Nissan lijdt miljardenverlies, sluit fabrieken in Spanje en Indonesië

Autoindustrie Nissan heeft harde klappen gekregen door de coronacrisis. Het Japanse bedrijf heeft plannen voor een grote reorganisatie.
Het boekjaar van Nissan werd afgesloten met een nettoverlies van omgerekend 5,7 miljard euro.
Het boekjaar van Nissan werd afgesloten met een nettoverlies van omgerekend 5,7 miljard euro. Foto Koji Sasahara/AP

Nissan heeft over het afgelopen boekjaar een miljardenverlies geleden. Dat meldt het Japanse autoconcern donderdag. Het bedrijf is bezig met een grote reorganisatie, en is onder meer van plan fabrieken in Spanje en Indonesië te sluiten om kosten te besparen.

Het boekjaar werd eind maart afgesloten met een nettoverlies van 671 miljard yen (ongeveer 5,7 miljard euro), blijkt uit de cijfers. Dit komt onder meer door herstructureringskosten en sterk gedaalde autoverkoop. De omzet daalde met 14,6 procent ten opzichte van 2018.

Om de kosten terug te dringen, neemt Nissan de komende drie jaar een serie ingrijpende maatregelen waarom 300 miljard yen (ongeveer 2,5 miljard euro) moet worden bezuinigd. Met het sluiten van de fabriek in het Spaanse Barcelona worden 2.800 arbeidsplaatsen geschrapt volgens persbureau Reuters. Het is Nissans belangrijkste afdeling in Europa, na die in Groot-Brittannië. De sluiting is een klap voor Spanje, dat al kampt met toenemende werkloosheid en een recessie door de coronacrisis. Twee afdelingen in het noorden van Spanje blijven nog wel in gebruik.

Nissan stopt ook de productielijn in Indonesië, stopt met het Russische merk Datsun en neemt afstand van de Zuid-Koreaanse markt. Volgens de krant Korea Harold komt dat door teruglopende verkopen als gevolg van „anti-Japan sentiment” en de coronacrisis. Het blijft wel auto’s maken in Noord-Amerika.

Het is de tweede grote reorganisatie in minder dan een jaar tijd voor Nissan. In juli 2019 kondigde het bedrijf ook al aan wereldwijd duizenden banen te schrappen tot 2022, als gevolg van tegenvallende verkopen en stijgende kosten.