Shell, ExxonMobil en kabinet oneens over vergoeding dichtdraaien gaskraan

Eric Wiebes De vergoeding die Shell en ExxonMobil krijgen voor het vervroegd dichtdraaien van de gaskraan, in 2022, is volgens de bedrijven niet hoog genoeg.
Het dorp Zeerijp, hevig getroffen door gasbevingen.
Het dorp Zeerijp, hevig getroffen door gasbevingen. Foto: Kees van de Veen

Shell, ExxonMobil en het kabinet kunnen het niet eens worden over de vergoeding die de energiebedrijven ontvangen voor het versneld afbouwen van de gaswinning in Groningen. Dat blijkt uit een brief die minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) dinsdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bedrijven zeggen dat zij door het terugschroeven van de gaswinning meer inkomsten mislopen dan waarvoor de Staat hen wil compenseren.

De twee zijn samen eigenaar van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een joint venture die verantwoordelijk is voor de gaswinning in Groningen. Omdat het de partijen niet lukt het meningsverschil op te lossen, wordt het compensatievraagstuk voorgelegd aan een zogenoemd onafhankelijk arbitragepanel. Volgens het ministerie zal een groep onafhankelijke deskundigen aangesteld worden. Dat panel buigt zich dan ook over een geschil over het gewijzigde gebruik van gasopslag in het Drentse Norg.

Lees ook: Wiebes kan 90 miljoen compensatiegelden aan oliemaatschappijen niet verklaren, zegt Rekenkamer

Vorig jaar ontving de NAM een voorschot van 90 miljoen euro voor het gedwongen teruglopen van de inkomsten. Bij dat voorschot werd ervan uitgegaan dat de gaskraan in 2030 dicht zou gaan. In 2019 kondigde het kabinet echter aan dat dit al in 2022 moet gebeuren. Daarmee lopen de gasinkomsten eerder terug dan verwacht, zeggen Shell en ExxonMobil. Ook stellen de bedrijven dat ze met het vervroegd afbouwen van de gaswinning meer geld kwijt zijn aan de gasopslag bij Norg. Wiebes vindt echter dat het kabinet de bedrijven geen aanvullende vergoeding verschuldigd is.

De Algemene Rekenkamer uitte vorige week kritiek op het kabinet omdat de 90 miljoen euro compensatie niet goed genoeg zou zijn onderbouwd. Ook de verantwoording van de minister was te gebrekkig, oordeelde het instituut.