Opinie

Geen vuiltje aan de lucht

Schone lucht Brabant en Noord-Italië waren niet alleen brandhaarden van het coronavirus, in beide gebieden is de luchtkwaliteit ook relatief slecht. Een verband tussen die twee wordt gauw gelegd. Maar is dat terecht, vraagt hoogleraar zich af.
De skyline van Milaan, gezien vanuit Montevecchia op 2 mei, toont hoe schoon de lucht is
De skyline van Milaan, gezien vanuit Montevecchia op 2 mei, toont hoe schoon de lucht is Foto Daniele Mascolo/Reuters

De Nederlandse luchtkwaliteit is tijdens de coronapandemie al herhaaldelijk ter sprake gekomen, zowel positief als negatief. Zo schreven media op basis van satellietbeelden dat onze luchten veel schoner (blauwer) lijken dan vorig jaar rond deze tijd, maar is er ook de onrust omdat het coronavirus harder zou toeslaan door vervuilde lucht. Maar is er daadwerkelijk een relatie tussen luchtverontreiniging en het coronavirus? En hoe schoon zijn de Nederlandse wolkenluchten dan eigenlijk?
Luchtverontreiniging is een groot probleem. Volgens het RIVM konden we vóór de pandemie naar schatting 3 tot 5 procent van de ziektelast toeschrijven aan chronische blootstelling aan fijnstof. Dit komt jaarlijks neer op een verlies van maar liefst 135.000 gezonde levensjaren. Wereldwijd wordt het jaarlijks aantal sterfgevallen door slechte luchtkwaliteit zelfs geschat op 4 tot 6 miljoen.

Verminderde emissies

Maar zorgen schone(re) luchten andersom ook direct voor een positief gezondheidseffect? De drastische afname van de huidige economische activiteit in Nederland, met de daarbij behorende vermindering aan industriële emissies en (lucht)verkeer, leidt volgens satellietbeelden van het KNMI tot een afname in luchtverontreiniging van tussen de 20 tot 60 procent.
Deze schatting lijkt echter wat optimistisch. Metingen op grondniveau, waar mensen ademhalen, laten zien dat de luchtkwaliteit slechts 10 tot 20 procent is verbeterd. Hoewel een dergelijke verbetering op de lange duur gezondheidswinst zal opleveren, is het de vraag of dat ook geldt voor deze relatief korte periode. Maar feit blijft dat als we willen voldoen aan de huidige luchtkwaliteitsrichtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), we eenzelfde of zelfs nog grotere reductie in luchtvervuiling moeten zien te bewerkstelligen dan we nu ten tijde van corona meemaken.

In Brabant is de luchtkwaliteit relatief slecht, net als in het noorden van Italië. En zowel Brabant als Noord-Italië zijn door de pandemie zwaar getroffen. Het verband tussen luchtkwaliteit en het coronavirus is dus snel gelegd. Is er sprake van toeval, of lopen mensen die in deze gebieden wonen daadwerkelijk meer risico?

Er is voldoende reden om te onderzoeken of de luchtkwaliteit een rol speelt bij de verspreiding van het coronavirus

Het is nog te vroeg voor zulke uitspraken. De belangrijkste oorzaak van de uitbraak in deze gebieden, is dat bij de eerste besmettingen nog veel onduidelijkheid bestond, en er dus nog geen beperkende maatregelen waren. Bovendien maakt een massabijeenkomst zoals carnaval een snelle verspreiding van het virus mogelijk. Dat neemt niet weg dat er voldoende reden is om te onderzoeken of de luchtkwaliteit een rol speelt bij het coronavirus. Uit ander onderzoek blijkt namelijk dat luchtweginfecties en longziekten meer voorkomen in gebieden waar de luchtvervuiling hoog is, zowel na jarenlange bootstelling als op heel korte termijn.

Ecologische studies

Een aantal recente onderzoeken uit de VS en Europa laten een mogelijke statistische relatie tussen sterfte als gevolg van het coronavirus en slechte luchtkwaliteit zien. Helaas kunnen we hier nog geen conclusies aan verbinden. Deze zogenoemde ‘ecologische studies’ koppelen de gemiddelde gezondheidsstatistieken (en dus coronasterftes) in een gemeente of regio aan de gemiddelde luchtkwaliteit.

Lees ook: deze achtergrond over het Europese natuurbeleid

Maar er zijn natuurlijk meer factoren die invloed hebben op het aantal sterfgevallen in een gebied, en die per regio variëren. Zo kan het aantal inwoners sterk verschillen, en daarmee de kans op mens-mens contact en dus de kans op besmettingen, of is de populatie veel ouder en daarmee gevoeliger. Een bijkomende uitdaging is dat het verloop van de pandemie zeer dynamisch is. In het begin besmet één patiënt meerdere personen, maar de invoering van beperkende maatregelen heeft tot gevolg dat het aantal besmetting sterk vermindert. Het maakt dus heel erg uit waar de epidemie begint en waar je dus de meeste patiënten ziet.

Je kan je voorstellen dat regio’s dichterbij de brandhaard harder getroffen worden. En als deze regio’s toevallig ook veel vervuilende industrie hebben, dan is de associatie wellicht niet terecht. Je zou daarom dergelijke analyses alleen willen doen in tijdsperiodes waarbij de verspreidingssnelheid redelijk stabiel is of alleen onder mensen die een bewezen besmetting hebben om dan te kijken of slechtere luchtkwaliteit bij hen leidt tot meer klachten en een ernstigere ziekte.

Kortom, het zal niet eenvoudig zijn om goed te onderzoeken of er een verband is tussen luchtkwaliteit en het coronavirus. Het vraagt om onderzoek op nationaal en Europees niveau, in zowel zwaar als licht getroffen gebieden. Als we rekening willen houden met de impact van de maatregelen die zijn getroffen, is bovendien langdurig onderzoek nodig. De impact van de maatregelen van vandaag, hebben namelijk effect ver voorbij morgen.

Toegang tot individuele gezondheidsdata vormt vooralsnog een obstakel. De strenge privacywetgeving bemoeilijkt het snel delen van gezondheidsgegevens. Oplossingen, waarbij data niet gedeeld worden maar veilig digitaal ‘bezocht’, zijn reeds uitgewerkt. Het versneld invoeren van deze technologie biedt mogelijk uitkomst.

Roel Vermeulen is hoogleraar milieu-epidemiologie en Exposoom analyse en hoofd van het Institute of Risk Assessment Sciences in Utrecht

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.