Brussel komt met herstelfonds van 750 miljard euro

Herstelfonds Het grootste deel van het fonds wil de Europese Commissie steken in programma’s om de lidstaten over de coronacrisis heen te helpen. Er zal nog fel onderhandeld worden over de plannen.
Het hoofdgebouw van de Europese Commissie in Brussel.
Het hoofdgebouw van de Europese Commissie in Brussel. Foto Olivier Hoslet/ANP

Met een speciaal herstelfonds van in totaal 750 miljard euro wil de Europese Commissie de coronacrisis te lijf gaan. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen presenteert deze woensdag een voorstel om de Europese meerjarenbegroting via gezamenlijke leningen fors te verhogen. 500 miljard van het geleende geld zal via speciale wederopbouwprogramma’s naar de lidstaten vloeien en in een versterking van de Europese crisisvoorbereiding worden gestoken. De resterende 250 miljard wil de Commissie als lening inzetten om Europese bedrijven door de crisis te helpen.

Om aanspraak te maken op geld uit het fonds moeten lidstaten een plan indienen, waarin ze uiteenzetten hoe ze de fondsen gaan besteden en hoe het geld bijdraagt aan het versterken van hun economie. Zowel de Commissie als de Europese lidstaten zullen de plannen beoordelen, voordat het geld kan worden uitgekeerd. Een deel van het fonds zal daarnaast besteed worden aan het versterken van de Europese autonomie in bijvoorbeeld de productie van medicijnen en de aanleg van voorraden aan crisisgoederen.

Het Commissievoorstel komt er op verzoek van alle lidstaten, die het in april eens werden over de noodzaak van een gezamenlijk Europees antwoord op de coronacrisis. Wat de Commissie nu voorstelt, is daarnaast te zien als een verdere uitwerking van het plan voor een herstelfonds van 500 miljard euro dat Duitsland en Frankrijk vorige week presenteerden. De Commissie stelt daarbovenop nog 250 miljard euro aan leningen voor. Voor de terugbetaling van het geleende geld doet de Commissie een voorstel voor gezamenlijke Europese belastingen, bijvoorbeeld op plastic en voor grote technologiebedrijven.

Lees ook: Plan Merkel-Macron voor ruim noodfonds breekt debat EU open

Dat laatste stuitte in het verleden op fel verzet van onder meer Nederland, dat Europese belastingen niet ziet zitten. Nederland vindt daarnaast dat door de Commissie geleend geld alleen doorgeleend kan worden aan lidstaten, en niet als ‘gift’ kan worden verstrekt. Over de gewenste grootte van een ‘noodfonds’ liet Nederland zich nog niet uit.

Felle onderhandelingen

De komende weken wachten hoe dan ook felle onderhandelingen tussen lidstaten, zowel over de grootte van het fonds als over de voorwaarden om aanspraak op het geld te maken. Tegenover de ‘zuinige groep’ waarin onder meer Nederland zit, zullen zuidelijke landen staan die om méér geld vragen, net als lidstaten in Oost-Europa die garanties willen dat aan hun ‘oude’ fondsen niet gemorreld wordt. Omdat het voorstel verbonden is met de Europese meerjarenbegroting zal ook daarover nog stevig gediscussieerd worden. De verwachting is dat regeringsleiders halverwege juni naar Brussel komen voor onderhandelingen. Dat daarna nog een tweede onderhandelingsronde nodig is, lijkt inmiddels vrij zeker.

Worden lidstaten het eens, dan zou het fonds op 1 januari 2021 in werking kunnen treden. Omdat de Commissie verwacht dat de nood in sommige lidstaten dit najaar al hoog is, wil ze daarnaast lidstaten alvast om een ‘voorschot’ op de nieuwe meerjarenbegroting vragen. Ook dat voorstel zal niet enthousiast worden ontvangen in lidstaten die zich traditioneel verzetten tegen een afdracht aan de Europese begroting.