Reportage

Toen de testen eindelijk kwamen, was het halve verpleeghuis besmet

Coronavirus in verpleeghuizen Het beschermen van de meest kwetsbare mensen was een belangrijke doelstelling van het kabinet. Hoe konden dan toch 9.700 bewoners van verpleeghuizen besmet raken?

Pas vanaf 31 maart, als de zieke bewoners van verpleeghuizen worden geïnventariseerd, komen verpleeghuisdoden als ‘stille ramp’ op de politieke agenda.
Pas vanaf 31 maart, als de zieke bewoners van verpleeghuizen worden geïnventariseerd, komen verpleeghuisdoden als ‘stille ramp’ op de politieke agenda. Foto Marcel Krijgsman / Hollandse Hoogte

Onlangs besloot Breunis van de Weerd de wet te overtreden. De burgemeester van Nunspeet wist wat hij deed. Een golf sterfgevallen overspoelde zijn gemeente en één zorgmedewerker had zelfmoord gepleegd. Maar echt zicht op wat er gebeurde, had hij niet. Achter elkaar overleden bewoners van lokale verpleeghuizen. Alleen: de directies deelden die informatie niet met de buitenwereld.

Het RIVM telde twintig coronasterfgevallen in Nunspeet, maar Van de Weerd vermoedde dat het er veel meer waren. Er is een bestand van de gemeente waarin alle sterfgevallen worden vastgelegd. En ook al had hij niet de bevoegdheid, hij besloot die informatie in te kijken. „Semi-legale kanalen”, noemt hij het. Hij telde tachtig coronadoden.

Nunspeet is illustratief voor wat er in Nederlandse verpleeghuizen is gebeurd de afgelopen maanden. Terwijl talkshows, media en de Tweede Kamer ademloos het aantal ziekenhuisbedden en ziekenhuisdoden volgden, waarde het coronavirus door de instellingen waar de oudste en zwakste mensen wonen. De bestuurders trokken niet de aandacht, het aantal patiënten werd heel lang niet geteld, het personeel werd amper beschermd.

Het eerste landelijk crisisoverleg van coronadeskundigen vond 24 januari plaats. Het duurde bijna twee maanden voordat ook de verpleeghuissector vertegenwoordigd was.

Het beschermen van de meest kwetsbare mensen tegen het coronavirus was vanaf het begin een belangrijke doelstelling van het kabinet. Hoe konden dan toch zoveel bewoners van verpleeghuizen besmet raken? Volgens de meting van 26 mei waren 9.705 bewoners besmet. Die zijn hoofdzakelijk in de provincies Limburg, Brabant, Zuid-Holland, Gelderland en de steden Amsterdam en Utrecht te vinden. Daar wonen bijna 50.000 ouderen in verpleeghuizen. Dus ruwweg één op de vijf van die bewoners is besmet. Een derde van de heel oude coronapatiënten overlijdt eraan, twee derde komt er verzwakt uit.

In het Noord-Brabantse Uden stierven tijdens de piek van de epidemie, eind maart/begin april, ruim zes keer zoveel mensen als normaal in die periode. Het is de hardst getroffen gemeente van Nederland. In de Limburgse gemeente Peel en Maas stierven in die twee weken 79 mensen, tegen 16 normaal, in Tilburg 199 mensen tegen een normaal gemiddelde van 60.

De Udense pastor John van de Laar heeft sinds half maart twintig stervende coronapatiënten bediend. „Ik deed dat in beschermd pak. Met een van de kinderen van de stervende erbij, meer mocht niet. Eén gezin zal ik niet snel vergeten: de hele familie stond tijdens de ziekenzalving voor het raam.” Heeft de pastor het gevoel dat hij de stervenden kon troosten? „Gezien de omstandigheden wel.”

