Opinie

De lockdown gaat gepaard met rammelende regels

Coronacrisis

Commentaar

Op het moment dat media ironische quizjes gaan publiceren onder de noemer ‘Wat weet jij van de coronaregels?’, moet het gezag zich realiseren dat er iets mis is. Kennelijk zijn de coronaregels, ooit bedoeld om de lockdown de sfeer van intelligentie en redelijkheid mee te geven, in de praktijk veranderd in Harry Potters Spreuken en Bezweringen. Waaruit dan bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) of politiemensen naar eigen taxatie een keuze maken, afhankelijk van het handhavingsbeleid van de eigen veiligheidsregio. Die zichzelf daar ook een vrij grote handelingsruimte in blijken toe te kennen. Dat is dus een recept voor willekeur en onduidelijkheid. Ofwel in strijd met het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid. De wet moet voor de burger behalve kenbaar ook duidelijk zijn, en gelijk worden toegepast in gelijke gevallen.

Inmiddels zijn we gelukkig de fase voorbij waarbij drie personen die met elkaar in het park afspreken, met 1,5 meter afstand, een overtreding plegen; immers ‘verboden samenkomst’. Terwijl twee personen die in het park een derde toevallig ontmoeten, eveneens op 1,5 meter afstand, de regels juist volgen. De kabinetsopdracht aan het volk is nu verbreed tot het vage ‘vermijd drukte’, waarbij na 1 juni aan de gemeenten wordt overgelaten waar dan eventueel een ‘groepsvormingsverbod’ zal gelden. En aan de burger uit te vinden waar dat precies is. Ook wat ‘drukte’ tegenwoordig is, moet nog blijken.

Lees ook: Strafoplegging door het OM is fundamenteel onjuist

Hoe en wanneer er in de tussentijd, of daarna, van een ‘groep’ sprake zal zijn, blijft eveneens onduidelijk. Het kabinet lijkt die vraag in de veiligheidsregio’s te hebben geparkeerd, als uitvoeringskwestie, waarbij lokaal ook maar moet worden bedacht wanneer er parkeerplaatsen, winkelstraten of parken moeten worden afgesloten. Wat een ‘groep’ is, wordt zo overgelaten aan de arme functionarissen op straat die als enige richtlijn ‘eerst waarschuwen’ hebben meegekregen. En daarna zelf mogen beslissen of wat zij waarnemen nu sociaal toeval is of een verkapte samenkomst. Dat leidt dus tot irritatie, kwestieuze bekeuringen en soms confrontaties met het publiek.

Inmiddels stuurt het Openbaar Ministerie van alle tien uitgeschreven coronaboetes er vier (aanvankelijk zes) terug naar de handhavers wegens gebreken of fouten. Dat duidt ook op rammelende regels. Dan wel op professionele scepsis bij de officier over de ernst van de inbreuk. Daar weet men uit ervaring dat bagatelzaken vervolgen het gezag juist aantast. De teller staat na twee maanden lockdown op 18.200 ingediende processen-verbaal waarvan er pas 7.400 in een strafbeschikking zijn geëindigd. Minderjarigen zijn zo 90 euro kwijt, volwassenen 390 euro.

Tot twee weken geleden tekenden niet meer dan 70 burgers daartegen verzet aan. De rest ging dus akkoord met een strafblad, wat op een hardnekkig informatiegebrek wijst. Veel burgers denken dat ze met betaling vervolging voorkomen; in werkelijkheid gaan ze ermee akkoord.

Hoogst onbevredigend dus, die handhavingscomponent van de ‘flexibele lockdown’. Willekeur bij het opleggen, een loterij bij de administratieve afwikkeling en regels die eerder de spotlust opwekken of het spelinstinct aanspreken.

Behalve dan bij de enkele burger die toevallig de rekening krijgt. En nog prompt betaalt ook. Dat is dan ook geen goed idee. Ga in verzet – zulke zwak gefundeerde handhaving en marginale uitvoering verdient een rechterlijke toets.