspelling doen? Binnenkort vraagt hij of je wil lunchen.”

Rethans dacht dat Peters haar benaderde als recensent van haar boek. Maar dat wordt door een andere Volkskrant-redacteur besproken. Volgens Rethans stuurt Peters haar die recensie op zodra hij online staat. Rethans: „Hij schreef er zoiets bij als: bij mij was je beter af geweest. En daarna vroeg hij of ik met hem wilde lunchen, precies zoals Peter (Buwalda, red.) had voorspeld. Ik heb gezegd: ‘Leuk idee, misschien volgende maand.’ Maar ik weet eerlijk gezegd niet wat ik had gedaan als ik nog geen recensie had gehad. Deze man kan je carrière maken of breken, je móet de deur wel openhouden. Dat is het kwalijke eraan.”

Buwalda: „Wat mij stoort is dat hij zijn belangrijke positie, want literaire kritiek ís namelijk belangrijk, misbruikt voor geflikflooi. Dat is een nogal immorele daad voor een criticus. Romans schrijven is een ernstige onderneming en Peters stelt daar onbetrouwbaarheid tegenover. Daarmee is hij een affront voor zijn eigen vak, maar meer nog voor dat van schrijvers. Zonder betrouwbare, oprechte recensies, zakt de literatuur weg in een zompig niets.”

Ook in contact met uitgevers lijkt Peters zijn rol als onafhankelijk criticus soms te vermengen met andere belangen. Uitgever Joost Nijsen krijgt „met enige regelmaat” een enthousiast berichtje van Peters over een boek van Podium, kort vóór de verschijning van een recensie. Dat gebeurde ook bij de bundel Loslopen van Laura van der Haar in 2019. „Hij noemde het een meesterwerk. Als uitgever ben je dan natuurlijk heel blij.” Peters stelde volgens Nijsen voor zijn nog niet gepubliceerde recensie te komen voorlezen op haar boekpresentatie. Nijsen realiseerde zich dat dit de schijn van belangenverstrengeling kan wekken – een boekpresentatie is een feestelijke promotieavond. Hij stelde Peters voor gewoon te komen. „Hij zou een fragment kunnen voorlezen. Eenmaal ter plekke heeft hij de recensie toch helemaal voorgelezen. Een mooi stuk, maar een ongewone actie.” Vier dagen later verschijnt de tekst in de krant.

Laura van der Haar zegt dat er in haar richting nooit iets raars is gebeurd.

Als in het voorjaar van 2015 Muidhond, het debuut van Inge Schilperoort naar recensenten wordt verstuurd, appt Arjan Peters uitgever Joost Nijsen meteen. „Hij ging het boek vijf sterren geven.” Én hij laat weten dat hij de auteur wil interviewen bij de publieke presentatie van het boek in de Haagse boekwinkel Paagman. Nijsen: „Wat me wel verbaasde is dat er toen een verzoek om geld kwam via mijn pr-medewerker. Hij is toch een criticus in loondienst. Enigszins contrecoeur hebben we toen een compromis bedacht: een lager bedrag dat we als reiskostenvergoeding zouden betalen: van 150 euro of iets dergelijks.” Op Facebook kondigde Podium het interview door Peters aan voordat de recensie was gepubliceerd. Riep dat geen vragen op over de onafhankelijke totstandkoming van de recensie? „Het is in elk geval een grijs terrein. Maar ik heb niet de indruk dat Arjan Peters te koop is.”

Blurb voor de achterflap

Als gezaghebbend recensent wordt Peters veel gevraagd als jurylid. Ook in die rol doet hij soms voortijdig vertrouwelijke informatie cadeau. Als schrijver en collega-recensent Marjolijn van Heemstra in 2017 bij Peters informeert of haar boek En we noemen hem nog gerecenseerd zal worden door de Volkskrant, zegt hij dat dat niet het geval is. Maar er zit wel „iets leuks” voor haar aan te komen, krijgt ze te horen. „Het kwam op mij een beetje over alsof dat ‘leuks’ ter compensatie was van het niet-recenseren. Ik had overigens geen idee waar hij op doelde.” In december wordt ze genomineerd voor de BNG-prijs, waar Peters in de driekoppige jury zit. In januari wint ze die. Dat Peters hintte op haar nominatie vindt ze achteraf bezien „niet professioneel”. „Het maakt hem als jurylid te benaderbaar”.

Een andere schrijfster wordt door hem aangemoedigd haar boek (dat dan nog niet uit is) in te sturen voor de BNG-prijs omdat hij „bepaalde verwachtingen” heeft. Haar boek wordt genomineerd. Wie raadde de schrijfster nu aan haar boek in te zenden: de recensent van de Volkskrant of het jurylid dat over haar inzending zou gaan oordelen? Peters creëert, kortom, op meerdere momenten onduidelijkheid over de hoedanigheid waarin hij met iemand contact heeft.

Arjan Peters leverde ook een zogenoemde blurb voor de achterflap van een boek van Petra Possel, medewerker van NRC: „Liefdevolle berichten zonder gejank. Verdrietig en krachtig. Petra Possel laat de afgrond zien, maar valt er zelf niet in.” Die zinnen kunnen de indruk wekken dat ze door de onafhankelijke recensent van de Volkskrant zijn geschreven in een recensie. Maar zo’n recensie is er niet. Arjan Peters trad in dit geval op als goede vriend – die als meelezer van eerdere versies betrokken was bij de totstandkoming van het boek.

De Volkskrant worstelt met de zaak van Peters. „Als hoofdredactie zouden we het liefst transparant zijn en publiek verantwoording afleggen, maar we zijn nu in de eerste plaats werkgever. We moeten een zorgvuldige procedure doorlopen met een van onze werknemers en met de vrouwen die hebben meegewerkt aan het onderzoek. Daarom moeten we zeer terughoudend zijn in ons commentaar.”