Misperceptie

In de Limburgse verpleeghuizen werd tot 24 februari nog carnaval gevierd. „Niemand was zich bewust van het gevaar”, zegt Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg in Maastricht. „Ook niet in de grensstreek waar iedereen met elkaar omgaat, terwijl in het Duitse grensdorp Selfkant al een uitbraak was.” Carnaval in het verpleeghuis? „Dat is traditie – ook verpleeghuisbewoners worden uitgedost als prins en prinses”, zegt Hamers. „De mensen vieren carnaval in het café en gaan een dag later weer werken in het verpleeghuis of op bezoek bij oma.”

Er ontstond lichte paniek toen een Duitse coronapatiënt uit Selfkant met symptomen van longontsteking werd opgenomen. Hij bleek op 16 februari in Limburg te zijn geweest. Even dacht de GGD Limburg dat hij Nederlanders besmet zou kunnen hebben. Maar uit gesprekken met zijn vrouw bleek dat hij pas een week ná zijn bezoek aan Limburg ziek werd. Daaruit concludeerde het RIVM dat hij niemand in Nederland had kunnen besmetten. Een ‘contactonderzoek’ – mensen die een patiënt heeft gezien, traceren – rond deze man werd al snel afgeblazen.

Lees ook: Crisisexpert: ‘De niet-acute zorg bleef te lang buiten beeld bij pandemie’

Ruim twee weken later moesten de eerste verpleeghuizen in Zuid-Limburg dicht vanwege een explosie aan besmettingen. Op 13 maart legt een bestuurder van Zuyderland Zorgcentra in een videoboodschap uit voortaan familieleden te weren. „Welke maatregelen we ook nemen en welk advies we ook opvolgen van alle experts en instanties: we zien iedere keer dat we nieuwe besmettingen moeten betreuren.”

Koorts (beperkte diagnoses)

De autoriteiten dragen hun kennis over het nieuwe virus vanaf het begin stellig uit. „Mensen met het nieuwe coronavirus hebben koorts én luchtwegklachten”, meldde het RIVM wekenlang op zijn website. In de publieksvoorlichting door de rijksoverheid echoot die boodschap tot op de dag van vandaag na.

Maar in de loop van maart, toen de epidemie in Brabant en Limburg in volle gang was, bleek dat niet te kloppen. ‘Asymptomatische’ (zonder coronasymptomen) patiënten kunnen het virus tóch hebben en anderen besmetten.

Bij een proef blijken veel medewerkers in het ziekenhuis van Breda zonder veel klachten besmet te zijn. In de verpleeghuizen van Zuyderland ging de GGD medio maart ook intensief testen. Daar bleken bewoners zonder klachten tóch positief te zijn. „Ze hadden alleen urineweginfecties of ze gingen minder eten als gevolg van reuk- en smaakverlies”, vertelt bestuurder Roel Goffin. „Het woord ‘asymptomatisch’ viel in de loop van de tijd steeds minder omdat we dat allemaal als symptomen gingen zien.”

Lees ook: Doden in verpleeghuizen: zoek niet naar schuldigen, maar richt je op kwaliteit van leven

Het was artsen in het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in maart ook al opgevallen dat ze heel oude patiënten opnamen, die niet als Covid-19-verdacht te boek stonden; ze hadden geen last van de twee officiële symptomen koorts van 38 graden of hoger, en luchtwegklachten of hoest. Ze hadden een delier of waren gevallen. Toch toonden testen dat ze besmet waren.

Geriater Ralf Vingerhoets van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis besloot met hoogleraar ouderengeneeskunde Marcel Olde Rikkert van de Radboud Universiteit Nijmegen de eerste 19 hoogbejaarde coronapatiënten die ze hadden gezien, te beschrijven. Ze wilden andere artsen waarschuwen: als u denkt dat een oudere niet besmet is omdat hij niet voldoet aan de officiële kenmerken, kán die wel besmet zijn. Op 8 april publiceerde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dit onderzoek.

Alles naar de ziekenhuizen

De Italiaanse beelden van ziekenhuizen die de stroom doodzieke patiënten niet aankunnen, joegen medici hier schrik aan. Het besef onder specialisten groeide dat een overstroming van de intensive cares op de loer lag en dat moest coûte que coûte worden voorkomen.

