Opinie

Gewoon vlot

Marcel van Roosmalen

Bij de grootste kapsalon van het dorp waren ze ook weer aan het werk, en hoe: ze hadden het drukker dan ooit, zei de eigenaresse die al zes dagen non-stop bezig was. „Mijn hele voicemail staat vol met klanten. ‘Ik zie er ondertussen uit als Sinterklaas’, zeggen ze dan, of als André Rieu. Vorige week dinsdag was het helemaal hectisch, want toen kwam mijn zoontje met zijn voetje tussen de spaken van zijn fiets. Die zit nu in het gips.”

Het concept dat het verschil maakt met alle andere kapperszaken in het dorp, de extra zorg die werd besteed aan de klanten ging nu bijna tegen ze werken.

Ik werd voor een spiegel gezet. Ik zag mezelf voor het eerst met mondkapje, de bril besloeg ervan.

Ik mocht zelf weten of ik het mondkapje omhield, de klanten hadden vrije keus, maar eerder die dag hadden ze wel tegen een hoestende bejaarde moeten zeggen dat het om moest blijven.

Normaal serveerden ze een kopje koffie, met een koekje erbij. Dat mocht vanwege de nieuwe hygiëneregels ook al niet meer. In koektrommels nestelden bacteriën zich veel makkelijker.

„Die springen echt van koekje naar koekje.”

Daarna ging het over haaraanzet en haarpunten, veel mensen in Wormer hadden meer dode haarpunten dan normaal. De hoofdhuid was ook niet altijd in topconditie omdat droogshampoo op den duur toch naar beneden zakt.

„Hoe wil-u het hebben?”

Als ze de ‘t’ weglaten moet ik de neiging tot verbeteren onderdrukken. „Ja.., stuk eraf”, zei ik.

„Gewoon vlot?”

Wat was gewoon vlot?

Voor het wassen van de haren werd ik naar een plastic tent gebracht.

Ze liet haar handen zien.

Vol rode plekken.

Ze zei: „Je kunt je handen ook te vaak wassen.”

Daarna: „Dus ik doe handschoenen aan.”

Ze masseerde mijn hoofd, een gratis service.

Ze zei: „Laat ik het zo zeggen: ik zal blij zijn als alles weer normaal is.”

Haar opa had een kapsalon aan huis, haar ouders hadden het uitgebreid tot dit en nu was zij de eigenaresse, terwijl dat er in eerste instantie niet naar had uitgezien.

„Maar uiteindelijk gaat het toch van generatie op generatie.”

„Je wordt uiteindelijk toch je ouders”, zei ik wijs. „Of je nu wilt of niet.”

Haar ouders stonden ondertussen even verderop te knippen of hun leven ervan afhing.

Moeder knikte vriendelijk, vader kaal.

Ze hield me een spiegel voor, ik was nu net als de rest: ‘gewoon vlot’.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.