Het bbp per hoofd van de bevolking lag in zuidelijke landen als Italië vorig jaar 7.500 euro onder het gemiddelde in de eurozone, signaleert Heimberger.

Foto Claudio Peri/EPA

Interview

‘Niets doen voor Zuid-Europa is gevaarlijk’

Philipp Heimberger | Oostenrijks econoom Al sinds de invoering van de euro groeien Noord- en Zuid-Europa economisch uit elkaar. En corona kan voor de eurozone de genadeklap geven, waarschuwt econoom Philipp Heimberger.

Wie in Europa betaalt de rekening voor de economische ravage van de coronapandemie? Die vraag beroert niet alleen Europese regeringen, die verdeeld zijn over plannen voor een groot herstelfonds die de Europese Commissie deze week presenteerde. Ook Europese economen mengen zich volop in het debat; net als tijdens de vorige eurocrisis is het topdrukte op Twitter. Ze bestoken elkaar met argumenten, grafieken en plannen. Niet zelden nemen ze een andere positie in dan hun eigen regering.

Dat laatste geldt ook voor de jonge Oostenrijkse econoom Philipp Heimberger (31), die er in zijn tweets op hamert dat de klap door corona wel eens kan leiden tot het uiteenvallen van de eurozone. „Al sinds de invoering van de euro in 1999 raakt Zuid-Europa economisch steeds verder achterop – anders dan ooit de belofte was”, zegt hij aan de telefoon. „Corona vergroot de kloof.”

In een artikel voor de Oostenrijkse krant Der Standard verwijt hij zijn eigen regering „kortzichtigheid”. Oostenrijk is één van de ‘zuinige vier’, met Nederland, Denemarken en Zweden. Zij zien weinig in het plan van Brussel, gebaseerd op een eerder Duits-Frans voorstel, om via de EU-begroting 500 miljard euro beschikbaar te stellen aan investeringssubsidies, plus 250 miljard euro aan leningen. Daarvan zouden Italië en Spanje bovengemiddeld profiteren.

Volgens Heimberger, werkzaam aan het Vienna Institute for International Economic Studies (WIIW), gooien de vier „olie op het vuur” door alleen leningen beschikbaar te willen stellen aan Zuid-Europa, géén subsidies. „Het zou de schuldniveaus in Italië en andere landen alleen maar hoger maken. Het risico is destabilisering van de financiële markten en van het eurosysteem. Dat komt onvermijdelijk terug op het bord van Oostenrijk en ook van Nederland.”

In een paper beschrijft u hoe de eurozone al vóór de coronacrisis uit elkaar aan het groeien was.

„Ja, dat is al sinds de invoering van de euro in 1999 aan de gang. De startposities van landen waren heel verschillend. In het verdrag van Maastricht [1992] spraken de toekomstige eurolanden af dat de economieën zouden ‘convergeren’: naar elkaar toegroeien. Met één stabiele munt zouden we allemaal de hoogste standaarden bereiken.

„Die belofte is niet vervuld. Integendeel: de eurolanden zijn juist uit elkaar gegroeid, je kreeg divergentie. Kijk naar het bbp per hoofd van de bevolking. Dat lag in 1999 in de noordelijke landen [Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland] 2.000 euro boven het gemiddelde in de eurozone. In 2019 was dat 5.000 euro.

„In de zuidelijke landen [Italië, Spanje, Portugal] gebeurde het tegenovergestelde. Ze zaten in 1999 4.000 euro onder het gemiddelde, twintig jaar later was dit 7.500. Dus de kloof is verdubbeld.” 

Hoe kwam dat precies?

„Dat heeft te maken met de ongelijke verdeling tussen eurolanden van succesvolle bedrijven die veel waarde toevoegen. Dan moet je denken aan heel productieve, technologisch hoogwaardige industrie. Die groepeert zich vaak in gebieden met soortgelijke bedrijven, zelfs als arbeids- en andere kosten daar hoger zijn.

„Onderzoek laat zien dat noordelijke landen twintig jaar geleden al meer van dit soort bedrijvigheid kenden dan zuidelijke. In Noord-Italië en in Noord-Spanje vind je ook hoogwaardige industrie, maar over het geheel genomen minder dan in Noord-Europa. Uit onderzoek blijkt ook dat industriële hubs uit zichzelf meer groei creëren, terwijl achtergebleven gebieden verder achterop raken. Binnen de eurozone paste de Duitse industrie zich bijvoorbeeld erg goed aan aan de opkomst van China: dat werd een afzetmarkt voor hoogwaardige goederen. Zuidelijke bedrijven die minder hightech zijn, kregen juist te lijden onder de concurrentie van China en andere Aziatische landen.”

