Opinie

Ik doe elke dag alsof alles normaal is

Dagboek Coronavirus

Stefano Bruni was een 38-jarige bouwvakker uit Sant’Olcese, een dorp tien kilometer ten noorden van Genua. Zijn vader Giorgio was een van de vele slachtoffers van het virus. Stefano was bijzonder geraakt door diens verscheiden en misschien nog wel meer door het feit dat hij geen afscheid van hem had kunnen nemen en niet had kunnen begraven. Ook Stefano werd ziek. Hij had alle symptomen. Hij kon de gedachte niet van zich afzetten dat hij degene was geweest die zijn vader had besmet. Die theoretische mogelijkheid was onverdraaglijk en drie dagen geleden heeft hij zich in de tuin met zijn vaders jachtgeweer door het hoofd geschoten.

Sara vertelt over het ziekenhuis. Ze houden de besmette patiënten in isolatie, terwijl ze de reguliere zorg proberen te hervatten. Maar het probleem is dat je niet weet of een nieuwe patiënt besmet is. Vorige week werd er een slachtoffer van een verkeersongeluk binnengebracht. Als radiologe zag zij als eerste dat er afgezien van de botbreuken ook sprake was van een nare longontsteking. Maar vier opeenvolgende tests waren negatief, dus de patiënt lag op de virusvrije afdeling. Gisteren was de vijfde test toch positief. Wie weet wie hij intussen allemaal heeft besmet.

Die tests zijn onbetrouwbaar, zei Sara. En er is nog een ander probleem. In feite zouden ze de apparatuur na elk onderzoek moeten ontsmetten. Maar dat duurt een uur. Dus dat doen ze niet, want anders kunnen ze geen patiënt meer helpen.

Intussen probeer ik elke dag met een klein beetje meer succes te doen alsof alles normaal is. Ik drink mijn koffie, wandel door de stad en ga pizza eten met Stella en ik weet wanneer mijn mondkapje op of af moet, zoals een kerkganger weet wanneer hij moet knielen of staan. Ik ontsmet mijn handen. De zon schijnt.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.