‘Waarom doen we zo krampachtig over slavernij?’

‘De plantage van onze voorouders’ De families van Maartje Duin en Peggy Bouva waren in de 19de eeuw verbonden aan dezelfde Surinaamse plantage. Ze maakten er een podcast over.

Peggy Bouva en Maartje Duin op de Surinaamse plantage Tout Lui Faut.Foto’s Brian van der Leij
Peggy Bouva en Maartje Duin op de Surinaamse plantage Tout Lui Faut.Foto’s Brian van der Leij

„Ik denk dat de tijd rijp is. Na acht generaties.” Peggy Bouva stelt Maartje Duin gerust in De plantage van onze voorouders, een podcast over de donkere kant van de Nederlands-Surinaamse geschiedenis. In de achtdelige VPRO-serie proberen Duin en Bouva tot een gezamenlijk verhaal over de slavernij te komen. Daarbij leggen ze een link met het hedendaagse debat over racisme, en gaan ze pijnlijke gesprekken met familieleden niet uit de weg.

Gemeentelijk consultant Bouva en podcastmaker Duin komen allebei uit Rotterdam. Hun voorouders waren een stuk verder van elkaar verwijderd. De familie van Bouva was tot slaaf gemaakt op de Surinaamse suikerplantage Tout Lui Faut. Voor Antonia van Lynden-Van der Heim, een van de aandeelhouders van Tout Lui Faut en de Zeeuws adellijke bet-betovergrootmoeder van Duin, was werken uit den boze. Duin rekent ongemakkelijk terug, het 1/72ste familieaandeel in de plantage stond ongeveer gelijk aan één slaaf.

„Een knagend schuldgevoel”, noemt Duin haar interne worsteling tijdens de totstandkoming van de podcast, waarin de raakvlakken tussen Duin en Bouva’s familiegeschiedenissen centraal staan. Bouva: „Nadat ze me benaderde zei ik meteen: ik zie je niet als dader.”

Duin: „Ik durfde er twee jaar mijn vingers niet aan te branden. Ik dacht telkens: is het aan mij, om dit te vertellen? Het gevoel zit aan de zwarte kant van het verhaal. Maar ik realiseerde me gaandeweg dat we er zo naar zijn gaan kijken omdat dat systeem van oudsher zo is opgesteld. Het was geoutsourced; er was geen slavernij op wat nu als Nederlandse bodem wordt beschouwd. Niemand zag wat daar gebeurde.”

Bouva: „Ik vond het bijzonder dat Maartje haar relatie tot de slavernijgeschiedenis in de openbaarheid wou uitzoeken. Er zijn weinig mensen die dat willen. En als ze het doen, houden ze het vaak binnenshuis; gordijnen dicht, deur op slot, niemand mag het weten. Ik dacht, waarom gaan we hier zo krampachtig mee om?”

Duin: „Ik merkte bij mezelf terughoudendheid, ook in het maatschappelijke debat. Maar ik was als journalist altijd al geïnteresseerd in taboes; onderliggende dingen waar we moeilijk over praten. Dat hele slavernijverleden, ik had totaal geen overzicht. Het was iets amorfs, groots en duisters. Ik wist niet hoe het zat, wat precies de link is met Zwarte Piet. Dit bood mij de gelegenheid om dat te ontrafelen. En ik ben niet de enige die zich niet durft te mengen in de zwarte-pietdiscussie, dat geldt voor veel meer witte Nederlanders. Waar zit dat hem in? Dat moet je oprakelen.”

Niet iedereen in Duins familie was daar even blij mee. Het woord „nestbevuiler” valt in de podcast. Duins moeder zat er niet om te springen om door haar dochter gedekoloniseerd te worden. „Ze heeft het lang niet aan haar vrienden verteld, dat ik met deze podcast bezig was. Ze was bang voor de explosieve reacties die het onderwerp zou kunnen oproepen.”

De zoektocht naar de familiegeschiedenis is voor Bouva vanzelfsprekend. Haar bijdrage aan de podcast ontwikkelde zich van geïnterviewde naar degene die het verhaal vertelde. Maar ook in haar familie zat niet iedereen hier op te wachten. „Ga vooral niet het gesprek aan als je weet dat het iemand verdrietig maakt. En al helemaal niet als je een kind bent, want waar haal je het lef vandaan om een oudere zo aan te spreken. Dat zat er bij de generatie van mijn opa zo ingebakken. Dat onderdanige, dat je niet te veel vragen mag stellen. Dan begrijp je ook dat er zo weinig is overgedragen.”

Volgens Bouva willen jongere Surinaamse Nederlanders graag meer weten over het verleden. „Mijn ouders herinneren zich Suriname nog zoals ze het hebben achtergelaten. Ik was twaalf toen ik voor het eerst naar Suriname ging met mijn zusje. We kwamen lyrisch terug. Mijn ouders zeiden: maar jullie zijn in Nederland geboren. Hoe kan dit? Waar halen jullie die passie ineens vandaan?”

Bouva’s neef Jeffrey van eind twintig voelt niet de aantrekkingskracht van het zoeken naar roots. In de podcast zegt hij: „Het verhaal over slavernij kan verteld worden. Maar niet dat het iets met ons te maken heeft.” Hij kan zich ook niet vinden in het idee dat hij door zijn afkomst een uitgesproken mening moet hebben in het Zwarte-Pietdebat. „Zolang ik niet erken dat een vooroordeel klopt, is het niet mijn probleem.”

‘Gewoon mensen met namen en nazaten’

Duin vond het belangrijk om meerstemmigheid te laten doorklinken in de podcast. Ook binnen haar eigen familie, die deels niet meewerkte. „Dat zwijgen, is dat desinteresse, actieve vijandigheid, of angst? Ik vind het ontzettend jammer, ik had graag een breder palet laten zien. Als je iets kan meenemen uit de podcast, is het dat de meningen zeer divers zijn. Ook in Peggy’s familie.”

Duin vindt het belangrijk om te benadrukken dat niet alleen de elite betrokken was bij de slavernij in Suriname. „Dat waren ook militairen, kooplieden, enzovoorts. Er moeten nog heel veel verhalen verteld worden van de zwarte kant, om duidelijk te maken hoe de slavernij nog steeds doorwerkt tot op de dag van vandaag. Maar het is ook van belang om de witte kant te belichten, om duidelijk te maken dat degene die dat systeem optuigden mensen waren. Niet de instituties, de Nederlandse staat, de stad Amsterdam, de bank, maar gewoon mensen met namen en nazaten.”