Amsterdam wil vastgoed opkopen in strijd tegen ‘monocultuur’ binnenstad

Massatoerisme Burgemeester Femke Halsema wil af van het massatoerisme in de hoofdstad. Het centrum moet weer aantrekkelijk worden voor bewoners.

Toeristen op het Damrak in het centrum van Amsterdam, april vorig jaar.
Toeristen op het Damrak in het centrum van Amsterdam, april vorig jaar. Foto Olivier Middendorp

De gemeente Amsterdam wil in de toekomst vastgoed gaan verwerven om de Amsterdamse binnenstad leefbaarder te maken voor bewoners. Zo zou het stadsbestuur zelf kunnen bepalen wat voor winkels en cafés er komen en de uitsluitend op toeristen gerichte monocultuur kunnen tegengaan.

Dat schrijft burgemeester Femke Halsema in haar nieuwe aanpak voor de Amsterdamse binnenstad, die ze woensdag aan de gemeenteraad heeft gestuurd. Daarin zegt Halsema ook dat ze haar plannen voor een ‘prostitutiehotel’ buiten de Wallen onverdroten doorzet.

Kern van Halsema’s aanpak is dat ze af wil van het massatoerisme, dat de oude binnenstad heeft veranderd in een „eenheidsworst van op snelle consumptie gerichte zaken”. De stilte in het centrum tijdens coronacrisis toont volgens de burgemeester aan hoe afhankelijk het centrum is geworden van buitenlandse toeristen, dagjesmensen en funshoppers. Bewoners uit andere buurten mijden de binnenstad: ze zien „in het aanbod en de sfeer geen aanleiding om er heen te gaan”.

Lees ook het twistgesprek tussen Zef Hemel en Stephen Hodes over massatoerisme in Amsterdam

Halsema wil daar verandering in brengen. Ze gaat kijken of de gemeente zelf vastgoed kan gaan verwerven om „een meer op Amsterdammers gericht gericht aanbod” aan winkels en horeca af te dwingen. Die aanpak was succesvol in de jaren tachtig, toen de gemeente op grote schaal panden opkocht aan de verloederde Zeedijk. Later werd dit beleid stopgezet. Recente pogingen om vastgoed in te zetten bij het opschonen van de Wallen verliepen moeizaam.

‘Prostitutiehotel’ gaat er komen

Daarnaast gaat Halsema verder met haar plannen om de raamprostitutie in de binnenstad te verminderen. De voorbereidingen voor een ‘prostitutiehotel’ of ‘erotisch centrum’ buiten de Wallen zijn „in volle gang”, zo schrijft Halsema aan de raad. De komst van een dergelijk hotel zou hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met het sluiten van raambordelen in de oude binnenstad.

Halsema ziet in de coranacrisis „geen aanleiding” haar plannen voor de prostitutie aan te passen. Sinds half maart is het uitgestorven op de Amsterdamse Wallen: de raambordelen en horeca zijn gesloten, sekswerkers mogen op z’n vroegst weer vanaf 1 september aan de slag.

Amsterdam probeert al enkele jaren de overdaad aan souvenirshops, eettenten en wafelwinkels tegen te gaan en de binnenstad weer aantrekkelijk te maken voor bewoners, maar heel succesvol is die aanpak tot nu toe niet geweest. Volgens Halsema biedt de coronacrisis een kans om de maatregelen versneld ter hand te nemen. „Intercontinentaal toerisme zal misschien pas in 2021 terugkeren en waarschijnlijk in kleinere aantallen dan we gewend waren.”

Geen werving van toeristen

Met haar ambitie om het aantal toeristen terug te dringen negeert Halsema de wensen van Amsterdamse ondernemers en hoteleigenaren. Die vroegen het stadsbestuur onlangs om een „ruim budget” om de stad straks weer „fors te kunnen promoten” onder toeristen.

Halsema beschouwt de leefbaarheid in de Amsterdamse binnenstad als een van de speerpunten van haar burgemeesterschap. Vorig jaar vroeg ze planoloog Zef Hemel om een toekomstvisie op de oude binnenstad. Van de concrete voorstellen die Hemel deed, zoals het bouwen van een tweede toeristencentrum aan de Zuidas, is niets terug te vinden in Halsema’s aanpak. Eind dit jaar wil ze met een nadere uitwerking van haar plannen komen.