Fred Teeven: „Na mijn hersenoperatie dacht ik: dat moet echt anders. Ik ben eigenlijk stom als ik steeds zo door storm.”

Foto David van Dam

Fred Teeven: ‘Van dealmaker werd ik teddybeer op de bus’

Interview Oud-staatssecretaris Fred Teeven (VVD) schreef een boek over zijn leven. „Het ‘ontpolitieken’ is gelukt.”

De klap kwam toen hij in het voorjaar van 2017 thuis zat, herstellende van een zware hersenoperatie. „Ik zat naar mijn telefoon te staren en dacht: hij gaat helemaal niet. Doet-ie het wel?”

Ineens daalde het besef in. Veertig jaar lang had hij keihard gewerkt om hogerop te komen. De jongen die naar eigen zeggen „strompelend” de havo afmaakte, schopte het van belastingcontroleur tot rechercheur bij de FIOD, tot een van de bekendste officieren van justitie, tot staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. En nu was het klaar. Over. „Mijn leven was tot stilstand gekomen”, zegt Fred Teeven (61). „Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Hij had nét gehoord dat zijn nieuwe baan niet doorging. Hij zou naar de Raad van State gaan, „een mooie vervolgstap” in zijn carrière. Nu bleek dat hij te besmet was. Hij was de ‘crimefighter’ die het in de jaren negentig op een akkoordje had gegooid met crimineel Cees H.: in ruil voor informatie kreeg H. miljoenen van justitie. Meer dan twintig jaar later kwam minister Ivo Opstelten (VVD) zodanig in de problemen door deze zaak dat hij aftrad. Teeven besloot de minister achterna te gaan – de zaak had in de media immers zíjn naam gekregen: de ‘Teevendeal’.

Na zijn aftreden was hij nog anderhalf jaar Tweede Kamerlid. Het oppositievoeren, wat hij van 2006 tot 2010 had gedaan, vond hij prachtig. Onderdeel zijn van een regeringsfractie, en „in het gareel” moeten lopen, lag hem minder. „Niet de leukste tijd van mijn leven.”

Daarna kwam het „dal”. Uiteindelijk besloot hij te solliciteren bij busmaatschappij Connexxion. En zo zat Fred Teeven ineens vier, vijf dagen per week op de bus, in een neongele jas. Zijn carrièreswitch bleef niet onopgemerkt door de media. „Het was natuurlijk ook wel opzienbarend wat ik deed”, zegt Teeven nu. „Van dealmaker werd ik teddybeer op de bus. Ineens kwamen er mensen bij me: kun je me helpen mijn reputatie te herstellen? Jij hebt dat zo knap gedaan. Terwijl: het was geen vooropgezet plan. Ik had gewoon niks te doen.”

Afgelopen week verscheen het boek dat Teeven over zijn leven heeft geschreven, Meer dan boeven vangen. Hij ontvangt zijn bezoek op zijn chique werkkamer in het kantoor van Meines Holla & Partners, aan het statige Lange Voorhout in Den Haag. Sinds 1 mei is hij ‘managing partner’ bij dit pr- en lobbybedrijf, waar hij samenwerkt met andere oud-politici, zoals Ben Bot (CDA) en Bert Bakker (D66). „Tja, als je hier zit, moet je de politiek wel weer volgen”, zegt hij.

Teeven ging juist op de bus zitten om te „ontpolitieken”. En dat is gelukt. „Ik had voor het eerst in lange tijd weer eens een beetje rust in mijn hoofd.” Door de coronacrisis draait hij nu geen diensten, Connexxion werkt alleen met vaste chauffeurs. Maar, zegt hij opgetogen: „Ik denk dat ik vanaf 1 juli weer ga rijden. Ik moet alleen even kijken of het allemaal te combineren valt.”

Ik krijg dit najaar een kleinkind, dus ik snap ook wel dat ik mijn afval moet scheiden

Bij het lezen van uw boek bekruipt je het gevoel: wat een geldingsdrang heeft die man lange tijd gehad.

„Geldingsdrang klinkt zo negatief. Maar ik heb wel altijd de drang om resultaat te boeken. Ik heb een hekel aan stilstaand water.”

Heeft het ook met ijdelheid te maken? Toen u staatssecretaris werd, leek u wel tien centimeter langer. U glom van trots.

„Ja, nou ja, ik vond het wel leuk om staatssecretaris te zijn. Al had ik eigenlijk minister willen worden.”

Hoe was het om buschauffeur te zijn? Eens niet hogerop?

„Ik kon pas leven met hoe alles in 2015 was gelopen [toen hij aftrad], toen ik die drang om resultaten te boeken van me afzette. Het rijden op de bus is als een hobby. Ik verdien acht tientjes per dienst, in het weekend 100 euro.”

In uw boek schrijft u dat je je identiteit niet moet ontlenen aan een functie. Heeft u dat in 2015 geleerd?

