Reportage

‘Eerst kookten we voor anderen, nu bedelen we zelf’

Lockdown India In New Delhi werken talloze organisaties aan voedselhulp voor armen tijdens de lockdown. Naarmate die langer duurt, lopen donaties terug.

Mensen staan in de rij of wachten op hun beurt bij voedseldistributiepunten in New Delhi. Sinds het begin van de coronacrisis hebben ten minste 122 miljoen Indiërs hun baan verloren. Zij zijn afhankelijk van de overheid en particuliere initiatieven voor voedsel.
Mensen staan in de rij of wachten op hun beurt bij voedseldistributiepunten in New Delhi. Sinds het begin van de coronacrisis hebben ten minste 122 miljoen Indiërs hun baan verloren. Zij zijn afhankelijk van de overheid en particuliere initiatieven voor voedsel. Foto Altaf Qadri/ AP

Met twee tassen vol bakjes in haar hand komt Heema Devi (60) aan bij de drukte voor de ingang van het schoolplein. Ze houdt in, kijkt naar de grote pannen waar de deksels nog op zitten en verkiest een plekje aan de zijkant. Dicht genoeg bij de pannen en de als tafel dienstdoende schoolbank om dadelijk snel naar voren te stappen.

Het is een vast ritme in Devi’s dag geworden. Elke middag rond twaalf uur en later weer om zes uur loopt ze op te grote teenslippers van de kantoorkolos waar zij en haar man een voedselstalletje runden en in een kelder wonen, naar deze school zo’n 800 meter verderop, in het zuiden van Delhi. Genoeg bakjes mee voor eten dat ze zelf niet meer kan koken voor haar gezin van zes.

Toen India eind maart in lockdown ging vanwege het coronavirus, kwamen agenten naar Devi’s kraam. Die moest dicht, kreeg ze te horen. Haar dagelijkse inkomen van zo’n 600 roepies (7 euro), werd in een klap gereduceerd tot nul. Zie ons nu, zegt haar man, die met Devi is meegekomen. „We kookten maaltijden en nu moeten we er bij anderen om bedelen.”

Het is inmiddels een vertrouwd gezicht in grote Indiase steden: honderden, soms duizenden mensen die dagelijks in lange rijen aansluiten voor een bord gekookte rijst, linzen en wat groenten. Dagloners, arbeidsmigranten en ‘zelfstandigen’ als Devi en haar man, die er tot voor kort in slaagden rond te komen van de beetjes die ze verdienden. Tot corona het leven stillegde.

Informele arbeid

Ten minste 122 miljoen Indiërs verloren sindsdien hun baan, berekende het Centre for Monitoring Indian Economy, een denktank uit Mumbai. Met een economie die voor 90 procent draait op informele arbeid, zijn het India’s kwetsbaarsten die het hardst worden getroffen.

In Delhi trachtte de lokale regering de klap te verzachten door in allerijl enkele honderden scholen die door de lockdown zijn gesloten om te vormen tot hunger relief centres. „We begonnen met warme maaltijden voor twintigduizend mensen”, zegt Bipin Rai, de verantwoordelijk ambtenaar namens de Delhi Urban Shelter Board. „Nu zijn dat er meer dan een miljoen.”

Overweldigd door die enorme aantallen, klopten Rai en zijn collega’s aan bij ngo’s en gurudwara’s, de sikh-tempels die gewend zijn voor duizenden mensen te koken. Hun poorten zijn nu al weken gesloten, maar binnen draaien de keukens door. Zo wordt in de enorme pannen van de Bangla Sahib Gurudwara iedere dag voor bijna negentigduizend man eten bereid.

Rai, wiens twee telefoons onophoudelijk rinkelen, geeft toe dat lang niet alle hongerigen in de hoofdstad zo worden bereikt. „Sommigen wonen ver van de plek waar het eten wordt uitgedeeld”, zegt hij. Anderen vinden het niet lekker. „Migranten uit het zuiden van India zijn heel ander eten gewend.” Ook is er schaamte om in zo’n rij te staan.

