‘Ik ben de enige in de buurt die altijd open is’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week Dogan Korkmaz (55), eigenaar van café De Koperen Toog in Rotterdam.

Foto David van Dam

‘Door corona is mijn café dicht. Dat vind ik logisch, maar zwaar. Ik heb van de regering één keer vierduizend euro gekregen, dat dekt mijn vaste lasten niet. Overmorgen mag het terras open maar de stoep is smal. Daar kunnen hooguit vier klanten op.

„Ik was zestien toen ik uit Turkije naar Nederland kwam, met mijn broer. Mijn vader was hier al, als gastarbeider. Na het middelbaar technisch onderwijs liep ik stage in de Botlek, bij een oliebedrijf. Ik mocht blijven als plaatwerker. Ik was begin twintig en had geld in mijn zak.

„Ik ging graag uit. Ik nam vrijdag mijn leren jasje mee naar het werk en ging meteen de stad in. Ik had donkere krullen. Ik ging naar Hollandse cafés en dronk daar een biertje. Mijn vader vond het maar niks. Áls je al naar een café gaat, ga dan naar een Turks café, vond hij. Maar beter helemaal niet.

„Een vriend van mij zei: jij houdt van het nachtleven. Laten we een café beginnen. Ik zei: Dat is goed. Ik stopte met het werk in de Botlek. Mijn vader werd helemaal gek.

‘Ik was 21 toen ik mijn eerste zaak opende, midden in het centrum van Rotterdam. Het liep goed. Tot na twee jaar brand in de keuken ontstond. We waren vergeten het frituurvet uit te zetten. Kort daarna begon ik een klein, intiem café.

„Op mijn 21ste ben ik getrouwd. In Turkije. Met mijn achternichtje. Zij bleef bij mijn moeder wonen tot ik in Nederland een geschikt huis had gevonden. Zo ging dat toen. Het gaf mij de vrijheid ’s nachts te werken.

Ik heb dertig jaar in het nachtleven gewerkt. De laatste jaren vind ik het soms zwaar. Ik ben een lief en gevoelig persoon. Ik heb het liefst geen problemen en een schone naam.

„Zij kwam een paar jaar later naar Nederland. Ze vond dat nachtleven van mij niet leuk maar accepteerde het. We hebben vier kinderen. Drie meisjes: die zijn inmiddels 32, 26 en 20 jaar oud. En ik heb een jongen van 12.

„Ik stapte over naar een groter café in een drukkere straat. Af en toe was er gedoe en gezeik. Een vechtpartijtje, lastige klanten. Dan zit je zelf ook op het politiebureau. Als je daar niet mee om kunt gaan, is het nachtleven niets voor je.

„Ik wilde groter en begon een discotheek in Gorinchem. Ik werd niet geaccepteerd door het publiek. Het personeel keerde zich tegen mij. Het was ‘die Turk dit en die Turk dat’. Ik heb van alles geprobeerd, een Nederlandse bedrijfsleider, het werd niets. Het zijn toch een soort boeren daar.

„Ik ging terug naar Rotterdam en begon een café. Dat ging goed tot ik problemen kreeg met mijn compagnon. Als hij gedronken had, wilde hij alleen maar ouderwetse, Turkse muziek draaien. De klanten vonden dat niks. Ik zei tegen mijn vriend: als je de klanten wilt houden, moet je geen buitenlandse muziek draaien. Hij luisterde niet. We zijn gestopt met die zaak. Ik was zo goed als blut.

„Mijn zoon is slim. Ik denk dat hij wel arts of rechter kan worden. Mijn dochters zijn ook slim. Zij zijn verpleegster, apotheekassistente en kleuterjuf geworden. Mooie banen voor meisjes. Ik had weinig tijd voor hen. Meer dan tien jaar lang stapte ik pas om zeven uur ’s ochtends in bed. Ik probeer dat nu met mijn zoon anders te doen.

„Na het laatste café wilde ik nooit meer een compagnon. Ik zei tegen een gokmachine-exploitant die ik ken: ik ben kapot. Ik wil een zaak om opnieuw te beginnen. Ik kon kiezen uit een grote en een kleine. Ik koos de kleine. Dat is De Koperen Toog. Ik zit hier nu alweer tien jaar.

‘Eerst kwamen hier vooral Nederlanders. Van die klantenkring zijn er zeker 25 overleden. Als je veel drinkt, word je meestal niet heel oud. Nu is het publiek jonger en diverser, net als de buurt. Maar wel 35-plussers. Met jongeren heb je te veel gedoe.

„Ik heb dertig jaar in het nachtleven gewerkt. De laatste jaren vind ik het soms zwaar. Ik ben een lief en gevoelig persoon. Ik heb het liefst geen problemen en een schone naam. Ik heb wel eens gedacht over terugkeer naar Turkije met mijn vrouw. Maar de kinderen willen dat niet. Wie moet er dan later voor je zorgen?

„Ik doe mijn werk graag. Ik lach met het personeel. Ik praat met klanten, leer nieuwe mensen kennen. Het café is straks weer open van 9 uur ’s ochtends tot een uurtje of 1. In het weekend wat later. De een komt in de ochtend voor een koffie of een borreltje. De ander ’s avonds. Ik ben de enige in de buurt die eigenlijk altijd open is.”

Aanmeldingen voor deze rubriek: ditbenik@nrc.nl