‘Zorg lichamelijke en psychische aandoeningen te veel gescheiden’

Zorg De Gezondheidsraad adviseert het kabinet te kijken naar een meer integrale benadering van zorg bij mensen met een lichamelijke én een psychische aandoening.
Lichamelijke en psychische aandoeningen kunnen elkaar negatief beïnvloeden, schrijft de Gezondheidsraad.
Lichamelijke en psychische aandoeningen kunnen elkaar negatief beïnvloeden, schrijft de Gezondheidsraad. Foto Pilar Olivares/Reuters

De zorg voor mensen met een lichamelijke aandoening en voor mensen met een geestelijke aandoening is te veel gescheiden. Patiënten met een combinatie van de twee hebben daardoor soms een lagere levensverwachting. Dat schrijft de Gezondheidsraad woensdag in een advies aan de regering. De raad vindt dat moet worden gekeken naar een meer integrale benadering.

Volgens de raad kunnen lichamelijke en psychische problemen elkaar negatief beïnvloeden. Zo kan een depressie lichamelijke zorg, bijvoorbeeld revalidatie na een hartoperatie, ondermijnen. Medicijnen die worden gebruikt om psychische klachten tegen te gaan, kunnen gewichtstoename tot gevolg hebben. Volgens de raad leven mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen gemiddeld vijftien tot twintig jaar korter door onder meer hart- en vaatziekten, diabetes en overgewicht.

Lees ook: Complexe psychiatrische patiënten krijgen voorrang

De Gezondheidsraad erkent dat het om een complex probleem gaat. Zij ziet mogelijkheden in een betere toegankelijkheid van zorg voor mensen met psychische klachten. Ook zouden zorgmedewerkers tijdens hun opleiding meer moeten leren over de samenhang tussen lichamelijke en psychische aandoeningen. Zorgverleners zouden nu nog te vaak aandoeningen die niet binnen hun expertise vallen niet herkennen of er de verkeerde diagnose over stellen.

Door de vergrijzing groeit de groep mensen met een lichamelijke en psychische aandoening de komende jaren, zegt de Gezondheidsraad. Jaarlijks worden zo’n 1 miljoen mensen behandeld voor psychische problemen, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Vektis uit 2017. Vier op de tien Nederlanders krijgen in hun leven te maken met een (tijdelijke) psychische aandoening.