Naast warme maaltijden deelt de regering ook kilo’s rijst en linzen uit. Eerst alleen aan de meer dan zeven miljoen inwoners die een rantsoenkaart hebben, zo’n 40 procent van de bevolking van Delhi. De kaart toont aan dat ze geregistreerd staan bij een nationaal voedselprogramma voor de armen. Later werd dat programma met ‘e-coupons’ opengesteld voor iedereen. De vraag was zo groot dat de site meermaals crashte.

„Dat was een goede stap”, zegt Anindita Adhikari, die met een collectief van vrijwilligers werkloze arbeidsmigranten bijstaat. „Er zijn miljoenen mensen die zich nooit konden registreren, omdat ze de juiste papieren niet hebben.” Toch is ook de e-coupon volgens haar verre van ideaal. „Opnieuw sluit je mensen uit, want niet iedereen heeft een smartphone of toegang tot internet.”

De afgelopen weken ontving het Stranded Workers Action Network (SWAN), zoals de groep studenten, docenten en activisten zichzelf omdoopte, meer dan vijfduizend telefoontjes van groepjes migranten. Vooral over een gebrek aan eten. Ze helpen hen waar mogelijk met het aanvragen van e-coupons, het overmaken van kleine donaties en het in contact brengen met lokale ngo’s.

Harish Tyagi/ EPA
Foto Manish Swarup/ AP, Harish Tyagi/ EPA
Foto Manish Swarup/ AP, Harish Tyagi/ EPA

Zweetdruppels

Sinds het begin van de lockdown zijn door heel het land zo talloze initiatieven ontstaan. Het ene professioneler dan het andere, maar steeds met hetzelfde doel: de miljoenen opvangen die met het overheidsbeleid niet bereikt worden.

Zweetdruppels kletsen op de grond, telkens als Rahul Gupta (30) zijn telefoon naar zijn oor brengt. Flats. „Hi, Rahul hier. We zijn er, dus je kunt de spullen klaarzetten.” Het is ochtend en de temperatuur stijgt al richting 40 graden. Onverstoorbaar loopt de jonge consultant de zes trappen op, veegt zijn voorhoofd droog en belt aan.

Honderd kilo proviand, daar begon het mee. Of eigenlijk met het idee dat ze iets wilden doen voor de vertrouwde gezichten uit hun woonwijk, zoals de dhobi die tot enkele weken geleden op de straathoek stapels wasgoed met een loeizwaar ijzer gladstreek, of de vrouw die iedere ochtend de bladeren van de oprijlanen veegde. Ineens waren ze weg. Gevangen in hun sloppenwijken.

Huilend aan de lijn

Gupta’s schoonmaakster, een moeder van vijf, hing huilend aan de lijn. „Sommige gezinnen waarvoor ze werkt wilden haar niet betalen, omdat ze niet meer kwam”, vertelt hij. Met twee jeugdvrienden besloot Gupta het beste van hun plotselinge vrije tijd te maken door voedsel in te zamelen voor haar en haar buren in de sloppen. Rijst, bloem, linzen, olie. „De basics.”

Die honderd kilo hadden ze in vier dagen binnen, dankzij buren die massaal op hun berichtjes reageerden. „Iedereen wilde graag helpen”, zegt Gupta. De afgelopen weken verzamelden ze zo meer dan 2.100 kilo aan droog voedsel dat via een lokale politicus is uitgedeeld. Zelf vonden de drie, die nog bij hun ouders wonen, dat vanwege het besmettingsgevaar te riskant.

Maandag was hun laatste afgifte. Na bijna twee maanden lockdown zijn hun bronnen opgedroogd, zegt Gupta, zijn gezicht half verscholen achter een pet en mondkapje. Zelfs de buren die vaker doneerden, hielden daar uiteindelijk mee op. Het is een probleem waar meer ngo’s mee kampen. De wanhopige telefoontjes daarentegen worden allesbehalve minder.

Dat merkt ook een bezorgde Bipin Rai. De lockdown zal voorlopig niet worden opgeheven, zegt de ambtenaar. In ieder geval niet in Delhi, waar meer dan tienduizend mensen met corona zijn besmet en de aantallen iedere dag oplopen. „De restricties worden langzaam iets versoepeld”, zegt Rai. „Maar er is nul garantie dat mensen snel werk vinden.”

De komende tijd verwacht hij alleen maar meer hulp nodig te hebben van ngo’s. „Zonder extra handen weet ik niet hoe we deze crisis de baas kunnen worden.”