Was het FBI-onderzoek naar Trumps campagne wel of niet politiek gemotiveerd?

Rusland-onderzoek Al weken twittert Trump dat hij met het Rusland-onderzoek onheus bejegend is door zijn voorganger Obama. Daarom nog één keer terug naar 2016: heeft de president een punt?

Michael Flynn kijkt naar president Trump tijdens een persbijeenkomst in Mar-A-Lago in december 2016
Michael Flynn kijkt naar president Trump tijdens een persbijeenkomst in Mar-A-Lago in december 2016 Foto Carlos Barria/Reuters

Generaal Michael Flynn. Het Rusland-onderzoek. President Obama. In de Amerikaanse politieke werkelijkheid van mei 2020 zijn de geesten van begin 2017 opgeroepen. President Donald Trump verwacht dat ze hem zullen helpen in de verkiezingsrace tegen Joe Biden.

Onthullingen uit rechtszaken en Senaatscommissies hebben de afgelopen weken een nieuwe impuls gegeven aan Trumps oude verdenking dat het jarenlange onderzoek naar de vele contacten van mensen uit zijn campagne met Russen, niet meer dan een ‘heksenjacht’ was. Dit onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller, zo beweren Trump en zijn aanhangers, was politiek gemotiveerd en georkestreerd door de regering-Obama.

De komende maanden zullen dit dus dé politieke steekwoorden in de campagne zijn: Ruslandonderzoek, spioneren en deep state – samengevat als Obamagate, een begrip dat anders dan ‘Watergate’ door de zittende president is gemunt met een politiek oogmerk. Trump twittert het af en toe als losse kreet naar zijn ruim 80 miljoen volgers om het erin te hameren.

Tijdens de coronacrisis heeft Trump te vlug gezegd dat de epidemie „onder controle” was, dat de Amerikanen met Pasen weer aan het werk zouden kunnen en dat hij een „goed gevoel” had over het medicijn hydroxychloroquine. Het is allemaal onwaar gebleken en sinds april brokkelt de steun voor zijn coronabeleid gestaag af, ook onder Republikeinen.

Lees ook: Trump heeft een geprofileerde Democraat gevonden om aan te wijzen als corona-zondebok

Nu hij voorlopig ook niet kan bogen op een bloeiende economie en migratie met gesloten grenzen geen verkiezingsthema is, hamert de president voortdurend op „corruptie” van zijn voorganger. De naam Obama duikt in de presidentiële tweets deze maand bijna twee keer zo vaak op als die van zijn feitelijke rivaal Biden.

Wat heeft de vorige president misdaan volgens Trump? Obama heeft, zo mailt Trump deze weken herhaaldelijk aan zijn aanhangers, „politie en justitie gebruikt om zijn politieke tegenstanders te schaden”. Klopt dat? Of is het de afleidingsmanoeuvre van een zwakke president in een crisis, zoals diens politieke tegenstanders zeggen?

Rusland-onderzoek

Minister Barr van Justitie sloot zich onlangs aan bij drie jaar lang getwitter van president Trump. Het onderzoek naar banden tussen mensen bij Trumps campagneteam en de Russische overheid, zei minister Barr bij Fox News, is in 2016 „zonder enige grond” geopend. „Het effect was sabotage van zijn presidentschap.”

Om Barrs beschuldiging te wegen moeten we terug naar verkiezingsjaar 2016. Amerikaanse inlichtingendiensten en de FBI zien dat Russen strooien met nepberichten op sociale media en dat de Russische geheime dienst heeft ingebroken in de email-server van de Democratische Partij. Presidentskandidaat Trump zegt tijdens een persconferentie in juli dat hij hoopt dat Russische hackers („Russia, if you’re listening…”) schadelijke informatie over zijn rivaal Hillary Clinton kunnen vinden.

Trump en Barr gebruiken de uitkomst van het Mueller-onderzoek om de opening ervan verdacht te maken

Een paar dagen later krijgt de FBI een tip van een Australische diplomaat: een medewerker van de Trump-campagne heeft gesuggereerd dat Russen hem hebben gezegd dat zij belastende informatie over Clinton bezitten. De FBI besluit een contraspionage-onderzoek te openen. Gedurende dat onderzoek worden tal van incidenten onder de loep genomen waarbij medewerkers en adviseurs van Trump contact zoeken met Russen. Het zal tot maart 2019 duren eer speciaal aanklager Robert Mueller concludeert dat er desondanks „onvoldoende bewijs” is van samenzweren tussen de Trump-campagne en de Russische overheid.

