Vaders doen sinds coronacrisis meer in huis, zeggen ze

Taakverdeling Vaders doen vaker zorgtaken in de corona-lockdown. Maar moeders doen niet minder. De verdeling blijkt ongelijk.

Bijna een kwart van de vaders zorgt tijdens de coronacrisis meer voor de kinderen dan eerst.
Bijna een kwart van de vaders zorgt tijdens de coronacrisis meer voor de kinderen dan eerst. Foto Patricia Rehe

Tijdens de coronacrisis zegt 22 procent van de vaders relatief meer voor de kinderen te zorgen dan in de tijd voor de coronacrisis. Die zorg is inclusief thuisscholing en huiswerkbegeleiding. Daarnaast zegt 17 procent van de vaders meer in het huishouden te doen dan hun partner. De taakverdeling blijft overigens ongelijk verdeeld: 65 procent van moeders rapporteert nog altijd meer te doen dan de vaders. Van alle ouders (vooral die met een cruciaal beroep) is 20 procent mínder gaan zorgen, waarbij vaders en moeders nauwelijks verschillen – vooral ouders met een cruciaal beroep geven aan minder te zorgen voor hun kinderen dan voor de coronacrisis.

Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van socioloog Mara Yerkes van de Universiteit Utrecht, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. Aan de studie die zal worden gepubliceerd op SocArXiv deden 868 respondenten in 643 huishoudens mee, in een representatieve afspiegeling van het bevolkingsregister. De wetenschappers verzamelden in april die gegevens via het LISS-panel (Longitudinal Internet Studies for the Social Sciences).

In het algemeen heeft de coronacrisis een buitengewoon grote impact op de ondervraagde ouders. Zij ervaren meer werkdruk, hebben minder vrije tijd en hun werk en privéleven zijn minder vaak met elkaar in balans. Dit geldt vooral voor de gezinnen waarvan beide ouders in een cruciaal beroep werken en voor moeders in het bijzonder. Tenslotte zegt ruim de helft van de ouders, vooral thuiswerkende ouders met kinderen op de basisschool, vaker onenigheid te hebben over zorg voor de kinderen dan vóór de coronacrisis.

Evenwichtiger verdeeld

Er is ook reden voor optimisme, licht Yerkes telefonisch toe. „Als vaders zich meer blijven inzetten voor zorg- en huishoudelijke taken zouden deze taken structureel evenwichtiger verdeeld kunnen worden. Dat biedt moeders betere kansen op de arbeidsmarkt. Zorgelijk is dat de extra inzet van vaders niet automatisch tot minder taken bij moeders leidt.”

Renske Keizer, hoogleraar familiesociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzoekt ook met haar team het gezinsfunctioneren voor en tijdens de coronacrisis. „In lijn met Yerkes’ bevindingen, zeggen ook de vaders in ons onderzoek dat zij relatief meer zijn gaan zorgen ten opzichte van hun partners. Dit geldt echter alleen voor hoogopgeleide vaders. Interessant is bovendien dat hun partners deze perceptie niet bevestigen.”

Gevraagd naar de bestendigheid van de verandering zegt Keizer: „Veel vaders zitten nu niet thuis uit vrije wil. De pandemie en diens gevolgen brengen voor veel gezinnen ook veel financiële onrust, stress en onzekerheid met zich mee. Deze omstandigheden waaronder een kleine verschuiving in taakverdeling heeft kunnen plaatsvinden, zijn voor veel gezinnen dus liever niet voor herhaling vatbaar.”

Pascale Peters, hoogleraar Strategisch Human Resource Management aan Nyenrode Business Universiteit, hoopt dat werkgevers en werknemers de kansen voor gelijkheid zullen grijpen. „Als thuiswerken beter geaccepteerd wordt, zijn moeders, ook wanneer ze in deeltijd werken, flexibeler in wanneer ze werken. Dan kunnen ze wellicht ook meer uren aanbieden. Hopelijk gaan werkgevers en collega’s ook zorgtaken van mannen vaker als geaccepteerde reden voor thuiswerken zien.”