Voor Lucas Bols moet de grootste kater nog komen

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Lucas Bols.

Niet meer dan een half uur kregen horeca-exploitanten om hun deuren te sluiten op die memorabele zondag, halverwege maart. Dat bericht sloeg niet alleen bij henzelf in als een bom. Toeleveranciers beseften tegelijk dat ze een ongewisse tijd tegemoet gingen. Zo ook de producent van gedestilleerde dranken Lucas Bols, die voor meer dan de helft van zijn jaaromzet van 84 miljoen euro op de horeca leunt.

Eind april kwam Bols, met ruim 20 merken actief in 110 landen, met een update over de impact van het coronavirus. De sluiting van de horeca leverde in maart een verkoopdaling van zo’n 30 procent op, met name in producten die het bedrijf wereldwijd verkoopt, zoals gin, wodka, de kruidenlikeur Galliano en de oer-Hollandse jenever, over de grens verkocht als ‘genever’.

Maar de echte dreun moet nog komen, denkt analist Eric Wilmer van ABN Amro. „Bij de definitieve jaarcijfers van komende donderdag zal het meevallen, omdat Bols’ boekjaar loopt tot 31 maart. Daar zal de winst met zo’n 8,5 procent dalen naar 14,4 miljoen euro. De grootste klap – en die komt zeker – wordt echter verwacht voor de periode april tot en met juni.”

De groeistrategie die Lucas Bols begin 2015 uitrolde bij zijn beursgang in thuisstad Amsterdam kan voorlopig in de ijskast. Het bedrijf, dat een historie kent die teruggaat tot de VOC-tijd, wil de wereld veroveren met hippe cocktails.

Daarbij leeft de hoop dat jenever eenzelfde opmars maakt als gin, waarvan vorig jaar door alle producenten samen wereldwijd 812 miljoen liter werd verkocht. Dat is een verdubbeling in zes jaar tijd. Jenever, dat alleen in Nederland, België en enkele Duitse en Franse provincies gemaakt mag worden, heeft met een jaarproductie van in totaal zo’n 11 miljoen liter nog een lange weg te gaan.

Sombere vooruitzichten

Dit jaar hoeft die opleving niet verwacht te worden. Hoewel cafés en restaurants in Nederland op 1 juni na tweeënhalve maand weer openen, blijft hun capaciteit – en daarmee de inname door gasten – beperkt, zegt Jos Klerx, sectorspecialist horeca en recreatie bij Rabobank. „Wij verwachten dat restaurants dit jaar op maximaal 50 tot 55 procent van hun normale jaaromzet uitkomen. Voor cafés wordt dat lastiger, en clubs en feestcafés kunnen in een anderhalvemetereconomie maximaal 15 procent van hun omzet halen.”

Ook internationaal zijn de vooruitzichten voor Bols somber, vult Wilmer aan. Hij wijst erop dat juist de twee groeimarkten van het bedrijf, de VS en China, hard zijn geraakt door Covid-19. Daarbij heeft het coronavirus ook het mondiale toerisme lamgelegd.

Klerx: „Vooral de horeca in de regio Amsterdam, waar per tienduizend inwoners dubbel zoveel zaken zijn als in Utrecht, is sterk afhankelijk van de toeristenstroom uit landen als Groot-Brittannië, Italië, Spanje en de VS.” Hij verwacht dat het mondiale toerisme pas in 2023 terug is op het niveau van 2019.

Wat resteert is de detailhandel, waar Lucas Bols minder tegenslag door het virus verwacht. Vooral in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Australië haalt het drankenbedrijf zijn omzet overwegend uit slijterijen en supermarkten. Daar mag Bols zijn lucratieve likeurdrank Passoã, in 2016 aangekocht in joint venture met het Franse Rémy Cointreau, met 14,9 procent alcohol nog net verkopen.

Op voorwaarde dat de horeca geleidelijk weer opengaat, verwacht Bols zelf dat de omzet aan het eind van de zomer langzaam herstelt, zij het op „aanzienlijk lagere niveaus dan vorig jaar”. Wilmer: „Lucas Bols opereert in een van de allermoeilijkste bedrijfstakken van dit moment. De terrassen zijn dicht, vliegtuigen staan aan de grond en hotels zijn leeg. Dat doet pijn.”