Vierduizend vierkante meter voor stamcelonderzoek in Leiden

Geneeskunde Het Bio Science Park krijgt een centrum waar academische onderzoekers en start-ups stamcel- en gentherapieproducten kunnen ontwikkelen. Dat is de hoogste tijd, klinkt het, want Nederland loopt achter.

Onderzoekslab in het LUMC. Binnenkort gaat een nieuwe onderzoeksfaciliteit open op het Bio Science Park.
Onderzoekslab in het LUMC. Binnenkort gaat een nieuwe onderzoeksfaciliteit open op het Bio Science Park. Foto Roger Cremers

In Leiden opent binnenkort de grootste niet-commerciële stamcel- en gentherapiefaciliteit in Nederland. Onderzoekers en start-ups kunnen er geneesmiddelen ontwikkelen op het gebied van regeneratieve geneeskunde, een aanpak die zieke cellen, weefsels en organen herstelt of vervangt. Dat onderzoeksveld geldt als grote belofte binnen de farmaceutische industrie.

Het pand van vierduizend vierkante meter krijgt de lange naam Netherlands Center for the Clinical Advancement of Stem Cell and Gene Therapies, afkorting ‘NECSTGEN’. Het moet eind dit jaar of begin volgend jaar opengaan op het Leiden Bio Science Park. De financiering komt van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en er zijn gesprekken met de provincie Zuid-Holland.

Foto Roger Cremers

Het nieuwe centrum is bedoeld voor academische onderzoekers en start-ups om stamcel- en gentherapieproducten te ontwikkelen. Volgens Ton Rabelink, hoogleraar interne geneeskunde bij het LUMC, lopen onderzoekers nu vast wanneer ze een ontdekking uit het laboratorium verder willen brengen. Een universitaire setting of ziekenhuisapotheek is niet geschikt voor zulk werk, zegt Rabelink, het is te kleinschalig. „Ze hebben clean rooms nodig: hele schone ruimtes met specifieke omstandigheden”, zegt hij, „bijvoorbeeld dat alle lucht in de kamer binnen een minuut wordt ververst.”

Het nieuwe centrum is bedoeld voor fase 1 en 2 van medicijnonderzoek: het maken van de middelen voor de eerste testen in patiënten, waaruit de veiligheid moet blijken en enig bewijs dat het werkt. Start-ups die aankloppen betalen een vergoeding om gebruik te maken van het centrum en gespecialiseerde laboranten. „Spin-offs van academische ziekenhuizen hebben in de beginfase van hun onderneming geen toegang tot dit soort hooggespecialiseerde faciliteiten”, zegt Paul Bilars, directeur van het nieuwe centrum. „Als dit soort faciliteiten er al zijn, kosten ze bakken met geld. Daardoor stokt het ontwikkelproces soms.”

Weefsel kweken

Regeneratieve geneeskunde gaat over het helpen van het lichaam bij het repareren of vervangen van cellen, weefsels en uiteindelijk complete organen. Een voorbeeld van gentherapie is het middel Zolgensma dat met één kuur de zeldzame spierziekte SMA moet remmen. Het is een beroemd middel vanwege de hoge prijs: bijna 2 miljoen voor het infuus.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de potentie van regeneratieve geneeskunde. Zo werd bijvoorbeeld vorige week in de New England Journal of Medicine gemeld dat bij een patiënt met de ziekte van Parkinson stamcellen waren gebruikt en daar in het laboratorium hersenweefsel van was gemaakt. Dat weefsel was teruggeplaatst in een brein van een patiënt. Bij deze persoon namen de klachten flink af.

Het LUMC kan insuline producerende cellen kweken uit gedoneerde organen en die naar de lever transplanteren om diabetes type 1 tegen te gaan. Het ziekenhuis wil dat ook met stamcellen doen, maar dat kan alleen nog op kleine schaal in een experimentele setting, zegt Rabelink, „daarom zou zo’n ontwikkelingsfaciliteit nuttig zijn.”

Moeilijke plek

Sander van Deventer, voorman van gentherapiebedrijf Uniqure, zegt dat het hoog tijd is dat er faciliteiten komen voor zulke medicijnontwikkeling. „We lopen daarin achter.”

Het rare is, zegt Van Deventer, dat Nederland wetenschappelijk gezien wel vooroploopt. „Het is frustrerend voor die academische onderzoekers dat ze zulke middelen hier niet goed kunnen produceren. In Frankrijk, Italië, Duitsland en Engeland zijn er al vooraanstaande centra voor zulk onderzoek.”

Toch denkt Van Deventer dat Nederland een moeilijke plek blijft voor zulke ontwikkeling, vanwege de regelgeving. Nederland houdt zich aan Europese wetgeving, maar interpreteert die strenger. Zelf heeft Uniqure om die reden de productie naar Amerika verhuisd. „Er zijn gentherapieprogramma’s in Nederland die al meer dan twee jaar op goedkeuring wachten”, zegt Van Deventer. „Het klimaat is negatief vanwege angst voor genetische modificatie en gevolgen voor het milieu. Ondertussen worden we aan alle kanten ingehaald door andere Europese landen.”

Regeneratieve geneeskunde is niet alleen veelbelovend, maar ook duur

Uniqure is niet alleen: in december klaagden vooraanstaande onderzoekers dat de milieuwetgeving het onderzoek naar de behandeling van kankerpatiënten belemmert. Het gaat om onderzoek waarbij zogenoemde CART-T cellen worden gebruikt om tumoren aan te vallen, een aanpak waarbij immuuncellen genetisch worden gemodificeerd. De onderzoekers klaagden dat ze oplopen tegen een muur van milieuwetgeving die niet is toegerust op genetische modificatie voor medische toepassingen.

Door ontwikkelingen rond onderzoek naar het coronavirus zijn er enige versoepelingen in de wetgeving rond gentherapie, maar volgens Van Deventer maken die voor de praktijk nog weinig verschil. „Als het zo doorgaat is het heel goed mogelijk dat we zo’n achterstand opbouwen dat patiënten voor geavanceerde genbehandelingen naar Londen of Parijs moeten”, zegt Van Deventer.

Hoge prijzen

Regeneratieve geneeskunde staat niet alleen als veelbelovend bekend, maar ook als duur. De Nederlandse Zorgautoriteit waarschuwde eerder deze maand dat nieuwe behandelingen zoals cel-, weefsel- en gentherapie „ongekend hoge prijzen kennen” en zorgen voor steeds hogere uitgaven aan geneesmiddelen.

Dat probleem blijft ook bestaan als Nederland een eigen faciliteit heeft. Na de onderzoeksfases die in het centrum kunnen plaatsvinden, volgt nog een lange weg totdat een middel is goedgekeurd voor de markt. Die onderzoeksfase is duur. Start-ups in die fase worden vaak opgekocht door farmaceutische bedrijven die hun pijplijn willen vullen.

„Wij kunnen niet voorkomen dat een bedrijf wordt overgenomen door een grote farmaceut die een hoge prijs gaat vragen”, zegt Bilars, die straks het centrum gaat leiden. „Maar hoe langer onderzoekers het in eigen beheer kunnen houden, hoe meer hun intellectueel eigendom waard wordt. Dat kan weer geld opleveren voor nieuw onderzoek.”