Wat Trump en Barr nu doen, is de uitkomst van het Mueller-onderzoek gebruiken om de opening ervan verdacht te maken. Daarbij citeren ze selectief uit een rapport van inspecteur-generaal van Justitie Michael Horowitz. Die deed onderzoek naar de eerste fase van het Ruslandonderzoek en concludeerde in december dat de ernst (nationale veiligheid in het geding) en de dan bekende feiten een contraspionage-onderzoek rechtvaardigden. Het gebeurde dus niet, zoals Trump steeds herhaalt, op basis van beweringen uit een dossier dat de Democratische Partij bij een freelance geheim agent had besteld om belastende informatie over hem te bemachtigen. Dat zogenaamde Steele-dossier speelde beslist een dubieuze rol in het Rusland-onderzoek, waarover hieronder meer, maar het stond niet aan de basis daarvan. Aan de basis stond de tip van de Australiërs.

Voor betrokkenheid van Obama heeft Trump geen bewijs geleverd. Minister Barr zei onlangs dat hij zich niet kan voorstellen dat in nog een lopend onderzoek Obama of Biden zullen worden opgeroepen om zelfs maar te getuigen. Toen een verslaggever de president vroeg wat hij precies bedoelt met de „grootste politieke misdaad uit de Amerikaanse geschiedenis” die Obama zou hebben gepleegd, zei Trump: „Je weet zelf wel wat het misdrijf is. Je hoeft alleen maar de kranten te lezen – behalve die van jou.”

Spioneren

Trump zegt dat de regering-Obama zijn campagne heeft „bespioneerd”, een beladen begrip dat minister Barr ook hanteert. De Amerikaanse opsporingsdiensten mogen de gangen van burgers wel nagaan, maar hen niet zonder meer afluisteren of hun e-mails lezen. Voor zulke ‘elektronische surveillance’ is toestemming van een speciale rechtbank nodig. Vanaf najaar 2016 diende de FBI enkele malen aanvragen in om de Ruslanddeskundige van de Trump-campagne, Carter Page, te mogen afluisteren.

De aanvragen zijn voornamelijk op basis van informatie uit het zogenaamde Steele-dossier. Dat is de verzameling belastende informatie over Donald Trump en Rusland die freelance informant Christopher Steele heeft verzameld in opdracht van de Democratische Partij. Hierin staat onder meer dat Russen filmpjes hebben gemaakt waarop Trump plasseks had met een prostituee in Moskou.

Lees ook dit interview: ‘FBI-onderzoek naar Trump ging altijd over Rusland. Punt’

Tegen de tijd dat de FBI om verlenging van de surveillance moet vragen, weten de agenten al dat dit dossier niet betrouwbaar is. Niet per se omdat het is betaald door Trumps politieke tegenstanders – dan kan het nog wel waar zijn. Maar Steele heeft feiten, beweringen en roddels die hij van een andere bron had gekregen, simpelweg in een enveloppe gedaan.

Steele’s belangrijkste bron heeft de FBI zelf zaken verteld die haaks staan op de beweringen in het Steele-dossier. In de aanvragen voor verlenging van de surveillance heeft de FBI deze informatie weggelaten, net als andere feiten die ontlastend zijn voor Page. Met een van de aanvragen is bovendien schriftelijk geknoeid. In zijn eerder genoemde december-rapport stelt inspecteur-generaal Horowitz vast dat hij liefst zeventien fouten en weglatingen in vier afluisteraanvragen heeft gevonden. Kortom, hier heeft de overheid de rechten van Page met voeten getreden.

De vergaande slordigheid van de FBI duidt eerder op tunnelvisie dan op politieke motieven

Was het afluisteren van Page dan politiek gemotiveerd? Was het de bedoeling om Trump te beschadigen? Hoe vernietigend het eerdergenoemde rapport van inspecteur-generaal Horowitz ook is, hij schrijft dat hij niet kan concluderen dat politieke motieven meespeelden bij de dubieuze handelwijze van het FBI-team. Dat minister Barr van Justitie op televisie verklaarde dat Horowitz’ rapport laat zien dat de regering-Obama „het overheidsapparaat, en dan vooral opsporings- en inlichtingendiensten, heeft gebruikt om politieke tegenstanders te bespioneren, maar ook om de uitkomst van de verkiezingen te beïnvloeden”, is domweg onwaar.