„Ja, om iets in te pakken en weg te zetten. Maar je moet het daarna wel verwerken, heb ik geleerd. Ik had namelijk al eerder wat ingepakt: de dood van mijn ouders. Ze overleden kort na elkaar, in 1989 en 1990. Dat heb ik ingepakt en nooit meer uitgepakt. Het is ook heel kil afgewerkt. Er is geen graf, ze zijn allebei gecremeerd. Ik heb nooit een urn mee naar huis genomen. Van hoe ik dat heb aangepakt, heb ik de rest van mijn leven last gehouden. Het heeft ook wel even geduurd voor ik een foto van mij met mijn ouders in mijn boek durfde te zetten.”

Hij wil de foto laten zien en loopt naar zijn bureau. „Oh, wat erg. Ik heb hier geen boek liggen. Eén seconde.” Hij loopt zijn kamer uit, bij de deur draait hij zich om. Met een knipoog: „Zo ijdel ben ik dus.”

Waarom kostte het zo veel moeite om die foto er in te zetten?

„Omdat ik heel lang moeite heb gehad met dat snelle verlies van mijn ouders. Mijn vader was echt mijn maatje. Ik vond het altijd lastig om die beelden van hem te zien. Ik heb alle foto’s in een doos gestopt en op zolder gezet. Ik heb er jarenlang niet in durven kijken.”

Keek u tegen uw vader op?

„Och man. Hij was echt een mannetjesputter. Hij heeft bij de Grebbeberg gevochten, in 1940. Teruggetrokken op Duinkerken, Prinses Irenebrigade.”

U schrijft dat u zich als enig kind nooit eenzaam voelde. Maar als je beide ouders dan plots overlijden…

„Daarna was ik super eenzaam. Ik stortte me op mijn werk. Ik was teamleider bij de recherche in Rotterdam, sliep elke week drie nachten in de marechausseekazerne. Ik zat in de overlevingsmodus. Ik ging maar door. Dat ik in 2010 op plaats drie stond van de VVD-kandidatenlijst, achter Mark Rutte en Edith Schippers, kwam ook niet uit het niets. Ik heb me te pletter gewerkt in de oppositie. En ’s avonds ging ik nog al die zaaltjes af. Het voordeel: als politicus heb je altijd mensen om je heen.”

Lees ook het interview dat NRC in 2010 had met Teeven, toen de nummer drie van de VVD

Bent u nog VVD’er?

„Ik blijf tot mijn dood lid van die partij. Al is het af en toe wel heel groen.”

Is het groen rechts uit 2008 terug?

„Dat verkocht destijds voor geen meter, haha. Nu, twaalf jaar later, gaat dat beter. Destijds kon je er geen verkiezingen mee winnen. Pas toen we terugvielen op de klassieke VVD-thema’s – asfalt, veiligheid en goede financiën – werden we de grootste.”

U heeft niet veel met groen rechts?

„Ik krijg dit najaar een kleinkind, dus ik snap ook wel dat ik mijn afval moet scheiden. Maar daar houdt het toch wel op. Klimaat is belangrijk, maar het schiet in mijn ogen al gauw door.”

Is de VVD te links geworden?

„Ik denk dat het in dit kabinet onontkoombaar is dat je naar links opschuift. Maar wat wel grappig is: onder Rutte II, van VVD en PvdA, gingen we minder naar links dan nu. Terwijl Rutte III zogenaamd een minder links kabinet is. We moeten uitkijken dat we niet helemaal aan de linkerkant van de streep uitkomen.”

U schreef een boek over uw leven. En u bent pas 61.

„Nou, als je een hersenoperatie hebt gehad, waarbij dit negen uur open ligt…” Hij wijst schuin boven zijn oor. „Dan voelt dat niet meer zo. Als je wakker wordt en je merkt dat je links niks meer hoort. Dat de helft van je gelaat voelt alsof de tandarts je heeft verdoofd. Dat is allemaal niet zo fijn. Dus ik denk weleens: word ik wel zo oud als mijn vader?”

Zijn vader werd 78, zijn moeder 59.

U bent nu ouder dan uw moeder is geworden. Is dat moeilijk?

„Dat is een raar moment in je leven. Ik hoop maar dat ik nog een tijdje meega. Ik ben net weer getrouwd, ik word opa.”

Gaat u nu dingen anders doen?

„Ik ga een beetje van het leven genieten. Ik ga zeker nog proberen resultaten te boeken. Maar niet meer ten koste van alles, zoals tussen 1993 en 2015. Na mijn hersenoperatie dacht ik: dat moet echt anders. Ik ben eigenlijk stom als ik steeds zo door storm. Daarom twijfel ik nu een beetje over die bus. Het is wel een avond waarop ik ook iets anders kan doen.”

Tot slot. In uw boek schrijft u over de Teevendeal, maar u zit met geheimhoudingsplicht. Frustrerend?

„Nu niet meer. Toen het rapport van de commissie-Oosting verscheen, vond ik het karaktermoord. Maar ik kan er simpelweg niets over zeggen.”

Er komt na uw dood niet nog een boek, waarin u álles vertelt?

„Nee hoor, dit gaat niemand wat aan. En zo hoog zit het echt niet.”