Personenbusjes op het terrein van Vion in Apeldoorn. Het slachthuis moest woensdag onmiddellijk dicht omdat was geconstateerd dat de coronarichtlijnen waren geschonden.

Foto ANP

Interview

‘Laag loon is nog geen uitbuiting’

Els Martens | Officier van justitie Het OM gaat zich meer richten op zaken rond arbeidsmigranten, zegt officier van justitie Els Martens.

Toen de coronacrisis half maart in Nederland uitbrak, wist officier van justitie Els Martens dat de arbeidsmigranten die in de slachterijen, de distributiecentra en de kassen werken, snel aan de beurt zouden zijn. Deze groep kan niet thuis werken. Ze worden in volgepropte busjes naar hun werk gebracht. En vaak wonen ze in vakantiehuisjes dicht op elkaar.

Martens is portefeuillehouder mensenhandel bij het functioneel parket en lid van een eerder deze maand opgericht team dat arbeidsmigranten beter moet beschermen. Haar voorgevoel was juist, zo blijkt nu twee vestigingen van vleesverwerker Vion zijn gesloten omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Ook zouden werknemers onder druk zijn gezet om met ziekteverschijnselen door te werken, meldde Het Financieele Dagblad.

'Moderne slavernij'

Het is pijnlijk, zegt Martens, dat maatschappelijke problemen pas aangepakt worden als veel mensen er last van hebben. Ze bedoelt: over de arbeidsmigranten en hun werkomstandigheden wordt nu gesproken omdat Nederlanders geraakt worden. Als wij dit soort werk zelf niet willen doen, zegt Martens, moeten we realiseren dat daar een prijskaartje aan hangt. Arbeidsmigranten moeten beter beschermd worden, vindt ze. „Ze zijn essentieel voor onze voedselvoorziening en distributie en moeten naar Nederlandse maatstaven kunnen werken en leven.”

Lees ook: Barre werkomstandigheden van Roemenen die werken in Nederlandse slachthuizen

In mei vorig jaar viel de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bij vijf vleesverwerkende bedrijven in Amsterdam binnen. Er werd onveilig gewerkt en onderbetaald. Zes illegale medewerkers verstopten zich in het bedrijf, constateerde de Inspectie. Uit onderzoek van NRC bleek vorig jaar dat Oost-Europese arbeidskrachten vaak onder deplorabele omstandigheden werken. Hulpverleners spraken van „moderne slavernij”.

Geen adresgegevens

Nederland telde in 2017 ruim achthonderdduizend buitenlandse werknemers, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De helft komt uit een EU-land. Onder hen zijn veel Oost-Europeanen: Polen , Roemenen, Bulgaren en Hongaren, die hun baan via een uitzendbureau regelen. Ruim driekwart van hen krijgt minder dan 15 euro per uur betaald, volgens het CBS; het minimumloon ligt bij een 40-urige werkweek op 9,54 euro.

Veel buitenlandse werknemers staan bij de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) ingeschreven. De RNI is zes jaar geleden bedacht voor arbeidsmigranten die maximaal vier maanden in Nederland werken. Zij hoeven bij registratie geen huisadres op te geven, maar krijgen wel een BSN-nummer. En een buitenlandse werknemer bouwt geen AOW op.

De gedachte was dat 400.000 mensen zich zouden inschrijven via de RNI, zegt Martens. Dat is inmiddels het tienvoudige: vier miljoen. „Als ik overheidsinstanties hierover vertel vallen ze steil achterover.”

Ze licht het toe. „Het is natuurlijk wonderlijk: je hebt geen flauw idee waar deze mensen verblijven.” Arbeiders van Vion waren de afgelopen dagen lastig op te sporen, omdat adresgegevens nergens bekend zijn.

Een ander „kwetsbaar punt” zijn de uitzendbureaus, zegt Martens. Iedereen kan in Nederland een uitzendbureau beginnen. Er is geen vergunningsplicht zoals in België. Dat leidt tot een wildgroei aan uitzendbureaus. Veertienduizend zijn er, naar schatting.

Zonder baan geen huis

Het probleem is, zegt Martens, dat veel uitzendbureaus ook de woonruimte regelen voor arbeidsmigranten. De huur trekken ze van het loon af, maximaal een kwart van het minimumloon, volgens de wet.

Dit werkt volgens de officier afhankelijkheid in de hand: „Als je je baan verliest, ben je ook je huis kwijt. Zo kom je in de tang.” Het leidt ertoe dat arbeidsmigranten minder snel om hulp vragen als ze onder slechte omstandigheden werken of wonen, aldus Martens. Veel van hen zijn bang om hun baan te verliezen en ze kennen hun rechten niet. Bovendien zijn arbeidsmigranten uit Oost-Europa hier vaak beter af dan in eigen land. „Als je de Poolse en Roemeense salarissen vergelijkt met die hier, dan is het goud geld wat ze hier verdienen.”

Het opsporen van misstanden is lastig, omdat het toezicht onder meerdere instanties valt en die delen niet altijd informatie met elkaar. Gemeenten controleren de huisvesting van arbeidsmigranten. De Inspectie SZW de werkomstandigheden. En de politie het vervoer naar het werk.

In 2019 kwamen 23 zaken van arbeidsuitbuiting voor de rechter. Nationaal rapporteur mensenhandel Herman Bolhaar vond dit te weinig. Uitbuitingszaken op de werkvloer sneuvelen vaak vroegtijdig, schreef Bolhaar, die wil dat deze zaken vaker voor de rechter komen. „Slachtoffers van deze vormen van mensenhandel hebben vaak een migratieachtergrond, spreken de taal niet en kennen hun rechten niet. Hiervan misbruik maken mag niet lonen.”

Veel werkgevers betalen boetes voor hun overtredingen fluitend

Els Martens officier van justitie

Dwangmiddel

Meerdere keren in het gesprek benadrukt Martens dat slechte werkomstandigheden niet hetzelfde zijn als uitbuiting. „Wat in de volksmond uitbuiting wordt genoemd, is dat volgens de wet vaak niet”. Een Roemeen die weinig loon krijgt en in een krap huisje woont, wordt niet per se uitgebuit.

Arbeidsuitbuiting, zegt Martens heeft hele specifieke elementen: een dwangmiddel, er is geworven, vervoer of huisvesting is geregeld, er zijn beperkingen (geen pauze), slechte arbeidsomstandigheden en financieel voordeel voor de werkgever. Martens had mei vorig jaar een zaak waarbij een vleesfabriek een mogelijke rol speelde. Een buitenlandse vrouw wilde haar minderjarige kinderen laten werken in de fabriek. Via een uitzendbureau zou het geregeld worden. Een alerte RNI-medewerker trok aan de bel. In eerste aanleg werd de vrouw vrijgesproken, hoger beroep volgt.

Strafrechtelijk onderzoek en veroordelingen zijn schaars, zegt Martens. Vaker worden werkgevers beboet na overtredingen van de arbeidswetten. Dat lost voor de werknemer weinig op, zegt Martens. De werknemer loopt vaak nog steeds zijn loon mis. En „veel werkgevers betalen die boetes fluitend.”