Reportage

Vanuit een hoogwerker met een stofzuigerslang de rupsen te lijf

Bestrijding Het is voor bestrijders weer tijd de eikenprocessierups aan te pakken. „We hebben mensen nodig die dapper genoeg zijn.”

Rick Smeets (links) en Marc Bakker uit het Limburgse Montfort maken zich klaar om rupsen op te zuigen.
Rick Smeets (links) en Marc Bakker uit het Limburgse Montfort maken zich klaar om rupsen op te zuigen.

Als je niet beter zou weten, zou je kunnen denken dat Rick Smeets (54) en Marc Bakker (44) met gevaarlijke chemische stoffen werken in plaats van dat ze eikenprocessierupsen bestrijden: de blauwe vaten die liggen opgeslagen in Smeets’ loods in het Limburgse Montfort; het chemicaliënpak van Bakker, plus het ademluchttoestel dat frisse lucht in zijn helm pompt. Of hoe de mannen praten over „besmetting”, als ze het hebben over de brandharen op het pak.

Het zijn die haren die de twee eikenprocessierupsbestrijders dwingen tot een grondige aanpak. De meeste eikenprocessierupsen zitten nu in het vierde larvale stadium (de vervellingsfase). Dan krijgen ze de brandharen die bij mensen huidirritatie kunnen veroorzaken. Vanaf nu kan de rups bestreden worden. Dat houdt meestal in: vanuit een hoogwerker de beestjes van de boom zuigen met een speciale stofzuiger.

„Je hebt te veel gegeten. En vanavond gaan we wéér barbecueën”, zegt Smeets als hij de riem van het ademluchttoestel met moeite om Bakkers buik krijgt. Smeets zet het toestel op de hoogste stand. Het is warm en benauwd vandaag, dus Bakker heeft veel frisse lucht nodig.

Lees ook: Een Twentse rupsenval? De rupsen trappen er niet in

Smemo – het loon- en handelsbedrijf van Smeets dat zich bezighoudt met onder meer de bestrijding van de eikenprocessierups – zuigt deze vrijdag rupsen weg uit een aantal eiken langs een weg in Montfort. De onderneming is een van de 100 tot 120 bedrijven in Nederland die zich bezighouden met de bestrijding, schat brancheorganisatie Cumela.

De eerste boom zit behoorlijk vol, met nieuwe nesten, nesten van vorig jaar (die nog steeds overlast kunnen veroorzaken) en rupsen die zich klaarmaken om te gaan nestelen. „Net een vlaai van rupsen”, zegt Smeets over een groepje op de boomstam.

Geen schrik

De Brabantse Marc Bakker, die als zzp’er wordt ingehuurd door Smeets, heeft „geen schrik” voor de rupsen. Zonder aarzeling stapt hij de hoogwerker in. Langzaam brengt de arm van de hoogwerker, bediend door Smeets, hem omhoog. Vervolgens gaat Bakker als een moderne krijger, met zijn stofzuigerslang als zwaard, de rupsen te lijf.

De stofzuiger maakt een oorverdovend lawaai en Bakker is onverstaanbaar door zijn helm. Met handgebaren laat hij Smeets weten of de hoogwerker omhoog, omlaag, naar links, of naar rechts moet. Na tien minuten is de boom rupsenvrij en komt de arm van de hoogwerker weer naar beneden.

Smeets verwacht dat zijn bedrijf het vanaf juni druk krijgt met de bestrijding. Foto Merlin Daleman

„De rupsen lieten zich moeilijk weghalen. Dat is in het begin van het bestrijdingsseizoen wel vaker zo”, zegt Bakker nadat hij zijn helm heeft afgedaan. „Ze klemmen zich vast aan de stam en de takken. En sommige zitten in de groeven van de boomstam.”

De opgezogen processierupsen komen terecht in een stofzuigerzak, die in een afgesloten bak zit. Is de zak vol, dan gaat die in één van de blauwe vaten die Smeets in zijn loods heeft staan. Ook de gebruikte pakken van de bestrijders worden in de vaten gedaan. Aan het eind van het eikenprocessierupsenseizoen worden de vaten naar een afvaloven gebracht waar ze worden verbrand.

Smeets verwacht dat zijn bedrijf het vanaf juni druk krijgt. „Vorig jaar hebben we in juni en juli met vier man in zes weken zo’n driehonderd uur eikenprocessierupsen weggezogen”, zegt hij. Per dag maakten de bestrijders gemiddeld 75 bomen rupsenvrij.

Volgens Smeets zijn er maar weinig mensen bereid om het bestrijdingswerk te doen. „Iedereen wil met een stropdas om op kantoor zitten. Maar we hebben mensen nodig die de handen uit de mouwen willen steken en dapper genoeg zijn om dat pak aan te trekken en de eikenboom in te gaan.”