Van Engelshoven geeft grootste deel van 300 miljoen euro steun aan gesubsidieerde kunstinstellingen

Noodhulp Woensdag maakte minister Van Engelshoven bekend hoe ze de 300 miljoen euro noodhulp voor de culturele sector verdeelt. Het grootste deel gaat naar gesubsidieerde instellingen. Belangenorganisaties maken zich zorgen over vrije producenten en zzp’ers die buiten de boot vallen.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) bezoekt het Van Gogh Museum, half mei. Het museum mag per 1 juni weer open na het nemen maatregelen tegen het coronavirus.
Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) bezoekt het Van Gogh Museum, half mei. Het museum mag per 1 juni weer open na het nemen maatregelen tegen het coronavirus. Foto ANP OLAF KRAAK

Anderhalve maand is er overleg gevoerd over het noodpakket van 300 miljoen euro dat de culturele sector door de eerste maanden van de coronacrisis moet slepen. Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) maakte half april bekend dat ze dit bedrag beschikbaar had, maar hoe ze het geld ging verdelen, stond nog niet vast. Vijf belangenorganisaties van de cultuursector, waaronder Kunsten ’92 en de Federatie Cultuur, schoven aan tafel, verenigd als ‘Task-force culturele en creatieve sector’. Ook gemeenten, provincies en de rijkscultuurfondsen praatten mee. Zo kwam er een verdeling tot stand. Van Engelshoven stuurde daar woensdag een brief over naar de Tweede Kamer.

Ruim de helft van de 300 miljoen euro gaat naar instellingen die langdurig subsidie ontvangen van het Rijk. Ze vielen al onder de zogenoemde ‘Basisinfractructuur’ van het ministerie of kregen al subsidie via een van de zes rijkscultuurfondsen.

Vooral instellingen die het in de ogen van het ministerie goed deden voor de coronacrisis, omdat ze veel eigen inkomsten hadden, hebben het zwaar. Geen bezoekers betekent nu geen eigen inkomsten. De compensatie die deze instellingen krijgen is dan ook gebaseerd op deze weggevallen eigen inkomsten. Ze kunnen 45 procent hiervan vergoed krijgen, met een maximum van drie keer hun normale subsidiebedrag. Als ze eigen vermogen hebben, wordt dat deels afgetrokken. Met deze regeling is in totaal 153 miljoen euro gemoeid.

Van Engelshoven werpt alvast een blik vooruit op de volgende subsidieperiode, 2021-2024. Ze neemt het advies van de Raad voor Cultuur over om ook volgend jaar coulant te zijn met de subsidie-eisen. Zo zullen instellingen die te weinig bezoekers trekken om aan de subsidievoorwaarden te voldoen daar niet op worden afgerekend.

Steun voor gemeenten

Voor culturele instellingen die subsidie krijgen van de gemeenten is een soortgelijke regeling opgetuigd als voor rijksgesubsidieerde instellingen. Hier is in totaal 48,5 miljoen euro voor beschikbaar. Zij kunnen bij wijze van uitzondering aankloppen bij het Mondriaan Fonds, het Fonds Podiumkunsten of het Filmfonds. Voor hen geldt één extra voorwaarde: de gemeente of provincie moet de instelling óók extra geld geven om door de coronacrisis te komen.

Lees ook: Gemeenten: we kunnen niet alle cultuurinstellingen redden

Veel gemeenten hebben al aangegeven dat dit moeilijk wordt, omdat ze krap bij kas zitten. Het kabinet heeft eerder toegezegd dat de gemeenten schadevergoeding krijgen voor de coronacrisis, ook voor de schade aan hun culturele instellingen. Maar in welke vorm gemeenten die vergoeding krijgen en om hoeveel geld het gaat, is nog niet duidelijk. Daarover lopen nog gesprekken.

Ook een flink bedrag, 50 miljoen euro, is uitgetrokken voor kerken, kastelen en andere monumenten die normaal gesproken opengesteld zijn voor het publiek. Zij krijgen geen vergoeding voor hun verloren inkomsten, maar kunnen wel een lening krijgen, tegen een lage rente (1 procent).

Vrije sector

Over al deze regelingen is de Taskforce die met Van Engelshoven heeft overlegd wel tevreden. Maar er zijn nog steeds veel zorgen over vrije producenten, zelfstandige kunstenaars en andere makers. Voor instellingen die op de vrije markt opereren is 30 miljoen euro beschikbaar, in de vorm van leningen. Daarnaast is er 11,8 miljoen euro die de rijkscultuurfondsen mogen verdelen onder zelfstandige kunstenaars, kleinere culturele instellingen en festivals. En ten slotte wordt er 5 miljoen gestopt in een steunfonds voor onder anderen componisten en schrijvers.

Net als bij het Kamerdebat eind april over de noodhulp voor de cultuursector benadrukt Van Engelshoven dat culturele ondernemers en zzp’ers ook gebruik kunnen maken van de algemenere regelingen die het kabinet heeft ingesteld om de economie tijdens de coronacrisis te steunen. Ze schat in dat zo’n 92.000 zzp’ers in de culturele sector een zogenoemde TOZO-uitkering zullen krijgen, die hun inkomen aanvult tot aan het sociaal minimum. Ze schrijft in de brief die woensdag naar de Kamer werd verstuurd dat aan 1.682 culturele ondernemers al in totaal 46 miljoen euro is verstrekt uit de NOW-regeling, om personeel door te betalen. Daarnaast kregen 14.194 culturele instellingen opgeteld 56,78 miljoen euro uit de TOGS-regeling, een tegemoetkoming voor gederfde omzet.

De belangenorganisaties die de afgelopen anderhalve maand bij Van Engelshoven aan tafel zaten zijn er toch niet gerust op. „Er is een grote groep van 30.000 zzp’ers die nu tussen wal en schip valt”, schrijft de Taskforce in een brief aan het kabinet. Ook voor popartisten, festivals en vrije theaterproducenten zien zij de toekomst somber in.

Hun hoop is nu gericht op een tweede steunpakket voor alleen de culturele sector, waarin meer geld wordt vrijgemaakt voor deze groepen. Maar of dat er komt, is de vraag. Van Engelshoven schrijft er in haar brief van woensdag niets over.