Vrij zijn is...militaire uitrustingen verzamelen

Vrij Hoe ontspant Nederland?

Michel Wijnand (31) uit Emmeloord verzamelt al vanaf zijn zestiende militaire uitrustingen die sinds de Tweede Wereldoorlog door grondtroepen zijn gedragen. Als een set helemaal compleet is, van helm tot schoenen, trekt hij alles aan, poseert hij voor de schutting in zijn tuin, en plaatst dan een foto van zichzelf op zijn Facebookpagina. Als hij te groot is voor het uniform, kleedt hij zijn paspop aan voor het kiekje. Wijnand is 1.82, doet aan gewichtheffen, en eet zich „het schompes”, zegt hij. „In de jaren vijftig waren mensen veel kleiner en dunner.”

Waar sommige mensen specifieke oorlogen verzamelen, verzamelt hij pakken uit allerlei landen en periodes, vertelt hij. Al heeft hij wel zijn voorkeuren. Zo had hij een tijdje een Russische periode – zijn lievelingsuniform is een Russisch winterpak van dons en vilt waarin je nauwelijks een stap vooruit kan zetten. En de laatste vier jaar interesseert hij zich vooral voor de moderne Nederlandse gear. Aankomend jaar wordt een nieuw camouflagepatroon ingevoerd bij het Nederlandse leger, zegt hij verlekkerd. Hoe hij aan die spullen moet komen, moet hij nog bedenken.

Niet erg, want hij geniet vooral van „de jacht” naar precies de juiste baret, scherfvest, magazijntas, et cetera. Hij heeft nu al 319 pakken gecompleteerd, vertelt hij. „Ik vind het interessant om te zien waarmee soldaten door de jaren heen naar het gevecht worden gestuurd. En de verbeteringen die je daarin ziet.” Een voorbeeld? „In de jaren negentig waren synthetische stoffen populair. Tegenwoordig denken ze er ook aan dat het handig is als je kleding niet aan je vastsmelt als je in de fik vliegt.”

Alle uitrustingen die ‘af’ zijn, hangt hij aan een van de rekken in zijn opslagruimte. De pakken zijn gesorteerd op land en periode. Doet hij er dan nog iets mee? „Als ik er iets over leer, ga ik er weer even naar kijken.” Als hij van een medeverzamelaar op Facebook hoort dat een tasje niet uit dezelfde periode komt bijvoorbeeld. Verder moet hij de pakken tegen motten beschermen, met mottenpapier, plakvallen, en houtblokjes die motten afstoten. En om de zoveel tijd worden de pakken afgeborsteld.

Hij trekt de uniformen nooit aan om soldaatje te spelen, zegt hij. „Als je een uniform draagt met een rang of onderscheiding die je niet zelf verdiend hebt, kun je er gigantische problemen mee krijgen als je doet alsof het van jou is.” Uit respect voorziet hij zijn uniformen dan ook van een naamlint met een andere achternaam. Ook als hij een pak voor de foto móét aantrekken, is het voor hem niet alsof hij een militair is, zegt hij. „Als kind rende ik met helm en camouflageshirt door de bosjes. Maar die tijd is lang geleden.”