Recensie

Recensie Strips

Stijlvolle strip over verlies, zelfverwijt en sprankje hoop

Strip In het tweeluik ‘Scherven / Littekens’ neemt Erik de Graaf de lezer mee in een verslag dat deels is gebaseerd op zijn eigen familiegeschiedenis rond WO II.

Beeld uit de strip ‘Littekens’ van Erik de Graaf.
Beeld uit de strip ‘Littekens’ van Erik de Graaf.

Covers van de strips ‘Scherven’ en ‘Littekens’ Erik de Graaf

Scherven, het eerste deel van het tweeluik, verscheen al in 2010. Tien jaar lang werkte Erik de Graaf, naast zijn reguliere baan bij een designbureau, aan het tweede deel, Littekens, waarin twee voormalige geliefden elkaar vlak na de Tweede Wereldoorlog weer treffen. Dat hij overdag als grafisch ontwerper werkt, is relevant omdat het overduidelijk is terug te zien. De Erik de Graaf (1961) tekent strak, bijna roerloos. Alles is heel precies, tot en met de populieren aan de horizon die langs de liniaal lijken gelegd. Het is schoon, egaal.

De Graaf hangt de klare lijn aan, van Hergé en Joost Swarte, maar dan zover doorgevoerd dat zijn stripplaatjes bijna kleine affiche-illustraties worden. Dat is flink wennen, vooral tijdens gevoelige momenten of actiescènes: strikt stilistisch schiet het daar tekort.

Alles is bovendien fors geretoucheerd in de computer: iedere lijn, ieder kleurvlak heeft een gruizige korrel die iets van vroeger suggereert – maar vooral het softwarematige van de nabewerking laat zien. Dit mechanische wordt extra versterkt door de strenge lettering. Het rakatakatak van de automatische wapens, het vrrrr van voorbijrijdende auto’s tot en met de boemmmm’s en vriiii’s bij een luchtaanval; alle letters zijn gelijk en voorzien van identieke slagschaduwen.

Hartverscheurend

Zo stijf als het oogt, zo intiem en raak zijn de persoonlijke geschiedenissen die De Graaf vertelt. Victor en zijn voormalige geliefde Esther komen elkaar bij toeval op 4 mei 1946 tegen bij het graf van een vriend die stierf in de begindagen van de oorlog. Victor heeft in Scherven aan Esther uitgelegd wat er zich in die eerste maanden afspeelde en hoe hij als dienstplichtige verzeild raakte in het verzet.

In Littekens lezen we het verhaal van de Joodse Esther die haar vader, moeder en uiteindelijk ook haar zusje verliest. Het zijn emotionele, persoonlijke verhalen die hun toevallige weerzien kleuren: getekend door wat zich heeft afgespeeld, zijn ze niet in staat zomaar de draad op te pakken. De herinneringen moeten een plaats krijgen voordat er weer voorzichtig sprake kan zijn van liefde, of zelfs maar genegenheid.

Familiegeschiedenis

Het knappe van het eerste deel, Scherven, zit in het alledaagse, het banale. Er zijn geen uitgesproken helden, geen meeslepende intriges; zelfs de oorlogsgruwelen zijn alleen vanuit de verte zichtbaar. Voelbaar is het des te meer: omdat De Graaf putte uit zijn eigen familiegeschiedenis – die hij achter in beide albums uitgebreid documenteert – bewegen we mee met gewone mensen, die bescheiden zijn in hun doen en laten. Dan ineens blijkt het sobere van de tekeningen functioneel.

Littekens is vanwege het Joodse perspectief directer. De scènes waarin moeder met twee dochters aankomt op het onderduikadres en te horen krijgt dat er maar plaats is voor twee, is hartverscheurend. Wat later met het jongste zusje gebeurt is minstens even gruwelijk, maar daar loopt de illustratieve aanpak scheef. Verhalend bewijst De Graaf zijn klasse, het tekenwerk lijkt het relaas soms in de weg te zitten. Scherven / Littekens is een getuigenis die er zijn mag, een integer verhaal over verlies, boosheid en zelfverwijt, met toch een sprankje hoop.