Een tweede, algemener onderzoek van Horowitz naar de praktijken rond afluistervergunningen lijkt dat onbedoeld te bevestigen. De inspecteur-generaal zag dezelfde vergaande slordigheid van de FBI bij aanvragen en waarborgen voor verdachten in heel andere zaken in verschillende delen van het land. Het is een patroon dat eerder duidt op ordinaire tunnelvisie dan op politieke motieven.

Deep state

Een van Trumps verkiezingsbeloften voor 2016 was dat hij het ‘moeras’ van Washington zou dempen. Politici, ambtenaren en journalisten die tegen Amerika zijn en vooral tegen Trump. De journalisten noemt hij ‘Fake News Media’, de politici ‘Do Nothing Dems’, de ambtenaren vormen volgens hem een ‘deep state’ om hem tegen te werken. In de gang van zaken rond Michael Flynn ziet hij een bewijs.

Flynn was Trumps eerste nationale veiligheidsadviseur en tevens het eerste lid van zijn regering dat werd aangeklaagd in het kader van het Rusland-onderzoek. Flynn had voor het aantreden van Trump verschillende malen gebeld met de ambassadeur van Rusland. Na de inauguratie zou Flynn over de inhoud van zijn telefoontjes liegen tegen vicepresident Pence en tegen de FBI. Hij bood februari 2017 zijn excuses en zijn ontslag aan. Eind 2017 sloot hij een plea deal met justitie, waarin hij zijn leugen tegen de FBI erkende. Met die overeenkomst ontliep hij vervolging voor ander strafbaar gedrag.

Daarmee leek de kous af. Maar drie jaar later lopen er liefst drie onderzoeken tegelijk naar deze schijnbaar afgesloten strafzaak: het ministerie van Justitie, een oud-rechter en de FBI nemen de kwestie-Flynn nog eens onder de loep. Een nieuwe officier van justitie kwam vorige maand tot de conclusie dat het hele dossier moet worden geschrapt, omdat het onderzoek destijds onvoldoende grond zou hebben gehad. En zonder gerede aanleiding voor de ondervraging doet het er niet meer toe wat Flynn er heeft gezegd. Na verschijning van het rapport van deze pas op de zaak gezette officier van justitie stuurde Trump deze maand een reeks tweets door van deze strekking: Obama en FBI spanden samen om Flynn in de val te lokken.

Lees ook: Rechtszaak tegen Trumps ex-veiligheidsadviseur Flynn plots ten einde

Dat de FBI voor Flynn een val zette, zou vooral blijken uit notities die onlangs werden onthuld. Een van de leidinggevenden van het FBI-team schreef ter voorbereiding van de ondervraging: „Wat is ons doel? Waarheid/bekentenis of hem laten liegen zodat we hem kunnen vervolgen of kunnen laten ontslaan?” Degenen die er een opzetje in zien, concentreren zich louter op het ‘laten liegen?’ en negeren ‘waarheid/bekentenis’. Feit is dat hij vóór de ondervraging ook al had gelogen tegen vicepresident Pence.

Bij de aanklacht tegen Flynn kunnen beslist vraagtekens worden gezet. Blijkens verklaringen van een van de verhorende agenten waren zij na afloop onzeker over wat er precies was gebeurd. Flynn gedroeg zich als iemand die de waarheid sprak, vonden de ervaren agenten. Toen hem in een getuigenis in het Huis van Afgevaardigden werd gevraagd of hij dacht dat Flynn had gelogen, antwoordde toenmalig FBI-directeur James Comey: „Ik weet het niet. Ik denk dat je kunt volhouden dat hij heeft gelogen.”

Deep state II

Maar de kern van Trumps en Barrs beschuldiging is niet dat de FBI overijverig of zelfs bevooroordeeld was. Zij stellen dat het een politiek gemotiveerde en door de regering-Obama welbewust georkestreerde poging tot sabotage van Trumps presidentschap was.

Maar alles wat in de zaak-Flynn naar voren is gekomen, wijst op het tegendeel.