Dat ook verpleeghuizen beschermd moesten worden, werd nergens gezegd. Op 27 februari adviseert het Outbreak Management Team (OMT), de belangrijkste adviseur van het kabinet in de crisis, zelfs om coronapatiënten zo nodig ín verpleeghuizen op te vangen, als „alternatieve locaties voor de verzorging”. Ze waarschuwden die dag ook voor een tekort aan beschermingsmiddelen.

Die schaarste domineert de weken erop het maatschappelijk debat. Overal dreigen tekorten aan mondkapjes en brillen. En ook groeien de zorgen over een mogelijk gebrek aan testmateriaal en menskracht om te testen.

In de strijd om deze middelen staan de verpleeghuizen constant achteraan. Ze zitten niet aan tafel waar de spullen worden verdeeld. Dat gebeurt in de elf ROAZ’en (Regionaal Overleg Acute Zorgketen). Die bestaan uit ziekenhuizen, huisartsen, de crisis- en ambulancedienst en verloskunde. De verpleeghuizen zijn niet vertegenwoordigd, op enkele uitzonderingen na. Zorgconcern Rivas had in zijn verpleeghuizen naar eigen zeggen nooit tekorten. „Wij hadden het geluk dat onze verpleeghuizen indirect aan tafel zaten bij ROAZ Zuid-West-Nederland, doordat wij óók een ziekenhuis in onze organisatie hebben”, zegt een woordvoerder.

Schaarste werd het uitgangspunt in de richtlijnen. Alleen aan de allerziekste mensen, bij wie Covid-19 met een test was bewezen, zouden mondkapjes en brillen worden uitgedeeld.

Pas op 17 maart nodigt het OMT vertegenwoordigers uit de verpleeghuissector uit – vier dagen nadat de verpleeghuizen van Zuyderland dicht zijn gegaan. Voor het eerst vraagt het OMT „extra aandacht” voor het gebrek aan beschermingsmiddelen in de ouderenzorg.

PvdA-leider Lodewijk Asscher en Henk Krol van 50Plus maken zich dan al zorgen over de strijd om beschermingsmiddelen. De regering moet „spoedig een helder landelijk beleid” voeren om de kwetsbaren in verpleeghuizen te beschermen, stellen ze in een Kamermotie op 18 maart. Vervolgens studeert minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) wekenlang op een verdeelsleutel. Op 7 april is er nog weinig verbeterd. „Het is niet transparant”, verzucht directeur Jeroen van den Oever van zorginstelling Fundis, hoe het ministerie de schaarse mondkapjes en schorten verdeelt. „We weten het gewoon niet.”

Kiezen

Het personeel in de verpleeghuizen moest dus kiezen: ga ik slecht beschermd de ouderen verplegen of staak ik mijn hulp? „Als je kiest om niet te werken, ontzeg je hulpbehoevenden zorg”, zegt Gerton Heyne van beroepsorganisatie V&VN op 6 april. „Maar als je wel gaat werken, loop je het risico als besmettingsbron te fungeren. Zorgmedewerkers kampen met mentale problemen door die afweging.” Een Brabantse verzorgende verzucht half april dat haar dagelijkse gang naar het verpleeghuis, zonder beschermingsmiddelen, voelt als „Russische roulette”.

Mensen met lichte klachten moeten thuisblijven, is het landelijk devies, behalve zorgmedewerkers. „We kunnen ons niet veroorloven om dat ook tegen de mensen in de zorg te zeggen”, legt Hugo de Jonge op 8 april in een Tweede Kamerdebat uit. „Als we dat zouden zeggen, dan zouden de verpleeghuizen stil komen te liggen.”

Tegelijkertijd kunnen personeel én bewoners van verpleeghuizen nauwelijks getest worden. Terwijl ziekenhuizen vaak de mogelijkheid hebben zelf hun personeel te testen, verdwalen directies van verpleeghuizen in de bureaucratie.

