Een fossiele zoutwaterpissebed in discusvorm

Paleontologie De oudste fossiele pissebed van Nederland komt uit een steengroeve in Winterswijk. Hij leefde ruim 240 miljoen jaar geleden in een tropische zee.

Opnames met verschillende microscopen en een tekening van de oudste fossiele pissebed van Nederland.
Opnames met verschillende microscopen en een tekening van de oudste fossiele pissebed van Nederland. Mario Schädel en Joachim Haug, Bulletin of Geosciences

In een steengroeve bij Winterswijk is de oudste fossiele pissebed van Nederland gevonden, met een ouderdom van tussen de 247 en 242 miljoen jaar. Samen met twee nieuw ontdekte pissebedfossielen uit Oostenrijk werpt deze Gelrincola winterswijkensis nieuw licht op de vroege evolutie van pissebedden gedurende het Trias-tijdperk (251 tot 199,6 miljoen jaar geleden). Dat schrijven Duitse en Nederlandse paleobiologen in het Bulletin of Geosciences.

Tot nu toe waren er uit het Trias acht pissebedsoorten bekend. Dat is weinig, zeker aangezien pissebedden tegenwoordig een omvangrijke orde vormen binnen de kreeftachtigen, met meer dan 10.000 soorten. Pakweg de helft van die soorten leeft in zee (variërend van de diepzee tot ondiep brak water), en daarnaast zijn er zoetwaterpissebedden en op het land levende pissebedden.

Soortenrijkdom

Ook uit de periode vóór het Trias waren slechts tien pissebedsoorten bekend – het oudste exemplaar leefde zo’n 300 miljoen jaar geleden. Die oudst bekende pissebedfossielen behoorden vrijwel allemaal tot de in zoet water levende Phreatoicidea – een groep die qua uiterlijk afwijkt van de meeste nog levende pissebedden, en evolutionair gezien ook iets verder ervan afstaat. Ze lijken op vlokreeftjes, en hun achterste zwempoten zijn minder afgeplat dan die van andere soorten.

De nieuw ontdekte soorten (Gelrincola winterswijkensis, Obtusotelson summesbergeri en Discosalaputium aschauerorum, met een opvallend ronde discusvorm) behoren tot een andere groep, die van de Scutocoxifera. Dat zou erop kunnen wijzen dat er al vroeg, waarschijnlijk zelfs al voor het Trias, een verschuiving plaatsvond: niet langer werd de pissebeddenorde door Phreatoicidea gedomineerd, en de soortenrijkdom nam toe.

Gelrincola winterswijkensis leefde, net als de twee in Oostenrijk gevonden soorten, in een ondiep zoutwatermilieu. Tijdens het Trias lag Winterswijk aan de rand van een ondiepe, tropische zee, in een zogeheten sabkha – een zoutmoeras met uitgestrekte matten van blauwalgen. Die algen hielden klei vast, waardoor modder ontstond. In die modder zijn veel fossielen en pootafdrukken bewaard gebleven. Eerder werden er onder andere pootafdrukken van dinosauriërs, botten van zeereptielen gevonden, en een schedel van het uitgestorven reptiel Nothosaurus winkelhorsti.

Fluorescerend uv-licht

Emeritus hoogleraar paleontologie Jelle Reumer, co-auteur van het artikel: „Dat reptiel is vernoemd naar Herman Winkelhorst, een enorm ervaren amateur-geoloog die al jaren regelmatig in de groeve komt. Hij is ook de ontdekker van de pissebed.” Het is niet eenvoudig om zo’n klein fossiel te vinden, zegt Reumer. „Die pissebed is niet groter dan je pinknagel: 7,3 millimeter. Je moet goed getrainde ogen hebben, dan kun je letten op de afwijkende kleur. De fossielen zijn vaak bruin, dus dat steekt af tegen de grijze kalk.”

Winkelhorst nam contact op met de Groningse paleontoloog Timo van Eldijk. „Die benaderde de Duitse paleontoloog en pissebeddenexpert Mario Schädel, en die was toevallig net al bezig met de twee Oostenrijkse fossielen – beide ook gevonden door amateur-geologen. Zo zie je hoe belangrijk hun bijdrage is.” Met behulp van fluorescerend uv-licht konden de specifieke structuren van de nieuwe soorten worden onderzocht. „Een sterke uv-lamp helpt vaak bij het bestuderen van zulke fossielen. Vergelijk het met een blacklightlamp, waardoor je witte overhemd oplichtte als je in de disco stond.”