Buiten wordt het nieuwe binnen

Einde lockdown Weken zochten we onze toevlucht binnen. Buiten-zijn ging lonken. Maar nu we naar buiten gaan, blijkt het er vaak te knellen als binnen.

Restaurant Mediamatic in Amsterdam heeft glazen huisjes neergezet om aan de regelgeving te kunnen voldoen.
Restaurant Mediamatic in Amsterdam heeft glazen huisjes neergezet om aan de regelgeving te kunnen voldoen. Foto Peter Dejong/AP

Wat betekent het om thuis te zijn? Filosoof Pieter Hoexum had er net een boek over geschreven – Thuis, filosofische verkenningen van het alledaagse – en dacht dat hij met zijn neus in de boter viel toen hem in maart gevraagd werd voorlopig binnen te blijven. Tijdens de lockdown kon hij eens volop genieten van de veelzijdige Nederlandse eengezinswoning, dat „gelukkige huwelijk van individualisme en conformisme”. Dacht hij.

„Maar na twee weken was de lol er al vanaf”, zegt Hoexum. „Binnen is alleen leuk als je weet dat er een buiten is waar je heen kunt. Anders ben je opgesloten.” Het omgekeerde geldt volgens hem ook: als je buiten bent en er geen binnen is, ben je dakloos. „Binnen en buiten hebben alleen samen zin.” Door corona komen ze allebei onder druk te staan, zegt hij. En ze dreigen van betekenis te veranderen.

Binnen: een toevluchtsoord?

Blijf thuis, dat was de opdracht in de eerste weken van de lockdown. Met als subtekst: want binnen is het veilig. Dat thuis juist géén veilig toevluchtsoord was voor bepaalde groepen onder één dak, zoals zorginstellingen, moest toen nog duidelijk worden. Deze week bleek ook dat het virus heeft toegeslagen in kloosters en abdijen met hun bejaarde inwoners. En onder jonge arbeidsmigranten die, opeengepakt in vervallen vakantieparken, een keuken met zijn vijftigen delen.

Naarmate de medische nood afnam, stegen andere waarden bovendien in belang. De vermeende veiligheid van binnenblijven woog steeds minder op tegen het gebrek aan vrijheid en contact. Videobellen kan echt gezelschap niet vervangen. „We zitten in de cel, maar de celdeur is open”, verbaasde schilder en schrijver Jan Cremer zich op Radio 1 over de saamhorigheid waarmee we onszelf eenzaam bleven opsluiten in het collectief belang. Zoals premier Rutte op 6 mei het land op het hart drukte: normalisering komt dichterbij „als we ons allemaal aan de regels houden. Houd dus vol.”

Dat laatste werd steeds moeilijker. Je zag het ook aan de woede over de binnenlandse excursie van honderden kilometers van Dominic Cummings, adviseur van de Britse premier en mede-opsteller van strenge regels: niet zozeer omdat hij de gezondheid van anderen in gevaar zou hebben gebracht, maar omdat hij niet solidair was geweest met alle zelfopofferende binnenblijvers. Cummings was – een Britse doodzonde – uit de rij gestapt.

Lees ook: Cummings vond dat de strenge lockdown niet voor hem gold

Bier drinken

Ons huisarrest is nu min of meer opgeheven. Zonder enkelband zelfs, nu de corona-app er nog niet is. Op de matrixborden langs de wegen is ‘Blijf thuis!’ vervangen door ‘Vermijd drukte’ – wat vooral wordt opgevat als vrijblijvend advies, zoals te zien is op veel plaatsen. En na dit pinksterweekende mogen we eindelijk ook hop het terras. In sommige steden, zoals Amsterdam, zelfs in onbeperkte aantallen (zij het op afstand). „We willen allemaal met elkaar bier drinken”, verwoordde minister Eric Wiebes het nationale hunkeren.

Maar buiten zal voorlopig niet het als het ‘oude’ buiten voelen. Pieter Hoexum haalt de Deense denker Søren Kierkegaard aan, die zijn dagelijkse stadswandeling „een mensenbad” noemde. „Ik herken dat”, zegt Hoexum, „maar ik heb het liefst dat dat bad lauw-warm is – het moet dus niet te druk worden.”

Buiten gold wat Hoexum betreft „het ongeschreven recht om met rust gelaten te worden: je weet van elkaar dat je daar uit vrije wil bent”. Maar als te veel mensen de indruk wekken zich de openbare ruimte toe te eigenen, is het niet langer een openbare ruimte. Dan, zegt hij, „wordt buiten ook een soort binnen.”

En die kant gaat het op, zeker nu het met het mooie weer overal druk is. Op wandelpaden in de natuur, op de fietspaden waar mannen in lycra voorbijsuizen. Op het water. In stadscentra van Breda of Utrecht, waar complete pleinen en straten tot terras worden gepromoveerd. En in de parken en al die andere plekken waar sportscholen hun vooralsnog verboden binnenactiviteiten nu massaal buiten uitoefenen.

Interview: ‘Terug naar ‘normaal’ is een gevaarlijke illusie’

Provisorische maatregelen

Cirkels in het gras, pijlen op het trottoir en andere provisorische maatregelen dwingen Nederland vooralsnog met zachte hand in het gareel. En wie weet of die mondkapjes in het ov – verplicht vanaf 1 juni – niet uitpakken als effectief ontmoedigingsbeleid om de trein te nemen. Omdat werkelijk veilige mondkapjes niet gebruikt mogen worden én omdat mensen het vernederend vinden hun gezicht te moeten bedekken.

Zonder uitzicht op een vaccin in de nabije toekomst zijn er ook permanente aanpassingen nodig. Zowel binnen als buiten. „Er is al een verschuiving van waarden bezig”, zegt Alison Brooks, een Canadese architect met een kantoor in Londen, in het online-architectuurblad Dezeen. De lockdown-ervaring dwingt architecten grondig na te denken over de vraag „hoe mensen veilig samen kunnen zijn zonder dat we ons in een isolatiecel hoeven terug te trekken”, aldus Brooks. „We beginnen ons af te vragen of we niet meer huizen willen met balkons met openslaande deuren, en met terrassen, plaatsen waar je buiten kunt zijn, zonder meteen op straat te zijn.”

Dat is geen gimmick, zegt Reinier de Graaf, verbonden aan het architectenbureau Office for Metropolitan Architecture. „Patio’s en balkons zijn sowieso goed, niet alleen in zuidelijke landen maar ook in Nederland waar ze, in maanden dat je er echt iets aan hebt, van enorme waarde zijn.”

Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw werd er steeds meer gebouwd zonder balkons of terrassen, zegt hij. „Dat was in niemands belang, behalve dat van commerciële ontwikkelaars. Corona maakt funeste tendensen uit het recente verleden nu meedogenloos zichtbaar”, aldus de Graaf, die hoopt dat corona ze zelfs kan keren. Dan zou het virus zelfs een gunstig effect kunnen hebben, binnen en buiten: minder lean and mean bouwen en met meer oog voor de menselijke behoefte.

Correctie (30 mei 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd architect Reinier de Graaf per abuis Peter de Graaf genoemd. Dat is hierboven gecorrigeerd.