Jos Bleijenberg moest lang wachten voordat hij zijn personeel in verpleeghuis Brinkhoven in Heerde kon testen, vertelde hij in april. Inmiddels was het halve verpleeghuis besmet. „Bij de eerste bewoner die verdacht werd, zei de GGD: die testen we niet. Het duurt nóg te lang. Als vanuit de verpleeghuizen wordt gezegd: deze persoon moet getest worden, moet dat genoeg zijn. Maar je moet op formulieren invullen welke verschijnselen de medewerker precies heeft. Dan denk ik: nee, nee, nee.”

Asscher verbaasde zich erover hoe lang het duurde voordat het RIVM zijn richtlijnen aanpaste om bewoners en medewerkers in verpleeghuizen beter te beschermen. Op 16 april constateert hij in de Tweede Kamer: „Waar op 20 maart bezoek aan de verpleeghuizen werd verboden, heeft het tot gisteren geduurd voor de instructie veranderde en mensen met lichte klachten niet meer naar hun werk gingen zonder getest te worden.”

Noodbeleid

De schaarste aan tests en beschermingsmiddelen dwingt verpleeghuizen tot onconventionele maatregelen. Zijn twee bewoners positief getest? Dan wordt elke zieke op die afdeling als ‘verdacht’ beschouwd en wordt het testen gestaakt. Maar hoe scheid je besmette bewoners van verdachte bewoners en die weer van niet-besmette bewoners in een vol verpleeghuis? En als ze aan dementie lijden, zijn maatregelen niet uit te leggen.

Specialisten ouderengeneeskunde zien eind maart dat het RIVM de sterfgevallen en besmettingen in verpleeghuizen nauwelijks meetelt. Niet getest is niet geteld. Alleen het aantal coronapatiënten dat in het ziekenhuis ligt, wordt dagelijks bekendgemaakt. Pas als Verenso, de beroepsorganisatie van specialisten ouderengeneeskunde, vanaf 31 maart de zieke bewoners gaat inventariseren, komen de verpleeghuisdoden als ‘stille ramp’ op de politieke agenda.

Wat onder de radar bleef, is wel te zien door cijfers over bovengemiddelde sterfte van het CBS te vergelijken met die van het RIVM. De statistici telden een ‘oversterfte’ van circa 9.000 mensen. Het RIVM had ruim 5.400 coronadoden geteld.

Het Outbreak Management Team draait er half april niet omheen: wellicht hebben medewerkers die op meerdere locaties werken gezorgd voor snellere verspreiding van het virus, schrijven ze. „Bij de verspreiding in verpleeghuizen spelen ook het aanvankelijk restrictieve testbeleid, de beperkte beschikbaarheid van beschermingsmiddelen en een vaak atypisch ziektebeeld een rol.”

Maar als OMT-voorzitter Jaap van Dissel de dag erna in de Tweede Kamer wordt gevraagd of het virus zich snel heeft kunnen verspreiden door het beperkte testen en het gebrek aan mondkapjes in de verpleeghuizen, ontkent hij dat. „Daarop is het antwoord nee.”

Geriater Ralf Vingerhoets zegt nu: „Eind februari hoopten we in Brabant nog dat we individuele gevallen konden vinden en isoleren. Maar het hek was snel van de dam. Nederland heeft een heel afwachtende houding aangenomen. Bij een volgende epidemie moeten we iedereen uit risicogebieden meteen isoleren.”

De vraag is ook hoe doortastend verpleeghuizen optreden bij een besmetting. Ruim twee maanden na de eerste coronapatiënt in Nederland ontdekken ze in een Dordrechts verpleeghuis eind april de eerste besmetting. Dik drie weken later zijn 115 van de 190 bewoners van Het Parkhuis besmet en zijn er 23 overleden.

Maar niet elke instelling informeert de buitenwereld zoals Het Parkhuis. Nog steeds is voor naasten die een verpleeghuis bezoeken onduidelijk of bewoners besmet zijn. Op de website van verpleeghuizen is vaak niet te zien hoeveel bewoners besmet zijn. Ook brancheorganisatie Actiz laat weten dat ze niet weet in welke verpleeghuizen corona heerst.