Twee coke-ezels op de snelweg, zonder licht

Wie: Jofelgien en Mygeron

Kwestie: transport en bezit cocaïne   

Waar: rechtbank Den Haag

De Zitting

Wat waren Jofelgien (25) en Mygeron (24) uit Rotterdam nou écht van plan in Amsterdam? En wisten ze van elkaar wat de bedoeling was? Mygeron reed, Jofelgien zat ernaast met een cryptotelefoon op schoot. Ze werden ’s avonds bij een verkeerscontrole op de A4 aangehouden, op de weg terug. De achterlichten van hun huurauto waren niet aan. De mannen moesten met het verlichte signaal ‘Stoppen, politie’ drie keer worden gemaand voordat ze bereid waren te volgen. In die tijd had Jofelgien iets achter z’n stoel gepropt. Tenminste, dat werd gezien vanuit een tweede surveillanceauto, die achter het duo was gaan rijden.

Bij het tankstation bleek dat z’n jas te zijn geweest. Maar waarom? De achterbank was leeg, ook een goeie plek voor een jas. Toen de politie aankondigde de auto van binnen te willen controleren protesteerde Mygeron en ging hij z’n advocaat bellen. Die bleek niet bereikbaar. Daarna was het mis. Onder de stoel van Jofelgien vond de politie een zwarte zak met een kilo coke.

Inmiddels zit het duo vier maanden in voorarrest. Bij de politie bekende Jofelgien vlot. Voor 250 euro was hij bereid geweest in Amsterdam een pakketje op te gaan halen. Een „domme beslissing” zegt hij nu, om je als „ezel” te laten gebruiken, „voor een klein bedrag”. Nu zit hij in de problemen. Hij heeft een gezin met twee kinderen, een derde op komst, uitgerekend in juni. En dat inmiddels in een lockdown.

Instructies over waar, wie en hoe laat hij het pakje zou krijgen, zou hij via de meegegeven cryptotelefoon krijgen. Maar daarover zou hij niets tegen Mygeron hebben gezegd. Die was alleen chauffeur – hij zou niet meer hebben geweten dan dat ze samen voor de gezelligheid in Amsterdam hasj gingen scoren. Later die avond zouden ze dan in Rotterdam uitgaan. Na middernacht was Mygeron jarig. In Amsterdam is de hasj van betere kwaliteit dan in Rotterdam, vandaar.

De officier gelooft er weinig van. Want Mygeron heeft toevallig wel een eerdere veroordeling, wegens drugshandel, in België. En zou hij dan niet hebben gemerkt dat Jofelgien met die telefoon in de weer was? Beiden hebben geen duidelijke eigen inkomsten of werk. En dan ook niet vragen wat er dan in zo’n pakketje zou zitten? Geld, dacht Jofelgien, want zijn opdrachtgever „is een man met geld”. Over wie hij verder niks kwijt wil, want hij wil nog wel veilig over straat kunnen.

De officier eist voor Jofelgien vijf maanden cel en voor Mygeron acht maanden, vanwege de eerdere veroordeling. Jofelgien is nieuw in het systeem. Met vijf maanden is hij nog op tijd vrij om de bevalling mee te maken. Dat is belangrijk, zegt de officier.

Intussen is het in de rechtszaal geheel onduidelijk wie Jofelgien is en wie Mygeron. Alleen de rechters en de officier kunnen de verdachte zien, op een tv-scherm dat met de rug naar de zaal is opgesteld. De rest van de zaal moet het met stemmen doen. Bij aanvang van de zitting mag de advocaat even voor het scherm zijn cliënt begroeten. Verdachte en advocaat kunnen elkaar verder niet of nauwelijks zien – blikken, gebaren, onderonsjes, instructies zijn niet mogelijk. Tussen de rechters zijn doorzichtige schermen geplaatst, wat ze er niet van weerhoudt de stoelen naar achter te rijden en de hoofden toch even bij elkaar te steken.

Aanvankelijk zouden de twee samen terechtstaan. Maar de één zit vast in Krimpen aan den IJssel en de ander in Alphen aan den Rijn. Twee gelijktijdige videoverbindingen van verschillende locaties zijn niet mogelijk – en dus maakt de rechtbank er twee zaken van. De gevangenis blijkt de videoverbindingen te beperken tot 45 minuten. Als de tijd op dreigt te raken vraagt de voorzitter Jofelgien alvast het ‘laatste woord’ uit te spreken. „Uw advocaat praat dan nog hier gewoon door, hoor”, troost de rechter de verdachte.

Twee weken later veroordeelt de rechtbank de mannen tot vijf maanden. De rechtbank denkt dat er bij Mygeron geen recidivegevaar is. Daarom krijgt hij niet de geëiste acht maanden.