Zo blijkt uit het rapport van de nieuwe officier van justitie dat de FBI op eigen houtje handelde. De leiding van het bureau hield het ministerie van Justitie zorgvuldig onkundig van de plannen met Flynn. Keer op keer zijn er aanvaringen tussen FBI-directeur Comey en Obama’s Justitieminister Sally Yates. Zij is „verbijsterd” als ze hoort dat twee FBI-agenten al op weg zijn om Flynn te ondervragen zonder dat zij daarvan weet. Van goed overleg, laat staan van samenspannen met de regering is dus geen sprake.

Als president Obama met Flynn zijn opvolger in problemen had willen brengen, had hij Trumps keuze om Flynn nationaal veiligheidsadviseur te maken vooral aangemoedigd. Obama zelf had de oud-generaal wegens incompetentie ontslagen als chef van de militaire inlichtingendienst. In een overdrachtsgesprek met Trump in november 2016 bond Obama zijn opvolger echter op het hart: „Houd Flynn bij je uit de buurt.” Dat lijkt eerder een poging Trump te beschermen dan hem te beschadigen.

In alle snippers informatie over de zaak-Flynn die de laatste weken met politieke en juridische precisie naar buiten werden gebracht, zit maar één gegeven dat lastig weg te wuiven valt voor Trumps rivaal om het presidentschap, Obama’s oud-vicepresident Joe Biden.

„Waar het moeilijker wordt onderscheid te maken tussen feit en niet-feit, wordt het gemakkelijker het onderscheid te maken tussen vriend en vijand”

In documenten over het afluisteren van buitenlandse personen worden namen van eventuele Amerikaanse gespreksgenoten met zwarte inkt onzichtbaar gemaakt. Regeringsfunctionarissen kunnen vragen die namen te zien (unmasking). Een van de leden van Obama’s regering die hebben gevraagd om de unmasked versie van de transcripten is Biden. Hij deed dat, net als de minister van Financiën, op 12 januari 2017, een week voor de inauguratie van Trump en precies op de dag dat The Washington Post berichtte over de gesprekken van Flynn met de Russische ambassadeur. Vooral het tijdstip voelt dubieus. Waarom moet de vicepresident, die in grote lijnen al op de hoogte was, op dit late moment nog zo nodig de volledige informatie over Flynn inzien? Je kunt het afdoen als ongezonde nieuwsgierigheid. Maar het kan ook zijn dat politiek dier Biden toen al broedde op een kandidatuur voor 2020 en dacht: elke belastende informatie over Trump is meegenomen.

Zo is de presidentscampagne voor 2020 miraculeus in het spoor van die van 2016 beland. Niet alleen met dezelfde soort beschuldigingen, maar ook met nog steeds dezelfde feiten en vooral ‘alternatieve feiten’. De waarheid is daarbij ondergeschikt aan het politieke gewin.

Vorige maand verscheen een boek over de moderne geschiedenis van desinformatie in de politiek, Active Measures van hoogleraar informatieveiligheid Thomas Rid. Hij schrijft over het aanvreten van de democratie door desinformatie: ,,Een vreedzame machtsoverdracht na een aangevochten verkiezingsuitslag bijvoorbeeld, kan alleen geschieden als men de organisatie en de infrastructuur van die verkiezingen vertrouwt, evenals het tellen der stemmen en de berichtgeving in de pers – en dat alles op een moment van grote onzekerheid en politieke kwetsbaarheid. Desinformatie holt die orde uit. Ze doet dat langzaam, subtiel als smeltend ijs. Die traagheid maakt de desinformatie alleen maar verraderlijker doordat emoties de leemte vullen die is ontstaan door de erosie van het gezag dat aan feiten wordt toegekend. Waar het moeilijker wordt onderscheid te maken tussen feit en niet-feit, wordt het gemakkelijker het onderscheid te maken tussen vriend en vijand.”

Het lijkt erop alsof president Trump, zijn minister van Justitie en veel van zijn partijgenoten dat als een voordeel zien.

Correctie (28 mei 2020): In een eerdere versie van dit artikel was de titel van het boek Active Measures verkeerd geschreven. Hierboven is dat aangepast.

Lees ook: Het moderne complotdenken kan niet bestreden worden met voorlichting en bewustwording