Recensie

Recensie Film

Ma hakt vingers door de salade terwijl zoon fluistert met aliens

Horror ‘Color Out Of Space’ is een hysterische, apocalyptische, lachwekkende en opwindende achtbaanrit die zijn wortels heeft in pre-digitale horror.

Julian Hilliard als zoontje Jack in Color Out Of Space.
Julian Hilliard als zoontje Jack in Color Out Of Space.

In H.P. Lovecrafts verhaal The Color out of Space uit 1927 slaat een meteoriet in bij de afgelegen hoeve van de Gardners. Het gewas muteert terwijl de familie in waanzin vervalt. Er zijn aliens in het spel, wat willen ze? Willen ze wat? Er is geen contact, slechts een angstaanjagende, buitenaardse kleur.

Sinds Die, Monster, Die (1965) heeft dit verhaal een handvol B-films geïnspireerd. Onlangs – indirect – nog Netflixhit Annihilation: arthouse-horror waar een onpeilbare, buitenaardse gruwel de helden op kousenvoeten besluipt. Annihilation sampelde Tarkovski’s Stalker zoals de film Color Out Of Space herhaaldelijk Tarkovski’s De jeugd van Ivan citeert. Maar daarmee houdt het wel op qua goede smaak: dit is een hysterische, apocalyptische, lachwekkende én opwindende achtbaanrit die zijn wortels heeft in pre-digitale horror.

Echt iets voor acteur Nicolas Cage dus, die in 2018 schitterde in Mandy, een hypnotische hommage aan videotheekhorror. Hier helpt hij Richard Stanley aan zijn comeback, een regisseur die niet zozeer retro arthousehorror beoogt, maar gewoon na een kwart eeuw winterslaap de draad weer oppikt. Stanley, een Zuid-Afrikaanse nakomeling van de beroemde ontdekkingsreiziger, maakte videoclips en beleefde avonturen met de moedjahedien in Afghanistan voordat hij cultheld werd met Hardware (1990) – met Iggy Pop en Lemmy van Motörhead – en het door de broertjes Weinstein verknipte Dust Devil(1992).

Tot zijn loopbaan strandde in een van de meest legendarische fiasco’s uit Hollywoods geschiedenis: The Island of Dr. Moreau (1996). De wat bokkige Stanley verdedigde zijn visie tegen New Line Cinema en vond een bondgenoot in acteur Marlon Brando, die viel weg toen Brando’s pleegdocher Cheyenne zelfmoord pleegde en de acteur zich in rouw terugtrok op zijn privé-eiland. Waarna Stanley van de set werd gestuurd en vedettes Marlon Brando en Val Kilmer ruzie zochten – de heren weigerden soms uren als eerste uit hun trailer te komen. De film flopte.

Stanley hield er de reputatie van lastpak aan over; na een kwart eeuw in een vagevuur van korte films en internetprojecten hoopt hij nu een Lovecraft-trilogie te mogen maken. En ik hoop dat ook na het uitzinnige Color Out of Space. Deze film gaat over ‘unknown unknowns’, om Donald Rumsfeld te citeren. Een vormloze, onvoorspelbare dreiging die ons fataal wordt zonder dat we het begrijpen of zelfs waarnemen. Misschien ervaart het ons evenmin, wie weet. Er is alleen die kleur: magenta.

Nathan Gardner (Nicolas Cage) kocht een boerderij om te fröbelen met tomaten en alpaca’s. Echtgenote Theresa (Joely Richardson) is onzeker door een mastectomie, zoon Benny (Brendan Meyer) blowt zich suf en goth-dochter Lavinia (Madeleine Arthur) doet aan Wicca. Na de inslag van de meteoriet slaat de situatie uit het lood en daarna op hol: een escalatie van ranzige luchtjes en bedorven grondwater naar pulserende lichtexplosies en bergen van kronkelend, vloeibaar vlees.

Stanley gaat onbeschaamd voor trashy; aanzetjes tot plot rond corrupte bestuurders komen niet uit de verf omdat de Gardners zo enorm charismatisch afbladderen. Ma die vrolijk haar vingers door de salade hakselt, zoontje Jack die fluistert met aliens, dochter Lavinia die pentagrammen in het vlees kerft. Het is grabbelen naar strohalmen; het nadert en we kunnen daar niks aan doen, constateert de jongste zoon koel. Nicolas Cage’s wilde galop van ontkenning, aanpassing, viriel ingrijpen en totale waanzin is hilarisch over the top en toch best griezelig. En hoe dan ook adequaat popcornvermaak in de lugubere ambiance van een coronaproof bioscoop anno 2020.