Op naar een hittebestendige stad

Klimaat Er zijn steeds meer warme dagen. Dat zorgt voor hittestress bij stadsbewoners. Wat moeten steden doen om af te koelen?

Hitte in de zomer van 2018: een man zit met zijn voeten in een zwembadje op een terras in Amsterdam – het is 35 graden.
Hitte in de zomer van 2018: een man zit met zijn voeten in een zwembadje op een terras in Amsterdam – het is 35 graden. Foto Remko de Waal/ANP

Vorig jaar juli was het tropisch warm in Nederland. Hete dagen, plakkerige nachten. Voor onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) een uitgelezen moment voor veldwerk. In het deze week verschenen onderzoek De hittebestendige stad dat de HvA in samenwerking met onder meer 12 gemeenten uitvoerde, wordt regelmatig verwezen naar de hete dagen van 2019. In meetresultaten, maar ook zodat de lezer weer even beseft hoe vervelend die hitte is. Dat kan anders. Steden moeten op twee doelen mikken: stadsbreed de luchttemperatuur met enkele graden verlagen en zorgen voor genoeg koele plekken waar mensen overdag naartoe kunnen.

Wereldwijd stijgt de temperatuur de komende decennia. Dat betekent voor Nederland meer neerslag en meer warme dagen en hittegolven – er zijn nu gemiddeld 26 zomerse (meer dan 25 °C) en 4 tropische (meer dan 30 °C) dagen per jaar, in 2050 kunnen dat er gemiddeld 47 en 13 zijn, berekende het KNMI. In het Deltaprogramma van 2014 kregen gemeenten de taak om de buitenruimte klimaatbestendig in te richten. Op het gebied van wateroverlast en droogte liggen er plannen maar op het gebied van hittebestendig inrichten zijn gemeenten nog niet ver.

„Het lastige van hitte is: er is niet een duidelijke grens wanneer het fout gaat. Zoals je dat bij wateroverlast wel hebt”, zegt onderzoeksleider Jeroen Kluck van de HvA. „Als je een doel stelt en dat haal je net niet, heb je niet direct hel en verdoemenis, en als je het precies wel haalt dan zijn niet alle problemen voorbij.” Ook het effect van maatregelen is niet helemaal duidelijk. „Stel je gaat vergroenen en de temperatuur wordt gemiddeld iets lager. Hoeveel mensen daar minder van doodgaan of beter van slapen kun je niet kwantificeren.”

Hitte-eiland

Of je hitte ervaart hangt nogal af van waar je bent. In het zuidoosten van Nederland is het in de zomer warmer dan dichter bij de kust. In bebouwd gebied is het heter, omdat ook gebouwen en bestrating warmte uitstralen waardoor de gevoelstemperatuur, een maat waarbij straling van zon en omgeving, wind en luchtvochtigheid worden meegerekend, met name overdag oploopt. In de nacht koelt de luchttemperatuur in steden minder af dan op het platteland: het hitte-eilandeffect. Dit scheelt 3 tot 4 graden Celsius. In wijken met veel beton en weinig groen in grote steden kan het ’s nachts wel 8 graden warmer zijn.

Als je hitte met stadsinrichting wilt aanpakken, kun je een aantal dingen doen: verdamping bevorderen, meer schaduw creëren, meer zonlicht reflecteren of luchtstroom op gang brengen. Want energie die voor verdamping gebruikt wordt, kan niet ook gebruikt worden om asfalt of gevels op te warmen. En door reflectie en schaduw zal minder energie in het oppervlak terechtkomen. Op stadsschaal is ventilatie niet effectief. Tijdens hittegolven is het effect gering omdat het weinig waait, terwijl het in koudere periodes juist leidt tot onaangename kou.

Aan één groen dak heeft een kwetsbare oudere niks

Jeroen Kluck onderzoeksleider

Om de temperatuur stadsbreed te verlagen kunnen steden het beste inzetten op meer verdamping door middel van groen en ‘blauw’, zoals vijvers en fonteinen. Dan nog werkt het alleen als je het op grote schaal doet, en resulteert het in bescheiden verkoeling van één of enkele graden. „Aan één groen dak heeft een kwetsbare oudere niks”, zegt Kluck. „Als je heel veel daken in de stad groen maakt, wordt het wel ietsje koeler. Daar heb je overdag én ’s nachts wat aan en het zorgt ervoor dat heel hete dagen minder voorkomen.” De precieze winst van het toevoegen van meer groen is onzeker. Grofweg geldt dat een toename van 10 procentpunt groen zorgt voor 0,5 graad Celsius verkoeling. Een mix van bomen, plantsoenen, gras en groene daken – hoe dikker hoe beter want een dun sedumdak droogt snel uit – werkt het beste.

Heet of nog heter

Boven de 30 graden Celsius zal die ene graad kouder of warmer het verschil niet maken. Het is dan heet of nog heter. Het verhogen van reflectie kan helpen – witte daken en bestrating met lichtgekleurd beton – maar vooral de beschikbaarheid van schaduw bepaalt of het aangenaam toeven is op straat. Onder een boom kan de het 9 tot 19 graden Celsius koeler voelen – afhankelijk van de grootte van de boom en het bladerdak en of ook een gevel in de schaduw van de boom valt. Een grote eik of es geeft de beste schaduw. Als een straat te smal is om bomen te planten zijn pergola’s of schaduwdoek, zoals je dat in Zuid-Europese winkelstraten ziet, goede opties.

Tijdens de hittegolf in juli 2019 zagen de onderzoekers kans om veldwerk te doen naar het gebruik van koele plekken in de stad. Ze selecteerden zes locaties in Amsterdam waar ze observeerden en enquêtes hielden en in de zon en in de schaduw een meetstation neerzetten dat luchttemperatuur, straling, windsnelheid en luchtvochtigheid bijhield. Op koele, schaduwrijke plekken voelde het gemiddeld 14 graden Celsius koeler op een hete dag. Mensen bezoeken een koele plek het vaakst als het niet meer dan 200 meter lopen is ernaartoe, meer dan 500 meter is te ver. „Een koele plek moet een aantrekkelijke verblijfsplek zijn”, zegt Kluck. „Al is er veel schaduw naast een drukke weg, daar zit je niet fijn op een bankje.”

Gemeenten krijgen in het onderzoek concrete richtlijnen: binnen 300 meter van een woning moet een koele plek zijn, er moet minstens 40 procent schaduw zijn op belangrijke looproutes – rond stations, in winkelstraten – en 30 procent in loopgebieden in buurten. Veel meer schaduw op looproutes is niet per se goed, als er geen hittegolf is loopt men graag in de zon.

De onderzoekers leggen geen connectie met maatregelen tegen toenemende wateroverlast of droogte. „Over hitte viel al genoeg te vertellen”, zegt Kluck. „Maar inderdaad, je vernieuwt een straat of plein eens in de dertig jaar. Maak het in één keer helemaal klimaatbestendig.”

In een eerdere versie van dit stuk was de term gevoelstemperatuur niet uitgelegd.