Handelaar schenkt Rijks kostbaar schilderij als corona-gedenkstuk

Schenking Kunsthandelaar Bob Haboldt schenkt een monumentale 16de-eeuwse piëta van Bartholomeus Spranger aan het Rijksmuseum ter gedenking van de corona-crisis.

Bartholomeus Spranger, Engelen dragen het lichaam van Christus (ca. 1587, olieverf op koper, 33,7×26,6 cm).
Bartholomeus Spranger, Engelen dragen het lichaam van Christus (ca. 1587, olieverf op koper, 33,7×26,6 cm). Foto Rijksmuseum

Zijn geschenk is een eerbetoon aan de slachtoffers van de coronapandemie – „Mijn monument op de Dam”, zegt Bob Haboldt. De Nederlandse kunsthandelaar heeft het Rijksmuseum Amsterdam een laat zestiende-eeuws schilderij geschonken van Bartholomeus Spranger, de Zuid-Nederlandse schilder. Een cadeau dat door directeur Taco Dibbits wordt verwelkomd als „een exceptioneel grote gift”.

Het gaat om een zogenoemde piëta, een verbeelding van de dode Christus die door drie engelen uit een graftombe is gehaald. Het ongesigneerde en ongedateerde schilderij op koper, dat niet eerder in de Spranger-literatuur werd genoemd, is na onderzoek aan hem toegeschreven. Het werk genoot destijds al snel brede bekendheid omdat Hendrick Goltzius het in 1587 reproduceerde in een prent die in grote oplage werd verspreid.

Bartholomeus Spranger, Engelen dragen het lichaam van Christus (ca. 1587, olieverf op koper, 33,7×26,6 cm). Foto Rijksmuseum

Haboldt bood zijn ontdekking begin maart te koop aan in zijn stand op Tefaf Maastricht. Het was een van de topstukken van de kunstbeurs en hij verkocht het direct op de opening. Maar niet veel later, na het uitbreken van de pandemie, annuleerde de verzamelaar in kwestie zijn aankoop.

Haboldt had een lijst met andere belangstellenden voor het schilderij, maar besloot het niet opnieuw te koop aan te bieden. „Ik ben keihard als het op zaken aankomt, maar de gevolgen van het virus hadden me aangegrepen. Onze wereld is veranderd, ik kreeg het gevoel dat er iets gememoreerd moest worden. Juist in dit soort tijden kan kunst troost en houvast bieden. Dit schilderij, dat de Duitsers zo mooi een Andachtsbild noemen, leek me het juiste kunstwerk om de vele slachtoffers van deze crisis te gedenken.”

Lees dit interview uit 2017 met Bob Haboldt: ‘Dit zet iedereen in de kunstwereld op scherp’

Haboldt (1955), zoon van een Amsterdamse middenstander, is een globetrotter. Hij drijft zijn kunsthandel vanuit drie gesloten huizen in Amsterdam, Parijs en New York en hij woont in het Zwitserse Crans-Montana en in Toscane. Geen moment heeft hij overwogen om de Spranger aan een ander museum dan het Rijks te schenken, zegt hij. „Ik ben en blijf een Amsterdammer. Mijn ouders liggen op Zorgvlied begraven.”

Haboldt kocht het schilderij samen met een collega van een Franse privé-verzamelaar. In het verleden is het twee keer geveild als een werk van Hans von Aachen, net als Spranger hofschilder in dienst van de Habsburgse keizer Rudolf II in Praag. De Tsjechische kunsthistorica Eliska Fucikova, erkend specialist over de kunstenaars in dienst van Rudolf II, stelt in haar onderzoeksverslag dat de piëta van Haboldt door niemand anders dan Spranger gemaakt kan zijn.

Dat toont Fucikova aan op basis van de ondertekening, van stilistische kenmerken en op basis van Sprangers vriendschap met de beeldhouwer Hans Mont, die een terracotta reliëf met vrijwel dezelfde voorstelling maakte. Volgens Fucikova gebruikte Spranger het reliëf van zijn vriend als voorbeeld. De keurmeesters van Tefaf en het Rijksmuseum hebben de conclusies van de kunsthistorica aanvaard.

Gespierde lijven

Bartholomeus Spranger (1546-1611) geldt als een van de belangrijkste Noord-Europese vertegenwoordigers van het maniërisme. Dat is de stijl in de kunstgeschiedenis die volgde op de renaissance. Een aantal Italiaanse kunstenaars probeerde rond 1520 de stijl te overtreffen van voorgangers als Rafael en Michelangelo. Hun ideale verhoudingen maakten plaats voor overdreven gespierde lijven en ingewikkelde poses. Met die vormentaal, die een ‘maniertje’ op zichzelf werd, probeerde de nieuwe lichting kunstenaars emoties en dramatiek uit te drukken.

De nieuwe aanwinst hangt vanaf 1 juni in de zaal van het Rijksmuseum die ook wel de ‘Schatkamer’ wordt genoemd. Een soort Wunderkammer zoals Rudolf II die had, zegt Dibbits. Het enige schilderij van Spranger dat het Rijks al bezat, Venus en Adonis, hangt daar al. Ook staan er beelden van Hendrik de Keyser en Adriaen de Vries, en het uitbundige zilverwerk van Adam van Vianen.

Het museum en Haboldt doen geen uitspraken over de waarde van de schenking. Op Tefaf bood The Weiss Gallery uit Londen een groter schilderij van Spranger aan met een vraagprijs van 5,5 miljoen euro.

Haboldt: „Als we deze crisis overleven, is het mij wat waard om die op deze wijze samen met de bezoekers aan het Rijks te kunnen herdenken.”