Speelde de euro zelf ook een rol in die groeiende Noord-Zuidkloof?

„Op zich vind je hetzelfde patroon – van technologisch sterke regio’s die steeds sterker worden en andersom – ook buiten het eurogebied. Wel kunnen landen die achteropraken, zich binnen de euro minder makkelijk aanpassen. Zij kunnen hun munt niet devalueren, ze kunnen geen eigen monetair beleid voeren en de Europese begrotingsregels beperken hun beleidsvrijheid. Maar het is intellectueel lui om de euro dan maar van alle problemen de schuld te geven. Er zijn zo veel voorstellen gedaan om de munt voor álle landen te laten werken, om die convergentie wél tot stand te laten komen. Een budget voor investeringen in de eurozone, een Europese (her)verzekering voor werkloosheid. Telkens verdwenen die voorstellen in een lade.”

Hoe vergroot de coronacrisis de kloof tussen Noord en Zuid verder?

„Je ziet al aan de data dat Zuid-Europese landen harder krimpen dan Noord-Europese landen. Zuid-Europese economieën zijn afhankelijker van de binnenlandse vraag dan Noord-Europese landen, die sterker zijn in export. De binnenlandse vraag is ingestort. De export van goederen weliswaar ook, en overal in Europa even hard. Maar de export van diensten daalt veel harder in het Zuiden. Daarbij gaat het vooral om toerisme. Hoe langer de lockdowns aanhouden, hoe moeilijker het herstel daar wordt.”

In uw land, en ook in Nederland, klinkt vaak dat Italië financieel onverantwoordelijk bezig is.

„Het probleem van Italië is economische groei, niet begrotingsdiscipline. Noordelijke landen moeten ophouden met lesjes geven. Wat je amper hoort, is dat Italië sinds 1995 in alle jaren, behalve crisisjaar 2009, een ‘primair’ begrotingsoverschot had. Dat is het overschot zonder rentebetalingen op de staatsschuld. Met andere woorden: De Italiaanse staat kreeg meer geld binnen dan hij uitgaf. Die rentebetalingen zijn wel hoog, maar dat komt door de groei van de staatsschuld in de jaren tachtig en negentig. De huidige generatie politici kun je daar niet de schuld van geven.”

Lees meer over de reacties van de Tweede Kamer op het Europees herstelplan

Hoe kan de eurozone gaan verbrokkelen?

„De groeiende economische kloof tussen de landen kan ertoe leiden dat de eurozone politiek uit elkaar valt. Bijvoorbeeld doordat één land besluit de eurozone of zelfs de hele Europese Unie te verlaten. Ik maak me zorgen over de snel afgenomen steun voor de EU in Italië. Als Italië uit de euro valt, zal dat een grote financiële crisis veroorzaken. Het heeft de op twee na grootste bankensector van Europa en honderden miljarden schuld in euro’s. Daarom is het zo gevaarlijk om niets te doen nu de coronacrisis de verschillen nog verder vergroot. Met hun opstelling kunnen Nederland en Oostenrijk verdere barsten slaan in het eurosysteem.”

Kan het herstelfonds dat de Commissie voorstelt het tij keren?

„Het voorstel is veelbelovend. Met dit geld kun je echt het herstel versnellen in de regio’s en sectoren die zwaar door de pandemie getroffen zijn. Tegelijk is het niet genoeg om de diepere problemen op de langere termijn aan te pakken. We moeten die belofte van convergentie herhalen – en ditmaal ook echt realiseren. Permanente geldstromen van Noord naar Zuid zijn politiek en economisch niet levensvatbaar. In plaats daarvan moeten we de vraag stellen: hoe zorgen we ervoor dat Andalusië, Napels en Thessaloniki, maar ook arme noordelijke regio’s als de Uckermark in Oost-Duitsland, even productief worden als München, Milaan of Amsterdam? Je kunt een gecoördineerd Europees industriebeleid voeren en gerichte investeringen doen in onderzoek en ontwikkeling. Dat kan heel goed binnen de Green Deal waaraan Europa nu werkt.

„De Amerikaanse overheid heeft ook veel publiek geld gestoken in Silicon Valley. Ook in Japan, Taiwan en Zuid-Korea is succes geboekt met dit soort investeringen. Het gereedschap is er dus. Nu nog de politieke wil en de ambitie.”